Jesus Christ according to Joseph Ratzinger

Paus Benedictus XVI heeft een doorwrocht boek geschreven over Jezus.

Hij wil Hem proberen te vrijwaren van alle historische relativering.

Geen alledaags fenomeen: een paus die een gedegen boek schrijft over Jezus van Nazareth. Pausen doen dat gewoonlijk niet, ze schrijven encyclieken of geven een homilie, een preek, uit. Maar deze auteur mag dan paus zijn, Benedictus XVI, hij is tegelijk en van huis uit de theoloog Joseph Ratzinger.

Wat is het voor een boek, en vooral: wat wil Benedictus XVI/Joseph Ratzinger ermee?

Laat ik met de eerste vraag beginnen, al vereist dat even doorbijten. De auteur is een kundig theoloog, en daarbij – zoals menig ander theoloog – nogal wijdlopig. In vaktermen gezegd is het boek een christologie; dat wil zeggen de kerkelijke leer waarin uiteengezet wordt dat Jezus van Nazareth de kerkelijke Christus is, of omgekeerd dat de kerkelijke Christus dezelfde is als de historische persoon Jezus van Nazareth. Deze eenvoudige regel herbergt in een notedop heel het theologisch betoog van de paus/theoloog Ratzinger, zoals ik hem in het vervolg zal noemen.

Het heeft eeuwen van strijd gekost om het zover te krijgen dat de christelijke kerk Jezus als God benoemde, God uit God, ‘eenswezens met de Vader’. Dat leerstuk was veilig totdat in de 18de eeuw de historische kritiek opstond. De Zoon van God een historisch persoon, echt geboren, echt op het water gelopen, echt opgestaan en ten hemel gevaren? Wat echt gebeurd is, mag en moet onderzocht worden en dat bracht de klassieke theologie in een shocktoestand – het geloof werd uitgeleverd aan de wetenschap.

Op het drijfzand van historische gebeurtenissen kan het geloof niet stevig staan. Dus werd het kiezen of delen: Jezus is voorwerp van historisch onderzoek, en dan wankelt het geloof. Of Jezus wordt afgeschermd van het historisch onderzoek; het historisch onderzoek wordt niet van toepassing op hem verklaard, of zo aan banden gelegd dat het geen echt onderzoek meer is. Dat is natuurlijk niet fraai, maar de grondslag van het geloof blijft tenminste overeind.

Op dat punt zet Ratzinger in. Want langzamerhand heeft ook onder rooms-katholieke theologen de idee wortel geschoten dat je een historisch persoon met historische middelen moet onderzoeken. En dat heeft niet alleen geleid tot het introduceren van de zogenoemde historisch-kritische methode van Bijbeluitleg, maar ook tot het loslaten van het oerdogma van de rooms-katholieke kerk: in Jezus van Nazareth kwam Gods Zoon op aarde.

Volgens Ratzinger wordt met dat grondgegeven van de rooms-katholieke leer te vaak gemarchandeerd. Hij wil terug naar het klassieke standpunt. Alle moderne methoden mag je van hem langslopen, als je maar blijft inzien dat ze pas bruikbaar zijn na de geloofsbeslissing dat de evangeliën ons de ware, echte, de historische Jezus uittekenen: de Jezus van het christelijk dogma. Te midden van al die ongewisse moderne onderzoekingen, is dat toch de echte Jezus. Op de vraag ‘wie was Jezus?’ laat Ratzinger dus de dogmatiek het antwoord geven. Anders gezegd: het antwoord wist hij al voor hij met vragen begon.

Merkwaardig, want de aankleding van Jezus van Nazareth is toch een ontwikkeling die in de geschiedenis plaatsvond. Dat heet receptiegeschiedenis: Jezus wordt aangekleed met de waarderingsoordelen van zijn tijd.

Maar die historie staat toch niet stil? Ratzinger zegt dat zelf als het om de toepassing van de leer gaat. Maar bij de beeldvorming over Jezus is van een receptiegeschiedenis ineens geen sprake meer. Een bepaalde fase in de historische ontwikkeling wordt uit de historische stroom gelicht, op het droge gelegd, en voor sacrosanct verklaard, dat wil zeggen: als van Boven gegeven waarheid.

De woorden over Jezus moeten sedertdien worden opgevat als beschrijvingen, om het wat oneerbiedig te zeggen: echt God en echt mens, twee naturen in één persoon. Maar is de taak waarvoor een theoloog staat niet ook om na te gaan of er werkelijkheid aan de christelijke voorstellingen beantwoordt? Zeggen we hemel omdat er een hemel is of is hemel een segment van een religieuze voorstellingswereld, die gesmeed is uit verbeelding?

