Wachten op een Chinese krach

Een heftige koersval op de Chinese beurzen was eind februari aanleiding voor wereldwijde paniek. Maar het verlies is alweer goedgemaakt. De echte correctie in China moet nog komen.

Op de Chinese beurzen gebeuren dingen die hier niet kunnen. Zo hoeven veel beursgenoteerde bedrijven zich niet aan de hier gebruikelijke IFRS-boekhoudregels te houden.

Ook kan een belegger een verrassende mede-aandeelhouder tegenkomen: de communistische partij. De partij heeft grote belangen in veel beursgenoteerde bedrijven, waaronder banken.

Maar écht wonderlijk is dat hetzelfde aandeel een totaal andere waarde kan hebben op de beurs in Hong Kong en de beurs in Shanghai. Een voorbeeld is de koers van het aandeel Industrial and Commercial Bank of China (ICBC), de grootste staatsbank van China en een van de grootste banken ter wereld. Gisteren was het aandeel ICBC in Hong Kong 56 Amerikaanse dollarcent waard en in Shanghai 70 dollarcent, een verschil van 25 procent.

ICBC maakte in oktober 2006 gelijktijdig de gang naar de beurs van Shanghai en die van Hong Kong. Het was de grootste beursgang ooit, met een waarde van, omgerekend, 16 miljard euro. De koers van het aandeel is de afgelopen maanden sterk gestegen, maar de stijging was veel sterker in Shanghai dan in Hong Kong.

Dat aandelenkoersen iets uiteenlopen tussen beurzen is niet ongewoon. Zo lag de koers van het aandeel ABN Amro op de beurs in New York 7 eurocent lager dan op de beurs in Amsterdam, een verschil van 0,2 procent. Arbitrage, het handelen op koersverschillen, houdt de verschillen klein.

Maar die arbitrage lijkt in China niet goed te werken. Niet alleen zijn er grote verschillen tussen Shanghai en Hong Kong, deze verschillen nemen alleen maar toe. Dat geldt voor ICBC, maar bijvoorbeeld ook voor het aandeel Bank of China. Voor deze bank is het koersverschil inmiddels opgelopen tot meer dan 40 procent.

De reden voor de groeiende koersverschillen is dat Chinese particuliere beleggers massaal aandelen kopen, maar dat zij dat alleen kunnen doen op de beurzen van Shanghai en Shenzhen. Zij mogen niet beleggen in aandelen met een notering in Hong Kong of andere beurzen buiten China, legt Willem Bröcker uit. Bröcker was tot voor kort verantwoordelijk voor de activiteiten van accountantbureau PricewaterhouseCoopers in China.

Door de onstuimige economische groei stijgen de persoonlijke vermogens van veel Chinezen sterk. Dat geld moet érgens in belegd worden, en aandelen zijn bij particuliere beleggers populair. Goede alternatieve beleggingen hebben zij niet, want de rente is bijzonder laag.

De dreiging van een mogelijke rentestijging door de Chinese centrale bank heeft dan ook sterke effecten op de koersen. Nu geldt dit overal, maar in China dubbel zo sterk: beleggen met geleend geld is populair. Niemand lijkt de boot te willen missen. Alleen al in het eerste kwartaal zijn in Shanghai volgens Bröcker zo’n vijf miljoen effectenrekeningen geopend.

De angst voor een renteverhoging vertaalde zich twee weken geleden nog in een daling in de samengestelde beursindex van Shanghai van vijf procent. Vorige week was de dreiging weer even geweken, en stegen de koersen weer. In totaal is de index dit jaar al met 40 procent gestegen. Over heel 2006 was dat 130 procent.

De rest van de wereld is gevoelig geworden voor de Chinese beurzen. Eind februari zette de beurs van Shanghai een wereldwijde daling van de beurskoersen in. De index van Shanghai verloor 27 februari 9 procent van haar waarde. Chinese investeerders zagen in één dag alles bij elkaar ruim 100 miljard euro verdampen. Amerikaanse en Europese beursindices zakten diezelfde dag ruim 3 procent.

Niet de rente was de aanleiding van deze koersval, maar ingrijpen van de Chinese overheid in dubieuze transacties op de aandelenmarkt. Fraude en corruptie rond de Chinese beursen zijn niet ongewoon. Dit vormt een andere onzekere factor rond de koersen.

De angst voor een blijvende correctie in de Chinese aandelenkoersen bleek ongegrond in februari. De ‘krach’ was van zeer tijdelijke aard. Voor het aandeel ICBC was de schok niet ongebruikelijk. Dat is af te lezen aan het koersverloop van de afgelopen maanden. De daling van eind februari is weer goedgemaakt. Het koersherstel geldt vooral de beurs van Shanghai. Dat is weinig verrassend gegeven het voorgaande.

De koersschommelingen worden aangewakkerd door het gebrek aan transparantie. Door minder strikte boekhoudregels bestaat daardoor in China meer onzekerheid over de werkelijke prestaties van ondernemingen dan in het Westen. En plotselinge verrassingen vertalen zich in schokken in de koers.

De Chinese overheid kan in een poging de voortdurende koersstijgingen in te dammen een belasting op vermogenswinsten invoeren. Daar is meerdere malen op gezinspeeld. Eind februari versterkte dit gerucht de plotselinge koersval. Invoering van deze belasting hangt nog altijd boven de markt.

Gegeven al deze onzekerheden is een flinke daling in de Chinese beurskoersen in de nabije toekomst goed mogelijk. De overwaardering van de aandelen aan de beurzen van Shanghai en Shenzhen is sinds februari alleen maar toegenomen. Eens zal deze bel barsten. Een échte Chinese krach zal ook hier zeker te merken zijn. Dat hebben de ervaringen van afgelopen februari wel laten zien.