Actie tegen radicalen

De moord op Pim Fortuyn, de enige politieke moord van na de oorlog, is gepleegd door een dierenrechtenradicaal. De overheid beschouwt radicaal dierenactivisme mede daarom terecht als een van de belangrijke dreigingen van de samenleving, naast moslimextremisme en rechts radicalisme. Volgens het laatste jaarverslag van inlichtingendienst AIVD zijn Nederlandse activisten een grotere coördinerende rol gaan spelen op het Europese continent. Nederland wordt een belangrijk bruggenhoofd voor deze uit Groot-Brittannië stammende beweging. Er is hier sprake van een opleving van criminele activiteiten van dierenrechtenradicalen, zoals grootschalige vernielingen, brandstichting, bedreigen en lastigvallen van personen en hun familieleden.

Tegenwoordig richt de beweging zich vooral tegen wetenschappelijke proeven met dieren. De bedreigde personen hoeven niet eens rechtstreeks met deze activiteiten te maken te hebben. Zo werd onlangs personeel van Euronext belaagd, omdat deze beurs is gefuseerd met de New York Stock Exchange. Daaronder valt een kleine beurs waarop een Brits proefdierlaboratorium staat genoteerd. De kring van mensen die kunnen worden geterroriseerd door dreigementen, autovernielingen en brandstichting, is dus buitengewoon groot.

De grenzen tussen de legale en illegale vleugels van dierenrechtenradicalen zijn niet helder. De illegale vleugel kiest vaak dezelfde doelwitten als de legale. De AIVD spreekt van een piramidestructuur met aan de top enkele tientallen mensen die, zoals Volkert van der G. indertijd, tot het uiterste willen gaan. Tot nu toe heeft justitie weinig vat op de illegale dierenrechtenactivisten. Veel vernielingen en bedreigingen zijn onopgehelderd gebleven.

Justitie moet uiteraard meer werk maken van de opsporing van mensen die anderen terroriseren om een einde te maken aan dierproeven. Legale aanhangers van dierenrechten zouden hierbij kunnen helpen, want ook hun zaak wordt uiteindelijk geschaad als daar misdaden voor worden gepleegd. De Partij voor de Dieren kan niet volstaan met een semantische discussie over de vraag of de aanslagen terreur zijn of niet.

Organisaties die met dierproeven te maken hebben, zouden meer moeten vertellen over het werk wat zij doen en de vele waarborgen die er zijn tegen nodeloos leed. In Nederland zijn bijvoorbeeld dierproeven voor cosmetica allang niet meer toegestaan. Dierproeven staan ten onrechte in een kwade reuk. Ze zijn nog hard nodig voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen voor vrijwel alle ziekten, van diabetes tot aids. Mensen kunnen niet dienen als proefkonijn en in de meeste gevallen zijn geen andere testmethoden mogelijk. De zogenoemde life sciences zijn van levensbelang. Organisaties van patiënten, wetenschappers of fondsen voor onderzoeksfinanciering moeten gezamenlijk en zelfbewust de voorlichting ter hand nemen, zodat dierenrechtencriminelen de steun van sympathisanten verliezen. De gedragslijn voor biomedisch en farmaceutisch onderzoek kan niet worden bepaald door een handjevol fanatiekelingen.