‘Wij pakken grote vissen’

Europese officieren van justitie werken steeds vaker samen bij oprollen bendes.

Maar één Europees wetboek van strafrecht en één OM zouden enorm helpen.

Betreed het zenuwcentrum van dé justitiële samenwerking in de Europese Unie: een ogenschijnlijk doorsnee vergaderkamer op de tiende etage van De Haagse Ark. De tafels zijn in langwerpige opstelling geplaatst. Tussen de tafels zijn plasmaschermen opgesteld voor presentaties. Aan de andere kant van de ruimte, voor het raam, hangen de vlaggen van alle 27 EU-lidstaten. Hier licht een Spaanse officier van justitie tijdens een bijeenkomst zijn Europese collega’s in over een onderzoek dat in zijn land loopt.

Het is juli 2006. Een internationaal opererend netwerk vervaardigt kinderporno en verspreidt die via het internet. Het netwerk heeft vertakkingen naar vijf EU-landen waaronder Nederland, de Verenigde Staten. Slachtoffertjes worden veelal gemaakt in Brazilië en Colombia. De vele rechtshulpverzoeken maken deze zaak bij uitstek geschikt voor Eurojust, waarin de Europese officieren van justitie zijn verenigd.

Terwijl alle andere officieren na afloop van de plenaire vergadering de ruimte verlaten, blijven de Spanjaard, zijn vier andere Europese collega’s en de Amerikaanse verbindingsofficier achter. De Spanjaard laat video-opnames met bevindingen van de Spaanse justitie zien. De Spaanse magistraat maakt nu de namen, geboortedata en adressen van de verdachten openbaar. De officieren gaan uit elkaar met de opdracht na te gaan of in eigen land een onderzoek loopt naar dit netwerk. Zo niet, dan proberen ze zo’n justitieel onderzoek van de grond te krijgen.

Eurojust moet sinds de oprichting in 2002 het Europees antwoord zijn op zware, grensoverschrijdende misdrijven en typisch Europese delicten als fraude met subsidies van de Unie. „Zware criminelen opereren in meerdere landen’’, vertelt Roelof Jan Manschot op zijn werkkamer. Manschot, de Nederlandse vertegenwoordiger, is de vice-president van Eurojust. „Wij zorgen ervoor dat niet alleen loopjongens in afzonderlijke landen worden aangepakt, maar ook de grote vissen die in andere landen verblijven. Dankzij Eurojust worden netwerken van top tot teen aangepakt.’’

Eind vorige week onthulde het Centre for European Reform, een Britse denktank voor Europese kwesties, dat het samenwerkingsverband van politie in de Europese Unie onder de maat functioneert. Europese wetgeving om grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en opsporingsinstanties van individuele lidstaten te verplichten onderling informatie uit te wisselen, zijn in de praktijk nauwelijks in nationale wetgeving ingevoerd, zo bleek. Gebrek aan bevoegdheden zorgt ervoor dat Europol door lidstaten nauwelijks serieus wordt genomen.

Daar heeft Eurojust niet veel last van, zegt Manschot. Landen laten zich bij Eurojust vertegenwoordigen door ervaren officieren die in eigen land veel aanzien genieten. En Eurojust behandelt juist steeds meer zaken, vertelt Manschot. Het aantal justitiële onderzoeken (771) is in 2006 met 31 procent gestegen ten opzichte van 2005. Ook het aantal coördinatiebijeenkomsten, waarbij officieren van binnen en buiten Europa aan een specifieke zaak werken, nam met 23 procent toe. Het aantal misdaden dat wordt aangebracht door de nieuwe lidstaten is bovengemiddeld. Maar landen kunnen niet verplicht worden zaken en informatie over te dragen aan Eurojust, erkent Manschot.

25 oktober 2006. Alle Europese officieren van justitie, die zijn betrokken bij het onderzoek naar het pornonetwerk, komen opnieuw bijeen in De Haagse Ark. Ze nemen de verzamelde informatie door. De vergadering wordt door tolken simultaan vertaald. Na enkele andere vergaderingen worden begin dit jaar 150 verdachte leden van het ‘pornonetwerk’ aangehouden. Verschillende rechtszaken hebben inmiddels in tien landen geleid tot veroordelingen. Ook in Nederland.

Eurojust wil steeds meer de regie voeren bij bestrijding van zware criminaliteit. De organisatie is bezig persoonlijke gegevens van alle terreurverdachten in Europa op te slaan in een black box, waarmee ze volgend jaar hoopt klaar te zijn. Manschot: „Een Nederlandse officier van justitie kan dan in één oogopslag zien of zijn verdachte ook elders bekend is.”

Een Europees Openbaar Ministerie zou ideaal zijn, zegt Manschot, zoals was geregeld in de door Nederland en Frankrijk verworpen Europese Grondwet. Nu gaat door de uiteenlopende bevoegdheden van officieren veel tijd verloren. Zo kan Manschot niet ter plekke een rechtshulpverzoek schrijven, terwijl zijn Franse collega dat wel mag doen. Een Europees wetboek van strafrecht zou volgens hem ook enorm helpen. Eurojust werkt momenteel met 29 verschillende rechtssystemen. „Je moet zware, grensoverschrijdende criminaliteit supranationaal aanpakken. Maar dat zal ik wel niet meemaken. Ik weet: het politieke klimaat is er niet naar.”

Voor meer informatie over en het jaarrapport van Eurojust: www.eurojust.europa.eu