Crisis, en de tocht naar Disneyland is pas 5 minuten geleden begonnen

De meivakantie is begonnen en heel Nederland moet naar Disneyland. Het is dat, of feestvieren in de oranje hel.

Op zaterdagochtend vult de trein naar Parijs zich met gezinnen met rugzakken en weekendtassen. Ik ben op weg naar mijn ouders, die in Parijs wonen. Een vreemde entiteit ben ik, want geen gezin met zakken.

Naast mij gaat een gezin zitten. Vader en moeder zijn nogal oud, en zoon en dochter nogal jong. De kinderen zijn dus erg gewenst geweest, en mogen alles. Hun ouders uitschelden, bijvoorbeeld, en over alles ‘Jéézus’ zeggen. Zodra de trein rijdt, beveelt de zoon zijn moeder om de broodjes te pakken. Dat doet hij zo: „Pak de broodjes, Magda. Pak ze. Nu. Hee Magda! Pak ze. Nu!” Ze staat meteen op. Maar de rugzak is kwijt.

Crisis, en de tocht naar Disneyland is pas vijf minuten geleden begonnen. De zoon dreigt een zenuwinzinking te krijgen, de dochter wordt ook kwaad, en de moeder is in blinde paniek. Er moet een schuldige aangewezen worden, en snel.

„Jij had de rugzak, Johan!” schreeuwt de zoon tegen zijn vader. Ik zie de opluchting op het gezicht van de moeder. Zij zal gespaard worden. „Wat heb je ermee gedaan?” vraagt de zoon kwaad. „Ik hield hem heel goed in de gaten”, zegt de vader zacht. „Maar ik kan niet alles.”

Een zwak antwoord, vinden moeder, zoon en dochter. „Ik kan óók niet alles”, zegt de moeder snel, nu de kinderen duidelijk aan haar kant staan. „Ik kan niet én jou in de gaten houden én alle tassen die jij zogenaamd in de gaten houdt.” De vader zwijgt en telt zijn geld, duidelijk van plan om iedereen op onduidelijke hotdogs uit de treinbistro te trakteren.

„Nu heb je ál die broodjes voor niks gemaakt, Magda”, zegt de zoon tegen zijn moeder. Ze lacht lief naar hem.

Even later in de bistro luister ik een gesprek tussen twee Franse mensen af, om mijn Franse oor te oefenen. Ze vertellen elkaar over hun kinderen, die al volwassen zijn. „Als moeder moet je alles goed doen, hun hele leven lang. En dan haten ze je nog”, zegt de vrouw. „Maar als vader hoef je maar een beetje je best te doen als ze klein zijn. En dan zullen ze je de rest van hun leven verafgoden.”

Ik vrees dat dit Johan niet meer gaat lukken.