Franse plannen

Toen François Mitterand in 1981 aantrad als president van Frankrijk, begon hij zonder omwegen een beleid van meer staatsinterventie en een met overheidstekorten gefinancierde binnenlandse vraag. De rest van Europa had zulk ‘Keynesiaans’ beleid na de door inflatie geteisterde jaren zeventig juist afgezworen. De botsing die volgde, zei veel over de grenzen van de economische politiek: het kapitaal vluchtte Frankrijk uit en de franc maakte een serie devaluaties door die de munt in twee jaar een derde minder waard maakten. Mitterand zag zich gedwongen zijn programma op te geven.

De marges voor een solistisch optreden binnen de Europese Unie zijn smal. Maar wie Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal, de twee overgebleven presidentskandidaten voor de Franse verkiezingen van aanstaande zondag, hoort, zou bijna concluderen dat zij deze lessen van de geschiedenis zijn vergeten. Het land kan een verstandige economische politiek juist nu goed gebruiken. Frankrijk sloop de afgelopen jaren relatief succesvol door het dal dat de Europese economie doormaakte. Nu de hoogconjunctuur is aangebroken, valt het licht op haar tekortkomingen. Duitsland voerde de afgelopen jaren moeizaam hervormingen door, met name op de arbeidsmarkt. Het plukt daar nu de vruchten van: bloeiende exportindustrie, dalende werkloosheid en een stijgende stemming.

In Frankrijk is er, onder Chirac, te weinig gebeurd. De economische groei heeft moeite gelijke tred te houden met het Europese gemiddelde, de export verliest marktaandeel en de werkloosheid is met 8,4 procent een van de hoogste van de EU. De plannen van de twee kandidaten liggen ver uiteen. Sarkozy wil onder meer de verlammende 35-urige werkweek doorbreken, een serie belastingverlagingen doorvoeren ter grootte van 4 procent van het bruto binnenlands product en het aantal ambtenaren fors verminderen. Royal zoekt het onder meer in een flinke verhoging van het minimumloon en een half miljoen ‘Melkertbanen’ voor kansloze jongeren.

Dit kan de indruk geven dat de Fransen zondag kunnen kiezen tussen een liberaal, marktgericht beleid onder Sarkozy en een traditioneel linkse aanpak onder Royal. Dat is niet geheel het geval. Veel van Sarkozy’s uitlatingen geven blijk van een protectionistische reflex, en beide kandidaten vinden bijvoorbeeld dat de Europese Centrale Bank onder een strakkere politieke controle moet komen – wat staat voor de inzet van rentepolitiek en de koers van de euro voor het stimuleren van de economie ten koste van de bestrijding van inflatie. Bescherming van het nationaal belang breidt zich bij beiden uit tot de landbouw en de industrie. Ze laten grotendeels in het midden hoe zij hun dure plannen willen financieren, wat in Nederland onbestaanbaar zou zijn.

Het belang dat Nederland bij de verkiezingen heeft, is dat van het vooruitzicht op een vitale, open Franse economie. Wellicht is het ditmaal niet zo slecht dat de speelruimte van een Franse president uiteindelijk beperkter is dan beide kandidaten tijdens hun campagnes doen voorkomen.