Zaterdagkrantje

April is de maand van het verlangen. In april ben ik ieder jaar weer gewild. Als leraar heb je dat soms nodig. Bladzijden vol aanzoeken van hunkerende collega’s. Ik smeer een stokbroodje en ga er voor zitten. Eind van de morgen, zonnetje, rust in huis. laag ingeschaalde LB-functies vallen af. Vervangingsbanen ook. Een classicus kent zijn prijs. Word ik kernteamdocent met ambitie en talent? Ik blader.

Authentieke scholen, tikkie ondeugende scholen, scholen die vragen om een open christelijke levenshouding... Zal ik vestigingsleider worden bij die particuliere keten waar Neerlands hoop een lieve duit mag kosten? Men vermeldt geen salarisschaal. En er wordt daar in de pauzes flink gesnoven heb ik gehoord. Nee, dan maar naar het mooie Oosten. Daar willen de leerlingen nog hard werken schijnt het. Alhoewel, ik ken een collega die drie dagen per week vanuit het Oosten naar een Utrechtse school reist omdat de scholen in de eigen omgeving niet leuk zouden zijn. Maar ja, wat is leuk? Klopt mijn hart voor motiverend, inspirerend degelijk onderwijs? Zeker. Geef mij maar een lokaal, een deur en een afwezige directeur. Geen gezeur van vakoverstijging, maar luister kinderen: vorige les spraken we over Epicurus, jullie weten nog dat hij het wijs achtte te genieten van je leven, maar wel: wijs genieten. Wij maken vandaag een genotscalculus.

Of zal ik teamleider worden? Na twaalf jaar met hart en ziel mijn leerlingen de genitivus te hebben bijgebracht, na twaalf jaar als mentor mijn leerlingen te hebben verdedigd tegen de willekeur van het schoolsysteem, zal ik me wagen aan die verantwoordelijkheid? Als ik mijn eigen teamleider zie werken weet ik het antwoord. Goed en vriendelijk manoeuvreren tussen beknibbeling, missie & beleid, managementhatende media, kritische ouders, oververmoeide collega’s en altoos vragende kinderen en dat alles in zo min mogelijk tijd zodat er nog een flinke lesgevende taak naast past: nee, dat is zelfmoord.

Als die decaan nu eens opstapte. Decanen, die hebben het beste baantje. Beetje fantaseren over de toekomst, beetje adviseren over profielen, eigen werkplek. Of zal ik eindelijk van mijn hobby mijn werk maken? Vrij man worden, ondernemer. Ideeën genoeg. Ik ben al bij de Kamer van Koophandel geweest. Maar mijn leerlingen dan? Afke, Jasper, Simon, Floor? Gaan ze zonder mij hun examen halen volgend jaar? Nee, natuurlijk niet. En ik zal ze niet laten zitten. Never nooit niet. Maar een krantje lezen op zaterdag, dat mag toch wel?