‘ChristenUnie is niet gek’

In 1994 trad niet alleen het eerste paarse kabinet van PvdA, VVD en D66 aan. Het was ook het debuutjaar van André Rouvoet in de Tweede Kamer. Paars bestaat niet meer, Rouvoet is vicepremier en leider van een regeringspartij. „Wie tien jaar geleden aandrong op een minister van Jeugd en Gezin, werd weggelachen”, zei Rouvoet. „Wie daarbij zou hebben voorspeld dat er over tien jaar toch zo’n minister zou zijn, en dat die bovendien geleverd zou worden door de ChristenUnie, zou de risee van de natie zijn geworden.”

Het ging veel over Paars, tijdens het uniecongres van de ChristenUnie, afgelopen zaterdag in Lunteren. De kleinste regeringspartij gebruikte het congres om definitief afscheid te nemen van het gedachtegoed van de jaren negentig. In drie begrippen door Rouvoet samengevat: individuele verantwoordelijkheid, terugtredende overheid en marktwerking. De progressieve en liberale partijen lopen volgens de ChristenUnie achter de feiten aan, zij hebben de veranderende tijdgeest niet begrepen. De burger wil weer dat de overheid normen stelt, zei fractievoorzitter Arie Slob.

Zo ook de ChristenUnie. Maar de partij heeft het de laatste weken moeilijk. Niet intern, de partij is nog altijd dolgelukkig dat ze meeregeert, zo bleek zaterdag nogmaals. Kritische vragen daarover bleven uit. Maar coalitiepartij PvdA, die vroeger in Paars meedeed, neemt steeds meer afstand van de ChristenUnie.

Zo legt staatssecretaris Bussemaker (Sociale Zaken, PvdA) een passage over adoptie als alternatief voor abortus heel anders uit dan de ChristenUnie. De partijen kregen een meningsverschil over ambtenaren die weigeren homoseksuelen te trouwen. Tweede Kamerlid Paul Kalma (PvdA) zei op een ChristenUnie-bijeenkomst dat hij grote moeite heeft met de beginselen van de christelijke coalitiepartner.

Rouvoet zei zaterdag zich geen zorgen te maken over de opstelling van de PvdA. Het is volgens hem een reactie op de anti-paarse beweging die ook onder de sociaal-democraten begint toe te slaan. „Ook in die partij is het gewoner geworden om de problemen en uitwassen van de jaren negentig onder ogen te zien, en heel voorzichtig durft men ook daar het woord moraal weer in de mond te nemen.”

Volgens hem is Nederland toe aan christelijk-sociale politiek. Wie het daar niet mee eens is, „columnisten, programmamakers en politici van links-liberale snit”, hebben de tijdgeest niet begrepen. De woorden van Arie Slob klonken wat dreigender: „We zijn loyaal, maar niet gek.” Volgens Slob heeft de PvdA „moeite om op gang te komen” in de coalitie. „Hun profilering mag niet ten koste gaan van afspraken die we met elkaar gemaakt hebben.” (GV)

Bijdragen: Jeroen van der Kris, Derk Stokmans en Guus Valk