Kunstrovers voor Franse rechtbank

Het Openbaar Ministerie in Fontainebleau heeft een celstraf van 30 maanden geëist tegen de Nederlander Franciscus T. (52) Samen met andere Nederlanders zou T. in de jaren negentig betrokken zijn geweest bij de roof van kunstvoorwerpen.

Behalve T. stonden ook de Nederlanders Petrus S. (44) en Antonius van H. (52) eind vorige week terecht voor de rechtbank van Fontainebleau. Het drietal zou betrokken zijn bij een bende die van 1994 tot 1998 in Frankrijk bij vaak gewelddadige overvallen vazen, tapijten, schilderijen en klokken buitmaakte. Uit een kasteel verdwenen onder meer degens van Napoleon. Het museum in Fontainebleau raakte voor 2 miljoen euro aan kunstvoorwerpen kwijt.

Kunstroof geldt in Frankrijk als een omvangrijk probleem. Jaarlijks worden duizenden (land)huizen, kastelen en kerken beroofd van schilderijen, klokken, beelden en meubels. Nederlanders en Vlamingen spelen daarbij een belangrijke rol, vooral als opdrachtgevers en helers. Ook T. en de zijnen worden nu verdacht van heling van gestolen kunst en van lidmaatschap van een internationale bende.

De geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor T. komt overeen met de duur van zijn voorlopige hechtenis. Ook eist het openbaar ministerie een voorwaardelijke straf van 17 maanden. Verder moet T. de slachtoffers een schadevergoeding betalen, mogelijk van enkele tonnen. T. is overigens ook verdachte in een andere kunstroofzaak, waarvoor hij in 2005 enige tijd heeft vastgezeten in Clermont-Ferrand.

De onderzoeksrechter in de Fontainebleau-zaak kwam in 1997 naar Nederland, waar bij de verdachten thuis inventarislijsten en gestolen voorwerpen werden gevonden. Verdachte Antonius van H. accepteerde toen een schikking van het parket in Roermond. Om die reden heeft de officier van justitie in Fontainebleau ontslag van rechtsvervolging gevraagd voor H. „Dat had veel eerder gekund. Ik heb al jaren geleden aangetoond dat mijn cliënt deze zaak al had afgedaan in Nederland”, zegt zijn advocaat C. Dunand.

De derde verdachte, Petrus S., zit in Nederland vast voor de handel in xtc. Hij wordt vooralsnog niet uitgeleverd aan Frankrijk. De aanklacht zaak tegen de vierde Nederlandse verdachte is geseponeerd. Uitspraak 28 juni.