Onderschepte raket valt wél op Europa

Wat gebeurt er als het raketschild werkt? Dan valt de onderschepte raket die bedoeld is voor de VS, op Europa. Dat is het echte probleem, schrijft Frans Kleyheeg.

Het Amerikaanse initiatief om in Tsjechië en Polen onderdelen van hun nationale raketafweer te plaatsen heeft tot veel discussie geleid. Het is echter van belang om de discussie te ontdoen van retoriek en de aandacht te richten op het aanpakken van de wezenlijke zaken.

De VS werken al langere tijd aan het raketafweersysteem in eigen land en daarbuiten, bijvoorbeeld modificaties aan bestaande radarinstallaties in Groot-Brittannië en IJsland. Het afweersysteem is effectief tegen aanvallen van raketten met een bereik van meer dan 5.500 km, de zogeheten ICBM’s. Het proces om inkomende raketten te onderscheppen kost tijd. Een direct gevolg daarvan is dat een vijandelijke lancering van een raket in de directe nabijheid van de afweerraket weinig kans op succes biedt: onder de vuurtoren is het altijd donker. De opvatting dat de tien afweerraketten in Polen bedoeld zijn tegen het gehele Russische ICBM- arsenaal (Litovkin) wordt daarmee ontkracht.

Interessant is dat de NAVO en Rusland al een aantal jaren samenwerken op het gebied van raketverdediging. Binnenkort zal worden beslist over de start van de derde fase van deze samenwerking.

Op dit moment ontwikkelt de NAVO wapens om legereenheden te verdedigen tegen ballistische raketten. Deze wapens moeten in 2012 operationeel zijn en maken gebruik van systemen die de NAVO-landen willen aanbieden. Deze afweer is vooral gericht op dreigingen op de kortere afstand (SCUD-klasse), maar is minder effectief tegen ICBM’s en is daarom niet bedoeld voor het beschermen van de nationale bevolking. De NAVO heeft ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een verdediging van het gehele NAVO grondgebied. De slotverklaring van de NAVO-top in Riga vermeldt dat de laatstgenoemde studie nader zal worden bekeken op militaire en politieke implicaties.

Onduidelijk is of de NAVO in de toekomst wil investeren in het opbouwen van een afweercapaciteit. Sommige lidstaten zijn niet overtuigd van de dreiging uit Iran en Noord-Korea en leggen de prioriteiten bij andere investeringen. Het is dan ook niet vreemd dat de VS, die die dreiging wel zien, kiezen voor een bilaterale aanpak met Polen en Tsjechië. Daarbij vindt men een gewillig oor, omdat deze landen al langere tijd vrijwel tevergeefs vragen om een meer zichtbare – en economisch aantrekkelijke – aanwezigheid van de NAVO op hun grondgebied.

In plaats van de Amerikaanse plannen te bekritiseren onder verwijzing naar een nieuwe wapenwedloop doet men er verstandiger aan zich te richten op de werkelijke problemen die het afweersysteem met zich meebrengt. Het misschien meest heikele punt dat zelden wordt genoemd staat in vakkringen bekend als ‘consequence management’. Het onderscheppen van ICBM’s vereist een afweerraket met meer trappen. Het op aarde terugvallen van de afgeworpen trappen kan een gevaar opleveren in dichtbevolkte gebieden zoals West-Europa. Maar erger nog zijn de gevolgen als de onderschepping van de vijandelijke raket succesvol is. Deze ICBM kan een chemische, biologische of nucleaire lading vervoeren die op Europa terechtkomt. Hiermee staat men voor het dilemma dat schadelijke gevolgen voor mensen en infrastructuur in het ene land moeten worden geaccepteerd om een ander land te verdedigen.

Het inbedden van de Amerikaanse plannen in de NAVO, zoals door Duitsland wordt gesuggereerd, zal zeker geen directe oplossing bieden. Het eerder geschetste dilemma verdwijnt daarmee niet van tafel en introduceert bovendien nog ten minste twee nieuwe gevoelige vraagstukken.

Ten eerste zal men afspraken moeten maken over de beschermingseisen die men stelt aan een toekomstige raketafweer. Hoe beter de bescherming, hoe hoger de kosten. Kortom, zal men accepteren dat een stad als Reykjavik dezelfde bescherming krijgt als Londen, ook als de kosten daardoor sterk zullen stijgen?

Voorts zal men het eens moeten worden over de commandovoering. Wie zal het besluit nemen om de afweerraketten te lanceren, met alle eerder beschreven gevolgen. Men moet daarbij beseffen dat verschillende koersen en doelen van een inkomende raket ieder een eigen onderscheppingsscenario opleveren en dat de tijdlijnen waarbinnen men tot een beslissing moet komen, extreem kort zijn.

Kortom, laten we ons richten op de echte vraagstukken van het raketschild. Het is noodzakelijk om als Europese landen een gezamenlijk standpunt in te nemen, een mooie rol voor de EU. Daarnaast biedt de NAVO een uitstekend platform voor een dialoog met Rusland, omdat bij de samenwerking op het gebied van raketverdediging al resultaten zijn behaald. Zijn de Europese landen niet in staat om de rijen te sluiten en kiest men liever voor kortetermijnpolitiek, dan moet men de frustraties niet afreageren op de VS.

Het lijkt erop dat de reacties uit het Kremlin juist tot doel hebben om de verdeeldheid aan te wakkeren. Het is echter beter om gezamenlijk de aandacht te richten op het werkelijke probleem, de dreiging die uitgaat van ICBM’s met massavernietigingswapens. Verdere verspreiding daarvan moet worden tegengegaan. Daarbij dienen landen als Rusland en China een prominente rol te krijgen. Al was het maar omdat veel van de huidige wapens zijn gebaseerd op technologie uit die landen.

Frans Kleyheeg is adviseur van Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS).