De Bush-boys

Waarom is het toch dat mensen die ooit dicht bij de macht hebben gezeten altijd zoveel meelij proberen te wekken wanneer ze die macht in de steek hebben gelaten? In navolging van een handvol illustere voorgangers doet nu ook George Tenet een niet verrassend boekje open over de oorlogszucht in het Huis van Bush.

Tenet heeft daar zelf ook jarenlang van harte deel van uitgemaakt. Met rood omrande ogen vertelt de ex-chef van de CIA dat het heus niet leuk is als de vice-president van Amerika zegt dat de rechtvaardiging voor de chaotische oorlog in Irak vooral was gebaseerd op desinformatie afkomstig van Tenet. „Daar had -ie mij heus niet voor nodig gehad”, zegt het jongetje Tenet ontdaan.

Een lekker clubje vertrouwelingen heeft Bush toch om zich heen verzameld. Ook de gevallenen en de verstotenen genoten ooit een reputatie, totdat zij zich als volgzame schoothonden bij de macht voegden. En terwijl de wereld, minus een fiks aantal regeringen (waaronder de onze), er al van begin af aan doorheen wist te prikken, stonden de trouwelozen van de toekomst te trappelen om lippendienst te bewijzen aan de Ziener uit Texas. De bewijzen tegen het Kwaad werden uit het niets boven tafel gevist.

Maar zoals aan alle spelletjes kwam ook aan dat van deze Bush-boys een eind. Een voor een werden ze gewipt, of verdwenen ze met de staart tussen de benen door de achterdeur. Maar de wereld buiten de Bush was de hunne niet meer. Nu had die, toen-ie nog ‘voor’ was omdat ‘tegen’ niet kon en alles daartussen verboden, ook niet bepaald een schoon geweten, maar het tij was gekeerd.

Wat hen rest is een berouwvolle coming-out. Als Bush-ling ben je ook zo verdomd alleen. Beken je schuld, pleng je tranen, doe je kond, en volgen er nog meer edities van je openhartige relaas, dan heb je het naar omstandigheden goed gedaan. Want openheid – of is het verraad – betaalt.

Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn is journalist en filmmaker en oud-correspondent van NRC Handelsblad in China