Verlangen naar oude grandeur van Modepaleizen

Betoverende etalages en imposante gevels. De 19de eeuwse modepaleizen brachten nieuwe grandeur in Amsterdam. „Interieurs moesten weelde uitstralen”

Rondkijken op de expositie Modepaleizen 1880-1960 stemt weemoedig. Het verlangen betreft niet de mode van weleer, maar de sfeer rondom winkelpaleizen als Maison Hirsch & Cie aan het Amsterdamse Leidseplein – waar nu ABN Amro zit. Om zoveel grandeur konden de samenstellers van de expositie niet heen. Daarom staan in het Amsterdamse Historisch Museum naast voorbeelden van modetrends enorme foto’s van betoverende etalages en imposante gevels.

Omstreeks 1900 verandert het aanzicht van Amsterdam compleet door de komst van de Maison de Bonneterie, de Bijenkorf en Metz & Co. Deze eerste modehuizen zijn gebouwd als publiektrekkers. „Zo groot mogelijke etalages waren een eis en de interieurs moesten weelde uitstralen”, zegt docent sociale geografie en planologie aan de UvA Michiel Wagenaar in Kathedralen van couture de catalogus van Modepaleizen 1880- 1960 (Uitg. Toth, 19,90 euro). Het publiek bewondert de eclectische bouwstijl van de modezaken, maar avant-gardistische architecten als Berlage vinden de potpourri van stijlen afschuwelijk.

„De Bijenkorf kon echt niet volgens hem! Berlage zat in de welstandscommissie en als hij zijn zin had gekregen was het Hirschgebouw er ook niet gekomen”, lacht Wagenaar (1948).

Dat de Bijenkorf er toch staat, komt door een gemeenteraad die marktconform dacht. „Om te voorkomen dat Amsterdam een dode stad aan de Zuiderzee werd, lieten ze het kapitalisme zijn gang gaan.” Sinds 1860 was Amsterdam welvarender en dynamischer geworden en daarmee was de behoefte aan winkels voor een nieuw massapubliek gegroeid.

Bij zijn onderzoek naar cityvorming raakte Wagenaar gefascineerd door het concept warenhuis. „De formule is uitgevonden in Parijs. Essentieel zijn imposante toegangspartijen, een gestapelde galerij om een koepel als lichthof en een trappenhuis of lift. Omstreeks 1900 was al bedacht dat make-up op de begane grond hoorde. Wereldwijd zie je nóg die routing!”

Het winkelen in de pronkerige modepaleizen is tot halverwege de 20ste eeuw een voorrecht van een rijk, select publiek. Voor de komst van de modepaleizen winkelde de Nederlandse elite in het magistrale door Haussmann ontworpen Parijs. Wagenaar: „Zo hoorde een stad eruit te zien! Parijs was de etalage van Frankrijk, en die etalage mag niet meer slonzig zijn. En niks consideratie met oud: wham!, 17de-eeuwse panden werden rücksichtslos gesloopt.”

In een bestaand pand aan het Leidseplein vestigt zich in 1882 Maison Hirsch & Cie. De locatie ligt niet bepaald centraal. „Het was de periferie, het plein was eigenlijk een 17de-eeuws wagenplein waar verkeer van ver zijn wagen stalde en men verder te voet ging.” Maar Hirsch floreert, en om het nog nieuwe Vondelpark komen luxe woningen. Hirsch expandeert en dertig jaar later verrijst op dezelfde plek een waar modepaleis naar ontwerp van architect A. Jacot. „Het was een tempel van oneindige zaligheden, een kathedraal van aardsche bijna hemelsche genietingen”, citeert Wagenaar een persbericht uit die tijd.

Vakpers en collega architecten beschuldigen Jacot van plagiaat. Dat het pand verdacht veel lijkt op het Londense Selfridges klopt, maar daar zat Jacot niet mee, weet Wagenaar. „De klant was koning. Commerciële architecten citeerden vrijelijk stijlen die ze in Parijs en Londen hadden gezien. Tegenwoordig zeggen architecten: ‘Waar bemoei je je mee, wij bepalen wat mooi is’.” Omdat Nederland zo karig bedeeld is met architectuur van allure, is Wagenaar blij dat zowel de Bijenkorf als het Hirschgebouw nu rijksmonument zijn. „Als je me dat tien jaar geleden had voorspeld, dan had ik gezegd dat je gek was.”

Modepaleizen 1880-1960. Amsterdams Historisch Museum. Kalverstraat 92. Tot 26/8. Inl www.ahm.nl