EK turnen met olympisch gevoel

De turnbond wil één turner naar de Olympische Spelen van 2008 in Peking uitsturen.

Maar na de goede EK van Wammes en Zonderland worden dat er misschien twee.

Met bronzen medailles voor Jeffrey Wammes en Epke Zonderland sloten de Nederlands turners gisteren de Europese kampioenschappen in Amsterdam met een olympisch gevoel af. De prestaties van de mannen hebben het perspectief op de Spelen in Peking (2008) vergroot.

Het uitgangspunt van de bond (KNGU) om één turner geplaatst te krijgen, kan na de resultaten van afgelopen weekeinde worden bijgesteld naar twee. Mocht dat lukken, dan wordt de brandende vraag wie van het drietal Wammes, Zonderland en Yuri van Gelder naar Peking mag.

Afgaande op de prestaties bij de EK ligt die keus voor de hand: Wammes en Zonderland. Beiden eindigden zaterdag op de meerkamp in de toptien en gisteren bij de toestelfinales werd Wammes derde op sprong en Zonderland derde op brug. Vanaf de tribune keek Van Gelder gefrustreerd toe, omdat hij zich vrijdag had geblameerd door als Europees en wereldkampioen de ringenfinale te missen.

En de ringenspecialist moest ook vaststellen dat Wammes en Zonderland vorderingen hebben gemaakt, waar de voortgang bij hem al tijden stokt. De vraag is zelfs of Van Gelder nog wel zo goed is als hijzelf wil doen geloven. Na de bronzen medaille bij de WK vorig jaar in Århus heeft Van Gelder geen internationaal aansprekende prijs meer gewonnen.

Wammes en Zonderland bewandelen de omgekeerde weg, want zij leverden in Amsterdam prestaties die ook zijzelf niet voor mogelijk hadden gehouden. Zonderland was aangenaam verrast dat hij zesde werd op de meerkamp en oprecht verbaasd dat een vrijwel perfecte uitvoering van een relatief gemakkelijke brugoefening goed genoeg was voor een medaille. „Als dit al lukt, is er nog meer mogelijk”, zei hij. En daarmee blikte Zonderland in de toekomst, die leert dat al over vier maanden bij de wereldkampioenschappen in Stuttgart de plaatsen voor de Olympische Spelen worden verdeeld.

Ook Wammes blikte in Amsterdam voorzichtig vooruit op de Spelen. Met recht, want de turner had met een negende plaats in de meerkamp en een derde plaats op sprong uitzonderlijke prestaties geleverd, zeker gelet op zijn situatie van een jaar geleden. Toen kroop hij nog met twee gebroken enkels door de kamer en was het de vraag of hij ooit op zijn oude niveau zou terugkeren. Wammes gisteren oprecht verbaasd: „Ik word nu derde met sprongen die een lagere uitgangswaarde hebben dan die van mijn concurrenten. Ik houd me staande dankzij een zuivere uitvoering. Maar om mijn kansen op de Spelen te vergroten, wil ik voor de WK in Stuttgart één sprong opwaarderen naar de maximale uitgangswaarde.”

Vervelend voor de Nederlandse turners is dat hun ambities belemmerd worden door een gecompliceerd kwalificatietraject voor de Olympische Spelen. Uitgangspunt voor plaatsing is de landenwedstrijd, waarin Nederland bij de WK in Stuttgart normaal gesproken niet goed genoeg is voor een plaats bij de noodzakelijke eerste twaalf. Mocht de ploeg dertiende, veertiende of vijftiende worden, dan heeft Nederland recht op twee individuele plaatsen bij de Spelen, zoals de zestiende, zeventiende en achttiende plaats uitzending van één turner garandeert. Als Nederland in Stuttgart tussen de negentiende en 24ste plaats eindigt, kunnen turners slechts individueel en op naam uitzending naar de Spelen afdwingen. Van Gelder zou dan wereldkampioen moeten worden en Wammes of Zonderland hebben alleen een kans als zij bij de eerste twaalf op de geschoonde ranglijst van de meerkamp eindigen.

Maar daarmee houdt de complexiteit niet op. Voor de meerkampers Wammes en Zonderland zit er nog een extra hobbel in het plaatsingssysteem. Als Nederland in de landenwedstrijd bij de eerste achttien eindigt, worden alle turners van de geplaatste achttien landen in de meerkamp weggestreept. Afhankelijk van de behaalde klassering in het landenklassement resteert de aanwijzing van één of twee turners voor de Spelen. Aangezien sportkoepel NOC*NSF de medaillekansen als uitgangspunt neemt, gaat vooralsnog de voorkeur uit naar Van Gelder.