‘Het beste meel is van Aldi’

Eerste generatie Turkse vrouwen houden de traditionele keuken in ere.

Op één dag 40 kilo deeg verwerken is voor deze vrouwen een koud kunstje.

Als Ayse Yildirim (59) tachtig kilo meel afrekent bij de Aldi op het Tilburgse Transvaalplein, fluistert ze gegeneerd in het Turks wat de caissière wel niet van haar moet denken. Vast dat Yildirim vreest dat er oorlog komt of dat de bloemprijzen de lucht in gaan schieten. Maar ze heeft de bloem gewoon nodig. Met haar vriendinnen gaat ze flinterdunne Turkse broodjes, yufka, maken voor haar dochter, schoondochter en nog drie familieleden.

Buiten werpen voorbijgangers verbaasde blikken op Yildirims volle winkelwagen die zwiert over de klinkers van het parkeerterrein. Eenmaal achter het stuur haalt ze opgelucht adem. De boodschappen zijn klaar, nu de yufka nog. Dat stelt niet veel voor, vindt ze. „Met Allahs hulp is het twee dagen werken.”

Zodra de lente haar neus laat zien en de terrassen vollopen, komen oude en jonge Turkse vrouwen in achtertuinen bij elkaar. Daar maken ze ouderwets yufka-broodjes of manti, verschillende soorten pasta, voor het hele jaar.

Nerciye Yigit (60) bijvoorbeeld, die buiten bij twintig graden nog een vest draagt, net als haar vier vriendinnen die komen helpen. „Wij zijn oud en hebben het koud”, zegt Yigit lachend. Behendig rolt ze het deeg uit tot het bijna doorzichtig is, waarna haar vriendin Yeter Bahadir (59) het bakt.

De jonge vrouwen in het gezelschap vullen het deeg tussen de middag met gehakt en aardappelen, aubergines, kaas of eieren. Alle buren die buiten zijn, moeten het proeven. Wie het kan ruiken, kan er zin in krijgen. „Als we het hen niet aanbieden, zal Allah ons straffen, omdat we daar geen rekening mee hebben gehouden”, zegt Yigit. Daar gelooft de oude generatie nog heilig in.

De Turkse keuken kan tijdrovend en slopend zijn. Vooral yufka maken is een vak apart dat oudere vrouwen goed beheersen. Hun dochters en schoondochters laten hen daarom vaak een dag of twee hard werken voor een flinke voorraad in de diepvrieskist. Onaangekondigd bezoek moet je toch yufka, Turkse ravioli, gevulde broodjes of gerolde druivenbladen kunnen aanbieden. En werken voor de vrieskist van ‘anderen’ vinden de oudere vrouwen helemaal niet erg, maar juist gezellig.

Het gebeurt weleens in deze tijden van het jaar dat het meel bij de Aldi uitverkocht raakt. Want daar zweren de oudere vrouwen bij. „Het beste meel in Nederland komt van de Aldi.” Ze klagen dat de prijs van een pakje meel het afgelopen jaar is gestegen van 19 naar 36 cent. „Het leven is veel duurder geworden na de euro”, zegt Yigits vriendin Bahadir. „Ik kom amper nog rond.”

De vrouwen praten vaak over vroeger. Dat er toen nog geen bakkers waren in hun dorp Omerhacili, 150 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad Ankara. Dat yufka hun brood was en van veel andere dorpelingen in Anatolië. Ze wilden heel graag Turks brood, maar dat was simpelweg niet te verkrijgen. Nu is deze soort yufka zelfs in Turkije een luxe.

Twee dagen later komen dezelfde vrouwen, versterkt met meer vriendinnen, in een andere Tilburgse tuin bijeen. Dit keer gaan ze manti maken. De enige man in de tuin is de 56-jarige echtgenoot van de gastvrouw. Hij slijpt de messen scherp die de vrouwen gaan gebruiken om het deeg in stukken te hakken. „Tussen zo veel schapen heb je één herder nodig”, grapt weduwe Bahadir. Zijn schoondochter vindt het zeer grappig. Hij lacht als een boer met kiespijn.

Aan beide kanten van de tuin hangen twee buurvrouwen over de schutting. Janneke en Corry schreeuwen over en weer in plat Tilburgs. „Komt dit stuk in een Turkse krant?” wil Janneke weten. En: „Is nrc.next dan een Nederlandse krant?” Corry vindt het gemoedelijk om de vrouwen zo bezig te zien. Elke keer als haar Turkse buurvrouw iets lekkers maakt, krijgt ze een bordje. „Ik weet niet wat het is, maar het is altijd lekker!”