Geschminkte blanken

Performer Jeannine Valeriano ging naar Bakkum om wit te worden.

Ze vertelt nu haar verhaal in ‘Bruin in Bakkum’.

,,De intocht van Sinterklaas in Bakkum 1973. Ik was zes jaar en ik werd wild bij het zien van al die Zwarte Pieten. Eindelijk mensen die op mij leken. Het was alsof mijn tribe mij had teruggevonden. De ontdekking dat het geschminkte blanken waren, met plastic pruiken op, was een enorme teleurstelling voor mij. Wéér alleen.’’

De meeste mensen gaan naar Bakkum om bruin te worden, maar performer Jeannine Valeriano (39) ging naar Bakkum om wit te worden. Niet uit vrije keus, ze was zeven dagen oud toen haar Curaçaose moeder haar afstond aan een Nederlands-Indisch echtpaar in Bakkum. Als enige bruine kind groeide ze op in een dorpse, witte omgeving. Ze verwerkte haar adoptieverhaal tot de muzikale theatervoorstelling Black in Bakkum, uitgebracht door toneelgroep Orkater en het Amsterdamse Bellevue-lunchtheater. Black in Bakkum is vanaf dinsdag te zien.

,,Als ik bij het voetballen zei: ‘ik ben Cruijff’, zeiden de andere kinderen: ‘Nee, jij bent Pelé.’ Maar ik wilde Cruijff zijn, ik wist niet eens wie Pelé was. De kapper in Bakkum wist niet wat hij met mijn kroeshaar aanmoest en scheerde het dan maar ruw af. Ik heb al die ervaringen weerloos ondergaan, ik deed er niets mee, ik sloeg ze op in een koffer. Gebruiken voor het theater kon nog niet, je wilt niet het verhaal zien van iemand die in paniek is. Maar nu ik er zo’n beetje klaar mee ben, heb ik de juiste afstand om er een voorstelling van te maken.’’

,,Ik ben altijd op zoek geweest naar herkenning. Ik ging op basketbal, werd fan van Michael Jordan, en ik probeerde de blues te zingen als Billie Holiday of Bessie Smith. Ik wilde zwart zijn. Dat was ik natuurlijk al, maar niet helemaal door en door. Toen ik als vijftienjarige naar de familie van mijn moeder op Curaçao ging, bleek ik ontzettend Nederlands te zijn. Ik was verwijderd geraakt van mijn eigen mensen. Ik ontmoette mijn biologische vader voor het eerst, en het enige wat hij vroeg was: ‘Is het druk in Nederland?’ Dat is wat je noemt een armoedige ontmoeting. Wat heb ik met die man?

,,Adoptiekinderen zijn integratie-kampioenen. Maak me midden in de nacht wakker, en ik maak een stamppot voor je. Maar zelfs als je aan de alle regels voldoet, maak je bagger mee. Als ik me al niet anders voelde, met mijn andere uiterlijk, temperament, luidere stem, dan werd dit me wel ingepeperd dor mijn omgeving.”

„Ik kreeg veel boodschappen van ongelijkwaardigheid mee, vooral sinds de omwenteling van Pim Fortuyn. Ik gebruik er één in de voorstelling; iemand in de tram op Bevrijdingdag die me een aap noemde. Ik heb wel ergere dingen meegemaakt, ik ben een keer vanaf een balkon in mijn haar gespuugd – erg vernederend, kan ik je verzekeren. Maar als je te veel racisme in zo’n voorstelling stopt, slaat het dood.”

,,Het zoeken naar mijn identiteit ging gepaard met het zoeken naar mijn vorm als kunstenaar. Ik ben in 1990 afgestudeerd als kleinkunstenaar, maar daarna heb ik een tijdje vooral als acteur gewerkt bij toneelgezelschappen als Toneelgroep Amsterdam. Mijn hart ligt echter bij de muziek, dus ik bleef ook zingen. De ware bevrijding kwam toen ik zelf ging schrijven.”

„In Londen vond ik mijn vorm: de spoken word performance, een rauw, persoonlijk genre. Aanvankelijk was het voor optredende dichters, maar je hebt nu ook meer verhalende of muzikalere vormen. Het ligt ook tegen de rap aan. De poëtische tekst van Black in Bakkum is deels rijmend, ik zing hem en ik draag hem ritmisch voor. In de muziek zijn allerlei zwarte stijlen te horen, blues, jazz, maar ook blanke: Crosby, Stills and Nash. Geadopteerd zijn heeft me ook wat opgeleverd: ik hecht niet zo aan één bepaalde groep, ik kan met iedereen omgaan, ik kan me met allerlei soorten mensen verwant voelen. Wat eens verwarring was, is nu een voordeel.”