Liefdesverdriet en egoïsme in ‘Het Woud’

Theater: Het Woud van Ostrovski door De Appel. Regie: David Geysen. Gezien: 28/4 Appeltheater Scheveningen. Aldaar te zien t/m 2/6. Inl 070-3523344 & www.toneelgroepdeappel.nl

Toneelspelers die de waarheid vertellen, een tragische en een komische held die de gevoelloze, aristocratische wereld de spiegel van hun egoïsme voorhouden: dit is de kern van het wonderlijke toneelstuk Het Woud van de Russische schrijver Alexander Ostroviski (1823-1886). In Nederland is dit stuk in 1953 opgevoerd door het Amsterdamse Toneelgezelschap, daarna raakte het vergeten.

Toneelgroep De Appel schenkt terecht opnieuw aandacht aan Ostrovski, die niet zozeer een theaterauteur is als wel een kenner van het theater. In tal van opzichten is Het Woud een pastiche van Hamlet. De twee toneelspelers, tragicus en komediant, zijn helemaal Rozencrantz en Guildenstern. Het uit liefdesverdiet wanhopige meisje Aksinja, vertolkt door Marieke van Leeuwen, is als gelijk aan Ophelia. Anton Tsjechov heeft op zijn beurt veel geleend van Het Woud. We vinden adel terug als klaplopers en arrogante nietsnutten. En het woud heeft dezelfde symboolwaarde als de kersentuin.

In een fraai ruimtelijk decor van Tom Schenk speelt het stuk zich af. Er bevinden zich geen deuren in de witte, verkreukelde wanden. Slechts sobere kamerschermen geven decorwisselingen aan. Sacha Bulthuis als landeigenares Raisa heeft een jongeman in huis gehaald om haar nichtje een huwelijk in te loodsen. Maar nichtje Aksinja, de Russische Ophelia, is verliefd op een andere prille jongeman.

Regisseur David Geysen maakt met Het Woud zijn debuut in de grote zaal van het Appeltheater. Hij sluit aan bij de stijl van dit gezelschap: het spel is fysiek, vitaal en levendig. Het toneelspelersduo Bob Schwarze en Iwan Walhain is onweerstaanbaar goed. Geysen maakt gebruik van zintuiglijke effecten: muziek, dramatische lichtstanden, felle contrasten zoals tussen de hartstochtelijk spelende Marieke van Leeuwen en de treurige dienstbode Gaby Milder. En tegenover het luidruchtige toneelspelersduo staat de ijzingwekkende huismeester Jan van Eijndthoven.

Het Woud werd in 1870 voor het eerst opgevoerd. In het hiërarchische Rusland van destijds zag de heersende macht er een aanklacht in van lijfeigenen tegen hypocriete aristocratie. Deze opstandigheid herkennen we ook bij Tsjechov. Maar Ostrovski is een anders geaard auteur. Hij mist de meeslepende melancholie van Tsjechov. Hij is eerder een satiricus. Het accent van acteerstijl en regie ligt dan ook op die venijnige toon. Misschien zelfs teveel. Meer rust en stiltes zouden voor wonderen kunnen zorgen. De geluidseffecten zijn te opdringerig.

Het Woud is als satirische voorstelling helemaal perfect. In tempo gespeeld en vaardig gebracht. Maar denk ik aan Tsjechov, ook in weergaloos mooie decors van Tom Schenk door dezelfde Appel gebracht, dan mis ik de ontroering. Behalve bij Sacha Bulthuis als grootgrondbezitster: het duistere, dreigende woud is haar bezit. Maar zij mist de liefde. In een enkele trillende beweging van haar lichaam laat zij onvergetelijk zien hoe eenzaam deze welgestelde vrouw is. Haar gezicht is wit geschminkt met ogenzwart als contrast. Zij is de tragédienne pur sang.