Roemeense jeugd heeft lak aan politici

De Roemeense politiek staat bol van schandalen en intriges. De jeugd trekt er zich niets meer van aan. Op 1 mei gaat het strandseizoen in. Dansen in Vama Veche!

Radu wordt nerveus van het getreuzel van z’n vrienden. Vanuit de hal schreeuwt hij naar boven: „Schiet op! Kleren heb je op het strand toch niet nodig.” Radu wil nog voor zonsondergang in Vama Veche zijn. „Daarna is het te laat, dan zijn de mooiste meiden al ingepikt.”

Voor veel jonge Roemenen is Vama Veche (Oude Grenspost) aan de Zwarte Zee een magische plek. „Het Woodstock van Roemenië,” zegt Viviana. „Je bent vrij, ver weg van de hectiek van Boekarest.” Haar vriend Eugen duwt de kurk door de hals van de wijnfles en neemt gulzig een paar slokken.

Radu, Viviana en Eugen kennen elkaar van de rechtenfaculteit in Boekarest, maar ze raakten pas echt bevriend op een muziekfeest in Vama Veche. „Daar hebben duizenden huwelijken hun oorsprong,” zegt Viviana. Op 1 mei, als het seizoen aan de Zwarte Zee opent, vindt er vanuit Boekarest een uittocht plaats. Oudere Roemenen tuffen in hun Dacia’s naar vergane glorie-badplaatsen bij de havenstad Constantza. Voor de nieuwe rijken zijn er de laatste jaren luxe beauty & health resorts gebouwd. De jongeren slaan vlak voor Constantza rechts af en reizen verder, over een hobbelige weg langs roestige scheepswerfkranen naar het strand. Een stevige wandeling langs de bunkers die dictator Nicolae Ceausescu liet bouwen, en je bent in Bulgarije.

Vama Veche. Uit de mond van Viviana zijn het twee vurige woorden vol verlangen. Politie en andere overheid laten zich in het hippiedorp niet zien. „In Vama Veche regeert de liefde”, zegt Viviana.

Radu heeft acht cd’s klaarliggen. 150 kilometer buiten Boekarest, op een kaarsrechte weg die knalgele koolzaadvelden doorsnijdt, draait Radu de volumeknop naar rechts en brult mee met Bono. Met een magere koe strak aangelijnd sjokt een oude vrouw over de zandstrook langs de weg.

De ‘latino’s van Oost-Europa’, zo karakteriseren de Roemenen zichzelf graag. Een chagrijn denkt dan meteen aan een bedenkelijke zakenmoraal, aan fraude en corruptie. Met die problemen worstelt Roemenië, dat staat buiten kijf. Maar wie zich daar het minst door uit het veld laat slaan is de Roemeen zelf. Hij is wat gewend. Na decennia van dictatuur, en na nog eens achttien chaotische jaren na 1989 heeft hij eelt op zijn ziel.

De toetreding tot de EU, vier maanden geleden, werd door Radu en zijn vrienden gevierd. Maar echt verbaasd zijn ze niet dat hun politici nu al weer hopeloos met elkaar overhoop liggen. Beloofde hervormingen blijven uit. De president is geschorst door zijn vijanden in het parlement. „The usual suspects”, lacht Viviana.

Nergens in Oost-Europa gaapt er zo’n diepe kloof tussen politici en jongeren als in Roemenië. Terwijl de politieke klasse al jaren een beschamende vertoning opvoert, zijn jonge Roemenen bezig aan een inhaalslag, werkend aan het realiseren van hun ambities. „Ons improvisatietalent is een gevolg van de wanorde waarin we volwassen zijn geworden”, zei filmregisseur Catalin Mitulescu onlangs in een interview. Mitulescu maakt deel uit van een groep jonge Roemeense cineasten die de internationale filmwereld versteld doet staan met dynamische films vol zwarte humor en zelfspot. „We waren achttien toen we de straat op gingen om Ceausescu te verjagen”, zegt Mitulescu. „Dat heeft kracht en energie gegeven.”

Radu en zijn vrienden barsten van zelfvertrouwen, ook al gruwen ze van de mores aan hun rechtenfaculteit waar de oude garde nog de dienst uitmaakt. Eén van Eugens professoren is Adrian Nastase, ex-communist, ex-premier en verdachte in tal van corruptiezaken. Nastase’s netwerken zijn zo machtig dat het gerechtelijk onderzoek naar zijn handelen al jaren niets oplevert. „Tijdens Nastase’s college denk ik aan wat anders, aan mijn toekomst,” zegt Eugen.

Of zij wellicht ambitie koesteren om een nieuwe politieke klasse te vormen? „Mij niet gezien”, zegt Radu. „Wie zich bij een partij aansluit wordt vanzelf corrupt.”

Net op tijd arriveren we aan het strand. Radu trekt zijn schoenen uit en rent naar een bar waar zo’n vijftig bezwete lijven kronkelen op de muziek. Vannacht zet hij z’n verstand op nul. „Ondanks alles hou ik van mijn land”, zegt Radu. „Er zijn hier zó veel kansen. Als je de verantwoordelijkheid maar neemt en niet gaat zitten wachten op hulp van buitenaf.”