Nationaal belang beheerst telefoonstrijd

De strijd om lagere tarieven voor mobiel bellen in het buitenland is nog altijd niet gestreden. Ze gaan omlaag, maar hoeveel? En wanneer? Morgen nieuw overleg.

„Voor velen is een mobiele telefoon een hulpmiddel voor noodgevallen. Maar consumenten zijn volledig aan telefoonbedrijven overgeleverd en durven uit angst voor de hoge kosten de telefoon niet op te nemen.” „Waarom moeten mensen in het buitenland zich wel twee keer bedenken voordat ze een telefoongesprek willen gaan voeren?”

De teksten komen niet uit een pamflet van een activistische consumentenorganisatie, maar uit voorlichtingsmateriaal van de Europese Commissie. Lagere mobieletelefoontarieven voor bellen in het buitenland: diverse keren is al mooi weer gespeeld met dit besluit. Europese Commissie, Europees Parlement, ministers uit de afzonderlijke lidstaten – allemaal zeiden ze dat de aanpak van de buitensporige roamingtarieven het bewijs was dat het tegenwoordig zo vaak bekritiseerde ‘verenigd Europa’ wel degelijk werkt.

Alleen: er is nog helemaal geen besluit. Alle betrokkenen in het onderhandelingsspel liggen nog overhoop met elkaar. Inzet van de strijd: wie krijgt de meeste pijn toebedeeld. Morgen ondernemen vertegenwoordigers van de lidstaten en het Europees Parlement een nieuwe poging om tot een compromis te komen. Ondertussen bestoken de telefoonmaatschappijen de Europese politici met argumenten waarom de EU bezig is een onzalige maatregel te treffen.

Op de informele bijeenkomst, afgelopen vrijdag, van de ministers van Economische Zaken uit de 27 lidstaten gingen de ministers uit Frankrijk en Groot-Brittannië fel tekeer tegen hun Duitse collega, wiens land tot 1 juli aanstaande als roulerend voorzitter van de EU fungeert. Zij vonden dat het voorzitterschap te veel concessies wilde doen aan het Europees Parlement, dat een zeer rigide aanpak voorstaat. Dat juist Frankrijk en Groot-Brittannië het verzet aanvoerden is niet verwonderlijk: deze landen huisvesten met respectievelijk Orange en Vodafone enkele van Europa’s grootste mobieletelefoniebedrijven.

Waar het nu nog vooral om draait is de vraag of mobiele bellers in het buitenland automatisch moeten worden doorgeschakeld naar de aanbieder met het door de Europese Unie vastgestelde eurotarief of dat zij dit eerst zelf moeten aangeven. Een commissie van het Europees Parlement sprak zich onlangs uit voor een automatische doorschakeling, waarbij de consument vervolgens zelf de mogelijkheid krijgt op zoek te gaan naar goedkopere aanbiedingen.

Dat laatste is steeds vaker het geval. Zo heeft Vodafone onlangs het ‘Vodafone-paspoort’ geïntroduceerd waarmee na het betalen van een basisbedrag tegen lokaal tarief in het buitenland kan worden gebeld. Ook wordt het in andere landen telefoneren steeds vaker in zogeheten belbundels van telecomaanbieders opgenomen.

Een meerderheid van de ministers is bereid het Parlement te volgen in het voorstel dat consumenten eerst automatisch naar het eurotarief worden doorgeschakeld. In ruil voor deze tegemoetkoming zou het Parlement genoegen moeten nemen met een hoger eurotarief per minuut. Volgens de parlementariërs zou een telefoongesprek voeren in het buitenland voor eurotarief nog maar 40 cent per minuut mogen kosten terwijl voor een inkomend gesprek ten hoogste 15 cent per minuut in rekening zou mogen worden gebracht. De lidstaten houden het op 60, respectievelijk 30 cent. Het ligt voor de hand dat de onderhandelaars ergens tussenin uitkomen.

Een ander obstakel is nog het tarief dat telefoonaanbieders elkaar in rekening mogen brengen, als de één in het buitenland gebruikmaakt van andermans mobiele netwerk, de zogeheten wholesale. In dit debat roeren vooral de vakantielanden Spanje en Italië zich, waar de nationale telefoonbedrijven belang hebben bij een zo hoog mogelijk doorgiftetarief.

Blijft de vraag waarom Europa zich zo in detail bemoeit met een kwestie die toch aan de vrije markt zou kunnen worden overgelaten. Zoals Europarlementariër Toine Manders (VVD) stelt: „De Europese Unie kan net zo goed zeggen dat bier en benzine goedkoper moeten worden. We moeten bedrijven niet in een keurslijf persen.”

Maar, zegt Europees Commissaris Viviane Reding (Informatiemaatschappij), de initiatiefnemer van de voorgestelde wetgeving: de telefoonbedrijven hebben lang genoeg de kans gehad vrijwillig de tarieven omlaag te brengen, maar dat is onvoldoende gebeurd.