Sarkozy is alleen loyaal aan succes

Zondag vindt de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen plaats. Mocht Sarkozy winnen, dan weten de Fransen niet wie hij is, betoogt William Pfaff.

Het lijkt moeilijk te zeggen wie Nicolas Sarkozy, de winnaar van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen, nu eigenlijk is. De Amerikanen zien hem vooral als een atlanticus en bewonderaar van George W. Bush (tijdelijk stiekem, want zoals een van zijn bewonderaars zegt: ‘Hij wil niet – voor de honderdduizendste keer – het verwijt krijgen dat hij pro-Amerikaans is’).

Ook is hij voor de meeste Amerikaanse en Europese waarnemers een aanhanger van de vrije markt, die Frankrijk de aanbodeconomie zal brengen, die zal snijden in de bureaucratie, de arbeidsmarkt zal dereguleren, de schuld zal verminderen en Frankrijk zal openstellen voor de wind van de mondialisering. Toch riep hij als minister van Economische Zaken op tot ‘economisch patriottisme’ en regelde hij voor Frankrijk de redding van het Alstomconglomeraat, de Franse wereldleider op het terrein van energie en hogesnelheidstreinen.

Twee Franse historici en commentatoren, Marcel Gauchet en wijlen René Remond, stelden dat Sarkozy past in een van de historische hoofdstromen aan de rechterzijde van de Franse politiek.

Hij is geen gaullist (ook al wordt zijn partij meestal gaullistisch genoemd; maar eigenlijk is met de principes van het gaullisme gebroken toen partijleider Jacques Chirac in 1986 als premier van François Mitterand een ‘cohabitation’ met de socialisten begon). Sarkozy heeft zich nooit gewaagd aan de grote thema’s van de Gaulle over het Franse lot, het vermeende bijzondere karakter en de noodzaak van een soevereine onafhankelijkheid van Frankrijk.

Ook is hij geen echte economische liberaal in de traditionele Europese betekenis, namelijk een pleitbezorger van bedrijfsleven en vrijhandel, zoals in de liberale partijen over heel Europa. Hij heeft een sterk trekje in zich van het economisch centralisme en de traditie van overheidsingrijpen à la Colbert, die het Franse economische denken en beleid van de monarchie tot Charles de Gaulle en François Mitterrand heeft overheerst.

Hij behoort niet tot de oude Franse pétainistische traditie van gezin-werk-godsdienst, antirepublikanisme en xenofobisch nationalisme, en evenmin tot de luidruchtige moderne uitingsvorm van die traditie in de partij geleid door Jean-Marie le Pen.

Bij de verkiezing van 22 april heeft hij Le Pen als politieke kracht doeltreffend uitgeschakeld door de thema’s van Le Pen in een aanvaardbaarder vorm te herformuleren en Le Pen zijn stemmen te ontfutselen. Nu schuift hij weer naar het centrum terug.

Hij is geen godsdienstige conservatief, geen verdediger van de natuurlijke orde, niet wars van geld, kapitalisme en modern secularisme. Ter rechterzijde in Spanje lijken sommigen hem als zodanig te zien, want zij beschouwen Frankrijk als het meest geseculariseerde land van Europa en Sarkozy als vijand van het relativistische links en bolwerk tegen de islamitische expansie in Europa. (Sarkozy geeft toe dat hij maar zo af en toe naar de kerk gaat.) Godsdienst is in Frankrijk hoe dan ook geen politieke kwestie.

Er schuilt een seculier equivalent van dit culturele thema in de opvatting van een van Sarkozy’s buitenlandadviseurs en felste aanhangers, de Parijse afgevaardigde Pierre Lellouche, die onlangs op de Franse televisie verklaarde dat Sarkozy’s (voorlopige) overwinning een overwinning van rechts was op de linkse geest van 1968 en een omkering van 1981 (toen in Frankrijk een socialistisch-communistische coalitie aan de macht kwam).

Lellouche beloofde dat de sociaal-economische politiek, die in Groot-Brittannië onder Margaret Thatcher en in Amerika onder Ronald Reagan had gezegevierd, nu ook in Frankrijk zou worden toegepast, en dat het land zijn vroegere superioriteit zou terugkrijgen.

Vanwege dit soort dingen is Sarkozy aangevallen als ‘een Amerikaanse neoconservatief met een Frans paspoort’. Maar ook dat is onjuist.

Sarkozy is geen ideoloog. Hij is een man van 52 met slechts één ambitie: president van de Franse Republiek te worden. Hij is ook een buitenstaander, wiens Hongaarse vader aan het einde van de oorlog vluchtte om niet door de communisten als klassevijand te worden opgepakt, omdat zijn familie tot de lagere aristocratie behoorde.

Sarkozy’s moeder is de dochter van een arts en kleindochter van een joodse immigrant uit het Griekse Saloniki, die zich uiteindelijk tot het katholicisme bekeerde om zijn Franse vrouw een plezier te doen. De ouders van Nicolas trouwden in 1950. In 1951 kregen ze een zoon, Guillaume, in 1955 Nicolas en in 1959 nog een derde zoon, maar daarna zocht de vader zijn heil elders.

Nicolas Sarkozy groeide op als de klassieke buitenstaander, een vaderloze vreemdeling. Later zei hij: „Ik ben gevormd door de vernederingen van mijn jeugd.”

Zoals veel Franse schrijvers hebben gezegd is Sarkozy een Balzac-figuur, de avonturier die verscheurd door ambitie naar de stad trekt en door een ongeëvenaarde inzet en onuitputtelijke energie op de drempel van zijn gedroomde succes belandt. Hij zou even gemakkelijk een man van links als van rechts kunnen zijn. Zijn loyaliteit ligt bij succes.

William Pfaff is columnist.

©Tribune Media Services