Strijdende partijen in Sri Lanka zijn terug bij af

Kort na het aantreden van de Sri Lankese president Rajapakse is het conflict met de rebellen verscherpt. ‘De Tamil Tijgers verkiezen oorlog, met een president die ook oorlog voert.’

Een trojka, noemen politieke tegenstanders de Sri Lankese president Mahinda Rajapakse en zijn broers Gothabaya en Basil. Aanpakkers die een einde zullen maken aan de terreur van de Tamil Tijgers in het noorden en oosten van het eiland, vindt een groot deel van de etnische Sinhalezen in het zuiden en westen. Feit is dat een maand nadat Mahinda in november 2005 de presidentsverkiezingen won, Gothabaya tot minister van Defensie benoemde en Basil tot zijn belangrijkste adviseur, het geweld oplaaide, na drie jaar van wankele vrede.

Sri Lanka is nu terug bij af. Sinds de hervatting van de strijd zijn ruim 4.000 doden gevallen. In het afgelopen halfjaar is door een militaire operatie in het oosten een humanitaire crisis ontstaan. Mensenrechtenschendingen zijn aan de orde van de dag. En gisteren voerden de Tijgers hun derde luchtaanval uit, ditmaal op olie-installaties bij de hoofdstad Colombo, waarop de luchtmacht Tijger-stellingen in het noorden aanviel.

„We zijn in een situatie beland waarin de partijen hun standpunten van zeg vijftien jaar geleden innemen”, zegt Jehan Perera, directeur van de onafhankelijke denktank National Peace Council, in zijn huis in Colombo. „Deze regering zegt dat zij niet te maken heeft met een etnisch conflict, maar slechts met een terreurgroep, waarmee je niet hoeft te onderhandelen. Veel Sinhalezen stemmen daarmee in en vinden dit een gerechtvaardigde oorlog. De Tamil Tijgers zeggen geen andere oplossing meer te accepteren dan een onafhankelijke staat voor de Tamilminderheid.”

Deze maand verklaarde Gothabaya het in 2002 onder Noorse bemiddeling overeengekomen staakt-het-vuren dood, na een woordenspel van anderhalf jaar. „Er is geen staakt-het-vuren. Het is betekenisloos. Waarschijnlijk houden we het officieel alleen in stand om de internationale gemeenschap tevreden te houden”, zei hij in een interview met persbureau AP. Als het leger het militair gezien succesvolle offensief tegen de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE) in het oosten heeft afgerond, zal het „zeer zeker” doorstoten naar de bolwerken in het noorden, in een poging definitief af te rekenen met de rebellen.

Maar 23 jaar oorlog heeft duidelijk gemaakt dat deze strijd niet militair is te beslissen, vindt Perera: „Beide kampen denken af en toe te kunnen winnen. Nu is dat de regering. Maar deze guerrillastrijders zullen nooit opgeven.”

„De huidige operatie in het oosten is een betekenisloze exercitie”, zegt Lakshman Kiriella, parlementariër namens de belangrijkste oppositiepartij UNP. „Als de regering echt een oplossing zou willen vinden voor het conflict, zou ze militaire leiders aanstellen die goed bekend zijn met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren.” Dat geldt niet voor Gothabaya, die voordat hij minister werd zeventien jaar in de Verenigde Staten woonde, waar hij als IT-specialist in een universiteitsbibliotheek werkte. De situatie bij zijn terugkeer in 2005 was veel meer op dialoog gericht dan toen hij als luitenant-kolonel Sri Lanka verliet. Critici van de regering zien het feit dat Gothabaya de broer van de president is als zijn belangrijkste kwalificatie.

Volgens Kiriella, woordvoerder mensenrechten voor de UNP, moeten de partijen onmiddellijk terugkeren naar de situatie van het staakt-het-vuren. Maar dat lijkt onwaarschijnlijk, nu het leger zoveel terrein heeft ingenomen. „Bovendien”, denkt Perera, „verkiest de LTTE oorlog, met een president die ook oorlog voert.” Een hervatting van het vredesproces is „hun grootste angst. De Tijgers voelden zich in de val gelokt met het vredesproces. Hun belangrijkste eisen – gedeeld leiderschap met de Sinhalezen, opheffing van de internationale verboden op hun organisatie en grootschalige economische hulp aan het Tamilgebied – leken niet ingewilligd te gaan worden.” De LTTE hielp Rajapakse aan zijn verkiezingsoverwinning door veel Tamils de toegang tot de stembussen te verhinderen.

Volgens velen is de macht van de gebroeders Rajapakse gevaarlijk groot. „Gedrieën beheren zij 65 procent van de overheidsfinanciën, terwijl er honderd ministers zijn. Dat biedt ruimte aan een hoge mate van corruptie”, aldus Perera. De ogen zijn bijvoorbeeld gericht op het in juli vorig jaar opgerichte staatsbedrijf Lanka Logistics and Technologies, dat verantwoordelijk is voor alle wapenaankopen voor leger en politie. De maatregel was bedoeld om de corruptie in de wapenhandel te bestrijden. Gothabaya werd een van de twee directeuren.

Later werd bekend dat een dag eerder een omstreden aankoop was gedaan. De regering had in Oekraïne drie MiG-gevechtsvliegtuigen gekocht die al aan hun maximaal aantal toegestane vlieguren zaten. Toch werd hiervoor ruim een miljoen dollar meer betaald dan voor de jongere MiGs die de regering eerder in Oekraïne gekocht had. Het geld is volgens de kritische krant The Sunday Times overgemaakt aan een niet-bestaand ‘brievenbusbedrijf’ in Groot-Brittannië.

„Het is waar dat er vóór de oprichting van Lanka Logistics steekpenningen werden betaald door wapenhandelaars”, zegt defensiespecialist Iqbal Athas in zijn glimmende kantoor in een buitenwijk van Colombo. Voor de deur houden agenten de wacht, omdat hij enkele jaren geleden met de dood werd bedreigd. „Maar vroeger was het aankoopproces transparanter dan nu. Er zijn hier altijd mannen in uniform van de ene op de andere dag miljonair geworden. Dat is nu niet veranderd. Voor sommigen is oorlog een prettige levensstijl geworden, en dat alles onder de noemer van patriottisme.”