De schijnwereld van media

Filosoof Guy Debord schreef en dacht over onze ‘spektakel-maatschappij’.

Hij maakte ook films, en die zijn door hun kritiek op het medium tegelijk anti-films.

In de geest van Guy Debord. Nietsvermoedende voorbijgangers gefotografeerd in Sydney. Foto Beat Streuli Streuli, Bert

De Franse filosoof en activist en vooral Situationist genoemde Guy Debord (1931-1994) wordt de laatste tijd weer vaak aangehaald als het erom gaat de ‘spektakelmaatschappij’ waarin wij leven te begrijpen. Die omschrijft hij in zijn bekendste werk La société du spectacle (1967) als de schijnwereld van reclame en media waarin ons consumptie-illusies worden verkocht en aangepraat die de mens steeds verder van zichzelf vervreemden. Het is niet moeilijk om hierin een echo van die andere filosoof van de vervreemding te horen: Karl Marx.

La société du spectacle wordt om die reden ook wel eens ‘Das Kapital van de twintigste eeuw’ genoemd. Het boek verscheen aan de vooravond van de Franse studentenopstanden van mei 1968 en is waarschijnlijk een van de lonten in het kruitvat geweest. Later was Debord ook een van de inspiratiebronnen voor de punkbeweging van de jaren zeventig en de ‘andersglobalisten’ van nu. Wat het Situationisme precies is weigerde Debord te formuleren: ,,We zijn hier niet gekomen om kutvragen te beantwoorden’’, antwoordde hij een journalist eens.

Minder bekend is dat Debord ook films maakte. Want film blijft natuurlijk een machtig medium om je boodschap te verkondigen, hoe verfoeilijk en manipulatief het verder ook is. Debords films zijn daarom films en anti-films ineen. Het zijn collages van bestaande filmbeelden, die door de montage en de voice-over in een nieuwe, subversieve context worden geplaatst en – zo was het doel – op die manier hun ware aard blootleggen. Die films zijn nu op dvd verzameld, in een prachtig uitgegeven box met boekjes en documenten, documentaires en trailers. Niets is ondertiteld, en dat is dan weer tekenend voor de arrogantie van dvd-producenten in het Europa van nu. Er zijn van de teksten en films van Debord Engelse versies voorhanden, dus waarom die niet opgenomen? Maar dat is waarschijnlijk net zo aan dovemansoren gericht als de simpele vraag waarom niet alle betere Nederlandse films op dvd van een Engelse ondertiteloptie worden voorzien.

In de trailer van zijn laatste film In girum imus nocte et consimimur igni (Wij dolen rond door de nacht en worden verteerd door het vuur, 1978) laat Debord God zelf aan het woord. Die stelt dat als hij wist dat als gevolg van zijn schepping deze film ooit gemaakt zou worden hij er maar helemaal van af had gezien. Het is Debords persoonlijkste film. En dat betekent dat hij begint als een traktaat over de filmkunst, een pamflet over de bedrieglijke driehoeksverhouding tussen film, toeschouwer en criticus. En dan neemt Debord zijn toeschouwer mee naar het Parijs van 1950, waar de jonge Debord het straatschuimen en slempen tot kunst verhief.

Deze lof der ledigheid was zijn voornaamste vorm van verzet tegen de spektakelmaatschappij. Zijn wandeltochten en drankgelagen konden uren, nachten, dagen duren. Ze brachten hem naar afbraakpanden, buitenwijken, hoerenkroegen en plaatsen die nog niet waren aangetast door de dictatuur van de verstrooiing.

Zo struinen ook zijn films door de filmgeschiedenis. Met een grote voorkeur voor de lievelingen van de cinefielen. Fragmenten uit het werk van onder anderen John Ford en Orson Welles duiken op in de verfilming die hij in 1973 van La société du spectacle maakte. Het is een radicale analyse van de emotiemachine die vandaag de dag op 49 televisienetten tegelijkertijd schalt en schettert. Wat dat betreft is Debord niet alleen de grootste criticus van de massacultuur, maar op een rare manier ook z’n profeet. Want natuurlijk is het allemaal nog 83 keer erger dan waarover hij zich opwond.

Kort voor zijn dood verbood Debord de verdere vertoning van zijn films. Daar is nu met deze dvd in ieder geval een einde aan gekomen.

Guy Debord. Oeuvres cinématographiques completes (Gaumont)

Films

*****

Extra’s

*****