Vuilnis

Cas van Kleef (Spunk) verbetert de wereld voor 50 euro per dag

Minya, Egypte. Ik heb me op deze reis nog nooit zo kut gevoeld. Toen ik voor het eerst Cairo uitreed zag ik dat elk dorp werd geteisterd door een soort vuilnisinvasie. Overal lagen rokende minivuilnisbeltjes met scharrelende honden en kippen. En het stonk. Ik had daarom via een organisatie geregeld dat ik in een klein dorpje vuilnis op ging rapen. Met dat werk zou ik andere jongeren motiveren om ook vrijwilligerswerk te doen. Het paste perfect in mijn goede voornemens van mijn vorige column. Het koste weinig geld en het was behoorlijk duurzaam. Vanmorgen in de bus dacht ik dus dat iets zou kunnen betekenen. Maar ik heb zestien uur voor niks gereisd en ook nog eens een heel dorp teleurgesteld. Waar ging het mis?

Ik was in het dorpje Minya terechtgekomen dankzij de Better Life Association, een partnerorganisatie van OXFAM die op zoveel mogelijk manieren probeert het leven op het platteland te verbeteren. Ik had met meneer Milad van de Better Life Association het vuilnisopraap-plannetje gemaakt. Hij had ook geregeld dat ik in Minya met een paar ‘community leaders’ (o, ik ben dol ontwikkelingsorganisatietaal) mocht spreken. De leidster van de lokale vrouwenbeweging legde uit waarom er zoveel vuilnis op straat ligt. „De gemeente komt het vuilnis niet ophalen, want ze hebben geen zin of geld om langs alle huizen te rijden. Als we één plek hebben waar we het vuilnis kunnen storten dan komen ze misschien wel langs.” Maar wat doen jullie nu dan met het vuilnis? „Nou ja, je ziet het. Het wordt overal neergegooid.” Is dat niet illegaal? „Maar er is geen alternatief!” Ze keek wanhopig. „De enige keren dat de politie zich hier laat zien is om een boete te geven aan de mensen die hun vuilnis illegaal dumpen. Die boetes zijn vaak meer dan honderd pond.” Ik was met stomheid geslagen. Eerst wil de overheid niet langskomen om het vuilnis op te halen, waarna ze geen plaats aanwijzen waar het vuilnis dan wel heen moet, en als de mensen het dan maar ergens neerleggen, krijgen ze een boete die ze onmogelijk kunnen betalen. Had het wel zin om vuilnis op te rapen als niemand het kwam ophalen?

„Je zou misschien een stukje land kunnen kopen waar we ons vuilnis kunnen storten.” De vrouwenbewegingleidster zei het lachend, maar keek ook hoopvol. Hm. Moeilijk. Ik kwam hier om vuilnis op te rapen, en niet om geld uit te geven, maar zo’n stukje land is natuurlijk niet een Sinterklaas-kadootje, maar iets wat altijd blijft bestaan. Nou, oké, als het niet teveel kost, zou ik een stukje land kopen. „Er staat een kavel te koop voor 10.000 pond.” Oh. Dat is 1300 euro. Dat heb ik niet. Weer zoiets wat een geweldige oplossing zou zijn, maar wat ik niet kan betalen. Intens frustrerend. We keken allebei beteuterd, maar zij nog het meest. Waarom dachten ze allemaal dat ik wonderen kon verrichten?

Het probleem ligt helemaal niet bij de mensen. Of de lokale bevolking nou gemotiveerd is of niet, ze hebben de middelen niet om het vuilnis op te halen. De overheid is degene die het moet oplossen. Als ik het vuilnis opraap, draag ik het eigenlijk van de ene illegale stortplaats naar de andere. Had ik dat van tevoren kunnen weten? Nee, Milad heeft me verkeerd ingelicht. Hij zou moeten weten dat vuilnis oprapen geen zin heeft. Waarom heeft hij me toch hiernaartoe gelokt? Omdat ik een journalist ben? Hopelijk niet. Ik had hem toch duidelijk gezegd dat ik alleen wilde komen als ik echt iets kon betekenen? Hij kwam net nog naar me toe en vroeg met een stalen gezicht: „Waar ga je het vuilnis eigenlijk heen brengen?” Mijn mond viel open. Dat is net zoiets als een rij-instructeur die aan een leerling vraagt hoe je een auto moet besturen. Weet ik veel, ik dacht dat jij dat wel wist.

Behalve dat Milad me verkeerd had ingelicht, werd ik ook nog ongewild in de positie gedrukt van de blanke die van alles belooft, maar niks kan waarmaken. Het is frustrerend om al die vuilnishopen te zien en te weten dat je daar niks aan kan doen. Maar als mensen dan ook nog verwachten dat je het varkentje wel even komt wassen, wordt het allemaal nog vervelender. Ik wil nooit meer met een grote organisatie werken. Ik ga vanaf nu alles alleen doen, hupsakee! Maar ik weet dat dat niet kan. Zij zijn de professionals, zij hebben contacten met de lokale bevolking. Ik ben in dit soort situaties volkomen afhankelijk van mensen als Milad. Dus ik moet er maar mee leren leven. En me volgende keer niet zo makkelijk voor de gek laten houden.