‘Niet geschikt voor welke oorlog dan ook’

Het oordeel over premier Olmert is keihard. Zijn positie lijkt onhoudbaar. Toch denkt hij niet aan aftreden. Dat is politiek gezien niet opportuun. Daarom gaan reservisten en nabestaanden nu maar de straat op.

Israëlische soldaten dragen hun gesneuvelde collega’s weg in Kfar Giladi. Foto AFP Israeli soldiers evacuate dead comrades 06 August 2006, after a Hezbollah Katyusha rocket slammed into Kfar Giladi killing 12 people. All 12 Israelis killed in a rocket attack near the town of Kfar Giladi close to the Lebanese border were soldiers, the military confirmed tonight. They were all members of a reserve infantry unit who were camping close to a kibbutz, the army said. It was the single deadliest rocket attack since Israel launched its offensive in Lebanon on July 12. EDS:- ADDS CAPTION INFORMATION. AFP PHOTO/ERIC SULTAN AFP

Een zinderende zondagmiddag in de eerste week van de oorlogsmaand augustus. Pas gemobiliseerde reservisten wachten, rokend en kletsend, in de schaduw van de cipressen op de begraafplaats van Kfar Giladi op orders om 300 meter verderop Libanon binnen te trekken. Zij horen de sirenes dat er katjoesja’s in aantocht zijn niet.

Als kort daarop alle tv-stations de beelden uitzenden van het bloedbad – twaalf doden, vijftien gewonden – dringt in Israël het besef door dat de Tweede Libanonoorlog – toen werd nog gesproken over de noordelijke campagne – zou uitmonden in een nederlaag. Tot op dat moment overheerste nog de overtuiging dat Hezbollah ‘gebroken’ kon worden.

Als in de week daarna reservisten, onder wie gezaghebbende krantencolumnisten, terugkomen met verhalen over onduidelijke orders, slechte bevoorrading en gebrekkige training, slaat een bijkans existentiële twijfel toe. Die twijfel verandert in de laatste tien dagen van de strijd in de wetenschap dat Israël de oorlog gaat verliezen, en dat de ontvoerde soldaten niet bevrijd worden.

Sindsdien is het vertrouwen in de politieke leiding stelselmatig afgebrokkeld. Israël voelt zich onzeker en bedreigd als nooit te voren. Die sombere stemming, in sterk contrast tot de economische bloei, verklaart waarom voor de meeste Israëliërs het gisteren gepubliceerde eerste onderzoeksrapport over de oorlog in Libanon geen nieuws bevat. Ook de snoeiharde oordelen over „ernstig falend leiderschap”, het ontbreken van plannen, een strategie, kennis en ervaring vormen voor reservisten en nabestaanden geen verrassing. Dat besef was er al toen zij aan de graven van hun verwanten stonden.

Een duidelijke meerderheid van de Israëliërs vindt al geruime tijd dat premier Olmert en minister Peretz van Defensie moeten aftreden – in navolging van toenmalig chef-staf Halutz. Dat heeft niet alleen te maken met de oorlog van vorig jaar zomer, maar ook met de diepgewortelde vrees dat het slechts een kwestie van tijd is dat Israël opnieuw slaags raakt met Hezbollah, of oorlogen moet voeren tegen Syrië, Iran en de Palestijnse Hamas. Olmert (en Peretz) hebben niet alleen de vorige oorlog verloren, maar worden vooral niet in staat geacht de volgende te winnen en de strijdkrachten naar behoren te leiden.

Peretz, leider van de Arbeidspartij, is als minister van Defensie allang afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met zijn vertrek op dat ministerie.

Hoewel het rapport, opgesteld onder leiding van oud-rechter Winograd, ook voor Olmert een politiek doodvonnis lijkt, staat het allerminst vast dat reservisten en nabestaanden (en de media) hem tot aftreden kunnen dwingen. Organisaties van reservisten bereiden demonstraties voor. Ouders van gevallen soldaten zijn begonnen aan zeer emotionele campagnes tegen de premier die „hun zoons voor niets heeft laten sneuvelen”. Maar Olmert zelf lijkt het rapport te beschouwen als een vorm van geregisseerd stoom afblazen. Hij wordt door zijn eigen partij (Kadima) verdedigd met het argument dat alle ministers van de vier regeringspartijen, 90 procent van de Knesset en alle media (uitgezonderd Ha’aretz) de oorlog steunden.

Bovendien, zo argumenteert Olmert, was hij niet verantwoordelijk voor het feit dat Hezbollah zich had ingegraven langs de grens met Israël. Al evenmin had hij kunnen weten dat het leger niet goed was voorbereid. De generaals hadden hem een verkeerd beeld voorgeschoteld. Impliciet heeft hij ook een deel van de verantwoordelijkheid voor het echec doorgeschoven naar de nog altijd comateuze oud-premier Ariel Sharon. Die zou te weinig hebben gedaan om bases van Hezbollah in zuidelijk Libanon tegen te gaan.

Olmert weet verder dat geen van de vier regeringspartijen nu behoefte heeft aan verkiezingen, die zij volgens de peilingen zouden verliezen. In Olmerts partij Kadima wordt weliswaar stevig gemord, maar een duidelijke opvolger heeft zich nog niet aangekondigd. Bovendien zijn alle potentiële kandidaten nauw betrokken geweest bij het besluit tegen Hezbollah ten strijde te trekken.

Het gevolg van het rapport is wel dat Olmerts positie verder is verzwakt. Hij zal de komende tijd met weinig anders bezig zijn dan met politiek overleven. De premier bevindt zich derhalve niet de positie om zaken te doen met de Palestijnse president Abbas, laat staan dat hij in staat is te reageren op het recent herbevestigde vredesinitiatief van de Arabische Liga.

De Palestijnen vrezen dat de kolonistenbeweging op de bezette Westelijke Jordaanoever het politieke vacuüm zullen gebruiken om nieuwe nederzettingen te bouwen. In de Gazastrook wordt rekening gehouden met invasie door een leger dat zijn geschonden imago wil herstellen.

Inmiddels is een discussie uitgelokt over de vraag waarom het leger vorig jaar niet was voorbereid. Een uitvoerige analyse heeft de commissie bewaard voor het eindrapport in juli. Maar nu al schrijven de onderzoekers dat de politieke en militaire elite dacht dat de tijd van de grote oorlogen voorbij was. Alle aandacht ging uit naar de bijna veertig jaar oude bezetting van de Palestijnse gebieden. Dat juist die bezetting het leger heeft verzwakt, begint nu steeds duidelijker te worden.