Help, mijn baan gaat naar India

Wanneer bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar het buitenland, zorgt dat meestal voor consternatie.

Niet alle zorg is terecht.

Hoe de overname van ABN Amro ook afloopt, het ligt voor de hand dat het arbeidsplaatsen gaat kosten. Het zou gaan om meer dan twintigduizend arbeidsplaatsen, onder andere door overheveling naar lagelonenlanden.

Bij internationale bedrijfsverplaatsing overheersen doorgaans de consternatie en de zorgen, vooral over het lot van de werknemers. De negatieve gevolgen van internationale bedrijfsverplaatsing blijven niet beperkt tot banenverlies – er is ook sprake van kapitaalvernietiging en verlies van kennis. Bovendien wordt een evenwichtige economische ontwikkeling op lange termijn bemoeilijkt als belangrijke sectoren verdwijnen. Ten slotte kunnen zich problemen voordoen als een regionaal belangrijk bedrijf de poorten sluit.

Maar bij al deze problemen wordt over het hoofd gezien dat de omvang ervan meestal meevalt en dat de Nederlandse economie er ook baat bij heeft. Volgens het rapport ‘Visie op Verplaatsing’ van het ministerie van Economische Zaken uit 2005 zijn in de periode 2001-2004 jaarlijks ongeveer 9.000 banen uit Nederland verplaatst naar lagelonenlanden. Hierbij ging het voornamelijk om eenvoudig werk, vooral in de textiel, leer, petrochemie, basischemie, vezels en basismetaal. Verplaatsing van hoogwaardige banen in de productie, verkoop, marketing, onderzoek en ontwikkeling kwam slechts in beperkte mate voor.

De overheveling van 9.000 banen per jaar valt in het niet bij de natuurlijke dynamiek in de economie. Zo gingen er in de jaren negentig jaarlijks tussen de 800.000 en 900.000 banen verloren, maar kwamen er ook evenveel bij. Dit alles op een totaal van ongeveer 6 miljoen banen.

Lage arbeidskosten is de belangrijkste reden voor internationale bedrijfsverplaatsing. Maar ook onvrede over het ondernemersklimaat, transportkosten en beschikbaarheid van grondstoffen, halfproducten en gespecialiseerde werknemers zijn belangrijke motieven. Bovendien is er regelmatig sprake van vestiging van dochterondernemingen of van samenwerkingsverbanden met lokale bedrijven om beter te kunnen inspelen op de lokale omstandigheden om zo het marktaandeel te vergroten.

Voor de consument is een belangrijk voordeel van bedrijfsverplaatsing dat hij de beschikking krijgt over producten tegen aanzienlijk lagere prijzen dan wanneer deze binnenlands waren geproduceerd.Ook voor bedrijven heeft verplaatsing aanzienlijke voordelen. Kostenbesparing is daar een van. Niet verplaatsen kan de ondergang betekenen van het hele bedrijf, vooral wanneer de concurrentie wel verplaatst. Met internationale bedrijfsverplaatsing kan werkgelegenheid niet alleen worden gered, maar op termijn zelfs worden uitgebreid.

Verder levert bedrijfsverplaatsing een bijdrage aan de groei van de economie in landen waarheen wordt verplaatst. Het gevolg is een toenemende vraag naar producten uit de geïndustrialiseerde landen. Bovendien, Nederland voert niet alleen banen uit, maar krijgt ook nieuwe uit het buitenland. Zo stond Nederland tussen 1999 en 2002 op de derde plaats als ontvanger van Amerikaanse investeringen. Zelfs de verplaatsing van onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten hoeft niet nadelig te zijn. Immers, op de nieuwe locatie kunnen bedrijven, vooral kleinere, de beschikking krijgen over nieuwe kennis die hen in staat stelt innovaties te realiseren.

Door de verdergaande liberalisering en integratie van de Europese en wereldeconomie, door de betere en goedkopere transport- en communicatiemogelijkheden en nieuwe productietechnieken, zal internationale bedrijfsverplaatsing een steeds grotere vlucht nemen. Beperking van de vrijhandel zoals in de VS en Frankrijk nu en dan wordt bepleit, zal averechts werken. Het antwoord van Nederland zal moeten zijn: de sterke sectoren van de economie uit te bouwen. Hiervoor zijn vooral een flexibele arbeidsmarkt en forse investeringen in onderwijs en onderzoek vereist.

Henk Folmer is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en aan de Wageningen Universiteit.