Kreizbergs Beethoven zeldzaam energiek

Concert: Ned.Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg. Gehoord: 29/4, Concertgebouw, A’dam. Herh.: 1 mei, aldaar.

Aan de vooravond van meiherdenkingen en -vrijheidsvieringen speelt het Nederlands Philharmonisch Orkest een programma dat bij die thema’s aansluit. In het toelichtend filmpje dat het orkest toont in de foyers, legt chef-dirigent Yakov Kreizberg uit dat „vrees voor het lot” en „strijd voor vrijheid” de Vijfde symfonieën van Beethoven en de Deense componist Carl Nielsen met elkaar verbinden. Maar beide werken klonken gistermiddag in het Concertgebouw eerder als tegenhangers dan als verwanten.

De uitvoering van Beethovens Vijfde symfonie maakt deel uit van de Beethovencyclus die Kreizberg in februari al krachtig begon met de Tweede symfonie en die hij in mei vervolgt met de Achtste. Dat de Vijfde juist nu klonk, is logisch; de vier noten tellende ‘noodlotsroffel’ waarmee de symfonie begint, werd door de geallieerden gebruikt als morsecode voor de V van Victory. Juist daarin leek Kreizberg de sleutel tot zijn extreem energieke en contrastrijke interpretatie te hebben gezocht. Zo ploegend zwaar als het openingsmotief kan klinken, zo vitaal en zwierig klonk het nu, zelfs al speelde het orkest in grote bezetting. De sfeer van het Andante was vooral elegant, en pas in de Finale verduisterde Kreizberg de lucht, opdat de triomfantelijke majeurmodulatie werkelijk als een feniks uit de as kon verrijzen.

De te weinig bekende Vijfde symfonie (1920-22) van Nielsen is van begin tot eind doordesemd met chaos, beklemming en onderdrukking. Daaraan is vooral de rol van de kleine trom debet, die met zijn door Nando Russo maximaal urgent aangezette roffeltjes naar Sjostakovitsj’ twintig jaar later gecomponeerde Zevende symfonie vooruitwijst. Ook in sfeer doet Nielsens Vijfde vaak aan Sjostakovitsj denken; in de melancholie en de nervositeit van de strijkers, zelfs in de betoverende, uitputtende klarinetsolo. Kreizberg dirigeerde Nielsen even energiek en dramatisch als Beethoven, maar de vlijmscherpe zeggingskracht die hij in Beethoven bereikte, kwam in Nielsen minder markant over.