Maar ik laat deze kant van de zaak verder rusten. Het zal de geïnteresseerde lezer bekend voorkomen, als meer van hetzelfde. En veel gelovigen zullen het wel aangenaam vinden dat de paus vasthoudt aan de overgeleverde waarheden.

Intrigerender is de vraag waarom de paus dit boek vandaag de dag het licht doet zien. Wat wil hij ermee? Ik denk dat we al spoedig dat spoor kunnen ontdekken: het boek is bedoeld als een koersboek voor de rooms-katholieke kerk in een tijdperk van verwatering van het geloof. Het tij dient te worden gekeerd, de gelederen gesloten en de dwalingen aangewezen

Jezus predikte – volgens de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas dan – het komende Rijk van God. Inderdaad een wat lastig na te voelen thema, schrijft Ratzinger, maar men dacht in het verleden aan de kerk, als het daarover ging, de Kerk (hoofdletter) als het middelpunt ervan. Dat deden rooms-katholieke theologen tot op, zeg maar, het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar op dat concilie was het ineens grote wijsheid om niet de kerk maar Christus in het middelpunt te plaatsen. Dat bleek een tijdlang te werken, maar al gauw gingen er stemmen op die vonden dat ook Christus scheiding aanbracht tussen de mensen. Nog beter was het dus om van Christus over te stappen naar God, want Hij is er toch voor alle mensen. Maar tegenwoordig is ook die zwaai nog niet breed genoeg. Tegenwoordig slaat het Rijk op de wereld en mensheid als geheel. Wat Jezus bedoelde was het ontwikkelen van de positieve krachten die de mensheid inwonen, en het Rijk Gods is zoveel als het vredig samenleven van alle mensen.

Dat klinkt mooi zegt Ratzinger, maar het is niet alleen ‘utopisches Gerede’ (utopisch geklets) zonder reële inhoud: ‘Vor allem aber zeigt sich: Gott ist verschwunden, es handelt nur noch der Mensch’. De nieuwe trend ziet Ratzinger als het einde van God, althans van de noodzaak God erbij te halen. De diskwalificatie van de religies is ermee gegeven, inderdaad: religies, staat er, meervoud. Ratzinger zal zich opgejaagd voelen door de standvastigheid van de islam. De christelijkheid van de christenen steekt daarbij af als een armzalige vertoning. Gehoorzaamheid, onderwerping is er ver te zoeken. De islam als voorbeeld voor christenen?

De christelijke identiteit staat op het spel, als de christenen doorgaan op het pad van de alom aangeprezen aanpassing aan de bestaande cultuur. ‘Gott ist verschwunden’, is het resultaat. Met deze lapidaire zin is alles gezegd wat Ratzinger op zijn hart heeft. Want God, Christus en de kerk horen bijeen, ze vormen een drie-eenheid. De kerk gooit haar bovenhistorische oorsprong te grabbel als ze het pad van de wereld opgaat, met welke goede bedoelingen ook.

Het is dunkt mij buiten kijf dat Ratzinger met deze passages het Tweede Vaticaans Concilie de rug toekeert. Paus Benedictus XVI dus. Ik weet niet wat rooms-katholieke christenen met zijn opvatting willen. Zeer voorzichtig zegt Ratzinger dat hij op persoonlijke titel schrijft, u mag mij tegenspreken.

Die uitnodiging zou ik als recensent in elk geval graag aannemen, en hem zeggen dat ik, zoals iedereen in West Europa, wel zie dat de christelijke kerk bezig is in de cultuur van vandaag op te gaan. Maar dat is wat anders dan in rook opgaan. De christelijke kerk gaat aan haar eigen succes ten onder, en zo hoort het.

Het zou sneu zijn als de christelijke kerk haar heil vandaag zou zoeken in het zich afzetten tegen de cultuur. Of sneu? Als Ratzinger, maar laat ik nu zeggen: Benedictus XVI, dat pad serieus op zou willen gaan, kon hij wel eens het laatste restje christelijke inspiratie om zeep helpen.

Joseph Ratzinger / Benedikt XVI: Jesus von Nazareth. Erster Teil. Von der Taufe im Jordan bis zur Verklärung. Herder, 447 blz. € 24,–

Fansite van de paus: www.popebenedictxvifanclub.com