Zoutarm dieet voorkomt echt hartaanvallen

Een zoutarm dieet lijkt op de lange termijn de kans op hartklachten te verminderen. De conclusie is voorzichtig, maar komt wel uit het eerste langlopende experiment naar het effect van zout eten op hartziekte. (British Medical Journal online, 20 april).

Mensen met een licht verhoogde bloeddruk die ooit leerden om minder zout te eten, blijken daar tien tot vijftien jaar later nog baat bij te hebben. De kans dat zij binnen die tijd een (al of niet dodelijke) hartaanval kregen of gedotterd moesten worden, was ongeveer een kwart verminderd.

Zoutarm eten wordt al sinds de jaren tachtig gepropageerd, voor mensen met een hoge bloeddruk, en er is uitentreuren aangetoond dat het gemiddeld ook daadwerkelijk de bloeddruk een beetje verlaagt. Maar nooit was in een experiment uitgezocht of mensen die zoutarm gaan eten, ook minder hartaanvallen krijgen. Bevolkingsonderzoeken (mensen worden ondervraagd over hun eetgewoontes, en dan is het afwachten) gaven evenmin uitsluitsel: de ene studie vond dat zouteters eerder dood gaan, de andere dat ze langer overleven.

Amerikaanse epidemiologen grepen terug op twee experimenten, waaraan rond 1990 drieduizend mensen (in dit geval vooral mannelijke veertigers) met een licht verhoogde bloeddruk hadden meegedaan. De ene helft liep anderhalf jaar bij de diëtist om minder zout te leren eten, de andere helft kreeg algemeen advies over gezonde voeding. Nu de deelnemers van weleer weer zijn opgezocht, blijkt dat de mensen op zoutdieet minder vaak gedotterd zijn, minder hartaanvallen kregen en langer leven.

Toch zijn de conclusies voorzichtig, want de cijfers zijn weliswaar eenduidig maar niet keihard. Sommige van de verschillen zouden, zo zeggen statistische berekeningen, toeval kunnen zijn. Dat geldt vooral voor de sterfte: van de veertigers van toen zijn er nog weinig doodgegaan. Er lijkt een verschil, maar dat is niet overtuigend.

Dan is nog de vraag hóe de deelnemers zo gezond zijn geworden. Destijds bleek dat de bloeddruk van de zoutarme eters wel daalde, maar na drie jaar was er nauwelijks wat van over: ongeveer 1 millimeter afname van de bovendruk. Dat staat in de boeken voor 1,5 tot 3 procent minder sterfte aan verstopte kransslagaders. Bij lange na niet de 20 tot 30 procent die nu uit de studie blijkt.

Blijkbaar werkt het dieet op een andere manier. Studies met patiënten en proefdieren tonen de laatste jaren aan dat zout eten hartfalen veroorzaakt doordat de spier rond de linker hartkamer te groot wordt. Van hartfalen (een slechte pompwerking van het hart) kunnen mensen een dodelijke hartstilstand krijgen. Ook zijn er aanwijzingen dat zout de elasticiteit van de vaten vermindert, dat er bindweefselvorming in het hart optreedt, en dat het de groei van hartcellen beïnvloedt.

De Amerikaanse vondst is een nieuwe uitdaging voor gezondheidsvoorlichters en diëtisten. De deelnemers aten na de dieetadviezen destijds ruim zes gram zout per dag in plaats van de gebruikelijke negen. Daartoe kregen ze anderhalf jaar persoonlijke begeleiding. Zes gram, dat is ook de ‘aanvaardbare doelstelling’ van de Gezondheidsraad in Nederland. Maar midden jaren negentig aten Nederlanders al bijna 10 gram zout per dag. Dat is, schreef de Gezondheidsraad in de Richtlijnen goede voeding 2006, door de kant-en-klare maaltijden de afgelopen jaren waarschijnlijk alleen maar meer geworden. Hester van Santen