‘China komt beloften niet na’

Ondanks hervormingen in het systeem van de doodstraf en versoepelde regels voor buitenlandse journalisten is de mensenrechtensituatie in China sinds 2001 weinig verbeterd. Dat meldt Amnesty Internationaal vandaag in een rapport. De Chinese overheid had in verband met de Olympische Spelen volgend jaar verbeteringen beloofd.

Amnesty wijst erop dat de autoriteiten zo zijn geobsedeerd door het scheppen van orde en rust rond de Spelen dat activisten en critici steeds vaker huisarrest krijgen of worden opgepakt. De Spelen werken als „katalysator voor detentie zonder enige vorm van proces”, concludeert de mensenrechtenorganisatie. Amnesty maakt zich de meeste zorgen over detentie en intimidatie van mensen die geprotesteerd hebben tegen huisuitzettingen.

Het rapport is ook kritisch over de instandhouding van de in 1957 geïntroduceerde heropvoedingskampen waardoor drugsverslaafden, zwervers en kruimeldieven gemakkelijk kunnen worden opgepakt om Peking in 2008 een schoon imago te geven.

De buitenlandse pers mag sinds januari vrij reizen en hoeft de overheid geen toestemming meer te vragen voor interviews. Tegelijkertijd zijn er signalen dat de controles op de nationale media en het internet zijn verscherpt.

Volgens Amnesty zou het Internationaal Olympisch Comité dergelijke zaken op overheidsniveau ter discussie moeten stellen. IOC-voorzitter Jacques Rogge zei meer tijd nodig te hebben om te kunnen reageren op het rapport.

Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de conclusies veroordeeld. „De vooruitgang die China [..] heeft geboekt mag niet worden belasterd door een rapport van een politiek vooringenomen particuliere organisatie”, aldus een verklaring.