Machteloos Ajax mist vurige wil om kampioen te worden

Willem II 0 Ajax 2

Ruststand 0-1. 19. Emanuelson 0-1. 69. Huntelaar 0-2. Scheidsrechter: Haverkort. Toeschouwers: 14.000.

Met het strakke gezicht van een begrafenisondernemer stapte Ajaxtrainer Henk ten Cate in de spelersbus die dicht tegen de hoofdingang van het Willem II-stadion geparkeerd stond. Hij keek niet op of om en negeerde de supporters rondom de bus die hatelijke teksten zongen als ‘Henkie neem je rotzooi mee’. Voorzitter John Jaakke werd bij zijn auto staande gehouden door teleurgestelde en schreeuwende fans. Hij luisterde rustig. Wat een sociaal werk hebben voorzitters toch te doen.

Het zijn bekende taferelen geworden. Supporters die hun onvrede in agressieve woorden en gebaren kenbaar maken. Zo dicht bij de titel zijn, zo sullig de kans op het dertigste kampioenschap verspelen, dat vergt veel incasseringsvermogen van al die mensen die hun hart hebben verpand aan hun voetbalclub. Zoals ze stonden te zingen toen twintig minuten voor tijd Klaas Jan Huntelaar 2-0 maakte. Wat waren ze gelukkig met de titel in zicht.

En toen was er het vijfde doelpunt van PSV, dat het kampioenschap weer teniet deed. Met de moed der wanhoop schreeuwden de Ajaxfans hun ploeg naar het bevrijdende doelpunt. Maar het kwam niet. Waarom niet? Waarom was Ajax niet aan stormloop bezig? Waar was Wesley Sneijder met zijn afstandskogels, waar was de sluwe Huntelaar, waar was de durf, de vurige wil om te scoren en kampioen te worden? Ajax durfde niet echt, zoals het een Ajaxelftal betaamt; dat was niemand ontgaan. Zo voelt dat als supporter als je ziet dat je ploeg er niet voor durft te gaan. Eén doelpunt tekortkomen, dat kan. Maar dat stapje meer, waar was dat?

In zo’n geval gaan de gedachten terug naar de nieuwjaarstoespraak van voorzitter Jaakke, waarin hij zei dat het mentale aspect bij Ajax onderbelicht is. Niet de roep om een mentale opvang voor spelers in nood, maar gewoon de mentale begeleiding, een sportpsycholoog die voetballers leert om te gaan met spanning en angsten, ze zelfverzekerd maakt door oefeningen en praatsessies – niets bijzonders in de volwassen sportwereld, wel in de Nederlandse voetbalwereld. Hoe win ik, als het moet?

Bijvoorbeeld met de bedoeling dezelfde overtuiging te kweken die trainer Ten Cate de afgelopen week etaleerde. Wat is er niet gelachen toen hij zei het sterke gevoel te hebben dat Ajax in Tilburg met de kampioensschaal in handen zou staan. Misschien had hij met zijn positieve instelling toch iets van een goeroe die beweert dat de samenleving alleen door liefde voor elkaar gezond wordt. Heeft Ten Cate wel de kracht om zijn spelers te overtuigen?

Willem II schijnt een van zijn beste wedstrijden van het seizoen te hebben gespeeld. Maar dan nog hadden Huntelaar, Sneijder en Ryan Babel veel meer moeten en kunnen scoren. En dan kan het ook wel eens aan geluk ontbreken. Huntelaar die zeven minuten voor tijd met een fraaie kopbal het doel op nog geen vijf centimeter miste. Of de kopbal van Thomas Vermaelen die op de lijn werd gekeerd.

Als de titel niet gisteren in Tilburg veroverd had kunnen worden, dan toch zeker vorige week tegen Sparta, waar na een 3-0 voorsprong slechts met 5-2 gewonnen werd. Lichtzinnigheid – of was het toch angst en gebrek aan zelfvertrouwen – vierde hoogtij, vooral in de beslissende wedstrijden. Trainer Ten Cate heeft zijn best gedaan. „Wat zijn we toch een stelletje klootzakken”, had hij spontaan gedacht na afloop van de wedstrijd. Ook hij stond machteloos. Hij stuurde doelman Stekelenburg naar voren bij de laatste hoekschop, maakte zich kwaad op alles en iedereen. Maar het hielp niet. Ajax had maar één doelpunt meer moeten maken, één onnozele goal. Wat is het leven van een sporter toch hard. Topsport is een kwestie van details. Ook voor het vroeger zo zelfbewuste Ajax.