Een rommelige oorlog

Zijn er grotere blunders denkbaar dan die van een regering die haar land op verkeerde gronden en op een verkeerde manier oorlog laat voeren? De vraag stellen is hem beantwoorden. Alleen denken de Israëlische premier Olmert en minister Peretz van Defensie daar heel anders over. Zij weigeren af te treden, hoewel het gisteren verschenen rapport over de oorlog in Libanon van een door de regering zelf ingestelde commissie daar alle aanleiding toe geeft. De commissie, onder leiding van de oud-rechter Winograd, onderzocht de Israëlische inval in Libanon, waartoe de regering op 12 juli 2006 besloot, nadat twee Israëlische reservisten waren ontvoerd. Dat leidde tot de Tweede Libanonoorlog.

Het verslag waarmee de commissie gisteren kwam, is nog een tussenrapport, maar de conclusies zijn er niet minder vernietigend om. Zij spreekt van „ernstige fouten” die de Israëlische regering bij haar besluitvorming heeft gemaakt. Het besluit om op de ontvoering met een militaire aanval te reageren, was niet gebaseerd op deugdelijk onderzoek; een heldere strategie ontbrak en evenmin was duidelijk wat Israël met zijn inval wilde bereiken.

Ter verdediging van Olmert en Peretz kan worden aangevoerd dat zij destijds een breed draagvlak wisten te verwerven bij regering, parlement en publieke opinie. Maar de commissie-Winograd constateert dat de steun in het kabinet werd verkregen door middel van een dubbelzinnige presentatie van doel en middelen. „De ministers stemden voor een vaag besluit, zonder te begrijpen of te weten wat daarvan de betekenis was en wat de gevolgen konden zijn.” Dit verklaart ook de opmerking van de commissie dat zij weliswaar Olmert, Peretz en de al in januari afgetreden chef staf van het leger, Halutz, primair verantwoordelijk stelt, maar dat vele anderen medeverantwoordelijk zijn. In Nederlandse termen uitgedrukt: Israël werd een oorlog in gerommeld – en het land liet zich de oorlog in rommelen. En ditmaal niet om een gerechtvaardigde verdediging van de landsgrenzen.

Het rapport kraakt vele harde noten over het gebrek aan militair inzicht van Peretz als minister van Defensie, dat hem verhinderde om tot een verstandig oordeel te komen over de plannen van Halutz en het leger. Hetzelfde verwijt wordt Olmert gemaakt, een premier die onvoldoende op de hoogte was van de complexe situatie in Libanon. Zelden was een rapport zo hard en duidelijk.

Aftreden van Olmert en Peretz zou natuurlijk ongelegen komen. De regeringspartijen zouden volgens opiniepeilingen verkiezingen nu verliezen. Misschien dat Olmert de steun van zijn Kadima-partij houdt; in het geval van Peretz en zijn Arbeidspartij is dat al zeer onwaarschijnlijk. Hoe dan ook: overwegingen van partijpolitieke opportuniteit kunnen er nu moeilijk toe doen. De Tweede Libanonoorlog duurde vorig jaar ruim een maand en kostte 1.109 Libanezen en 43 Israëliërs het leven. De twee ontvoerde soldaten zijn niet bevrijd. Een premier en een minister van Defensie die hun land op ondeugdelijke gronden en op een amateuristische manier in een oorlog hebben gestort en dus de bevolking in gevaar hebben gebracht, kunnen niet aanblijven.