Marktonderzoek

Het Duitse bureau IVM, dat marktonderzoeken uitvoert in de sport, heeft becijferd dat de commerciële waarde van het wielrennen drastisch dalende is. Na de Tour van 2006 bleek de sport voor de sponsoren opeens 52 procent minder waard. De trend lijkt zich dit jaar voort te zetten. Tijdens de jongste voorjaarsklassiekers liepen de kijkcijfers, en dus de commerciële waarde verder terug. In een aantal landen werd ook nog eens flink in de uitzenduren gesnoeid. Als belangrijkste oorzaak van de daling ziet IVM de affaire-Fuentes, oftewel de Operacion Puerto.

De uitkomst van het onderzoek verbaast me. Althans in de zin dat de wielersport pas nu minder waard blijkt te worden voor de commercie. Zet alle grote ‘affaires’ in een chronologisch rijtje, te beginnen met de bombastische Festina-Tour van 1998, en je zou verwacht hebben dat de kijkers het al veel eerder lieten afweten. Operacion Puerto leverde in principe geen nieuwe inzichten op. In het moderne wielrennen mag men ter verbetering van de prestatie graag gebruikmaken van een medisch behandelplan dat doorgaans aan terminale patiënten is voorbehouden. Dat is al lang geen geheim meer. De vraag is dus: wat heeft Operacion Puerto wat de andere affaires niet hadden?

Ik verrichtte een onderzoekje in de kleine kring. Kijken de mensen nog wel?

A: „Wat kan mij het schelen waarmee ze rijden. Als ze maar rijden.”

B: „Ik blijf kijken. Ik ga ervan uit dat ze allemaal tot aan hun dak gedrogeerd zijn.”

C: „Die loopt bij Fuentes, en die weer bij een ander die de pers nog niet heeft gehaald. Wij worden genaaid bij het leven. Persoonlijk zit ik er niet mee.”

D: „Fuentes is een onbetamelijk stuk vreten. Dat is geen dokter. Die verrijkt zich, en daar is alles mee gezegd.”

E : „Operacion Puerto is een zielig symbool voor het echte leven. Wij in Nederland verkopen een bank omdat agressieve aandeelhouders dat wensen. De top van het bedrijf verkwanselt het bedrijf, maar wordt persoonlijk een paar miljoen rijker. Op dezelfde manier verpatsen topwielrenners hun sport. Maar ik neem hen niets kwalijk. Hun grote voorbeelden dansen op de beursvloer. Ja, ik kijk nog naar wielrennen. Als symbolische troost.”

F: „Het is altijd de wielersport die ze moeten hebben. Kunnen ze niet eens uitzoeken wie er behalve die wielrenners nog klant waren van Fuentes.”

G: „Ik heb het helemaal gehad met dat wielrennen. Doodziek word ik van de ontkenningen. Ze begrijpen niets van het spelletje. Wees een vent en zeg: Ja, mijn bloed werd afgetapt door Fuentes voor later gebruik, ik heb gespeeld en verloren. Dat zou ik pas fair play vinden.”

H: „Fuentes is een moderne versie van Mengele. Die deed ook aan rassenveredeling. De wielrenner als ideaalbeeld, daar heb ik nooit in geloofd.”

Ik bespeur geen grote verschuivingen in opvatting. Mijn respondenten zijn commercieel even interessant dan wel oninteressant als voor de affaire. Hooguit klinken ze iets vermoeider.