Chimaira

Goed, het lijkt misschien of zanger Mark Hunter zich binnenstebuiten brult, maar uiteindelijk zijn het doodgewone liedjes met een couplet en een refrein die hij staat te schreeuwen. Dat is dan ook het geheim van de Amerikaanse band Chimaira: snoeiharde metal op een pakkende manier brengen.

Voor alle duidelijkheid: het zestal uit Cleveland vertolkt nog geen liefdesliedjes; het moet natuurlijk wel metal blijven. En hoewel er tekstueel weinig vooruitstrevends valt te beleven (Pleasure in Pain, No Reason to Live, Killing the Beast) gaat Chimaira muzikaal hard tekeer. Doordat gitaristen Rob Arnold en Matt Devries gooi- en smijtwerk combineren met doordachte fragmenten, blijft de cd Resurrection boeien. Fijne bijkomstigheid is dat Hunter ook normaal kan zingen. Terwijl hij zweverige melodieën aaneen smeedt zoals Mike Patton dat vroeger deed in Faith no More , houdt drummer Andols Herrick met zijn razendsnelle roffels polsen en enkels soepel.

Elektronicaspecialist Chris Spicuzza blijft bescheiden, en metselt er alleen waar nodig een extra laagje toetsen bij. Hij levert het zeldzame bewijs dat synthesizer en gitaar niet per se elkaars vijanden hoeven te zijn.

Resurrection (Ferret Music/Nuclear Blast)