Vroeg met pensioen kan nog

Onvermoeibaar leggen politici uit dat langer doorwerken moet in de toekomst. Juist eerder stoppen met werken is echter de wens.

Kunt u vijf mensen in uw omgeving aanwijzen die nog werken na hun 63ste? Vast niet. De meeste mensen stoppen ruim voor hun 62ste met werken. Maar de politiek wil dat we in de toekomst langer doorwerken. Veel mogelijkheden om fiscaal aantrekkelijk te stoppen met werken – vut, prepensioen overbruggingslijfrente – zijn verdwenen of uitgehold sinds begin 2006 de wet VPL (Wet aanpassing fiscale behandeling Vut-prepensioen, Introductie levensloop) werd ingevoerd.

Het komt nu aan op de opgebouwde tegoeden en uw eigen voortvarendheid op financieel gebied als tot 65 doorwerken niet de bedoeling is. Allereerst is er een referentiepunt nodig. Op de site van onder andere het Nibud kan het netto-inkomen worden ingeschat dat straks nodig is om de tijd te overbruggen tot het ingaan van het ouderdomspensioen.

Om te kijken of dit matcht met de opgebouwde rechten moeten eerst de bestaande pensioenregelingen in kaart worden gebracht. Daarvoor is meestal de hulp van een adviseur nodig, want de inventarisatie is geen sinecure. Pensioenspecialist en voormalig hoogleraar Alfred Oosenbrug hekelt de onoverzichtelijkheid van het pensioensysteem. „Door alle oude en nieuwe regelingen en overgangsregelingen is het voor de leek al moeilijk uit te zoeken wat hij krijgt aan pensioen. Laat staan dat hij inzicht heeft in de mogelijkheden om het pensioen te vervroegen.”

En dat is jammer, want ondanks de beperking van de mogelijkheden kan het opgebouwde pensioen tot op zekere hoogte naar wens worden ingericht. Bijvoorbeeld door de opgebouwde pensioenrechten uit te smeren over meerdere jaren. Reken erop dat het pensioen voor ieder jaar eerder stoppen zo’n 8 procent lager wordt. Houdt bij het inschatten van de mogelijkheden bovendien rekening met het lagere ouderdomspensioen dat ontstaat bij eerder stoppen met werken. Er wordt vanaf het moment van stoppen immers geen pensioen meer opgebouwd. Vanzelfsprekend dient ook het bedrag van de AOW, zo’n 625 euro per persoon voor samenwonenden, gecompenseerd te worden. De AOW gaat pas bij 65 in.

Kijk ook naar de mogelijkheden om de waarde van al eerder opgebouwde rechten op overbruggingspensioen of prepensioen in te voegen in het ouderdomspensioen. In de pensioenregeling moet ook staan of deze een zogenoemde 40-dienstjarenregeling kent. Daarmee is het mogelijk om na 40 deelnemingsjaren in een pensioenregeling met pensioen te gaan.

Ten slotte kan uitruil van het nabestaandenpensioen tegen een hoger ouderdomspensioen een optie zijn. Bijvoorbeeld als er geen partner is of als de risico’s bij een overlijden al zijn afgedekt. De keuze voor inruilen wordt – afhankelijk van de pensioenregeling – gemaakt op het moment van deelname of vlak voor de pensioendatum.

Sluiten het beoogde pensioeninkomen en de opgebouwde rechten niet op elkaar aan? Benut dan allereerst de mogelijkheden binnen een collectieve pensioenregeling, adviseert Oosenbrug. „Vaak wordt de fiscale ruimte niet helemaal gebruikt. Zo kan het opbouwpercentage – de jaarlijkse premie die zorgt voor een deel van het pensioen – worden verhoogd tot 2 procent.”

Pensioenfondsen hanteren vaak een opbouwpercentage van 1,75 procent. Ook verbreding van de opbouw is een mogelijkheid. Hierbij telt de pensioengrondslag; dit is het salaris na aftrek van de AOW-franchise waar de hoogte van het pensioen op is gebaseerd. De fiscus biedt de mogelijkheid om naast het reguliere loon ook een dertiende maand of een bonusregeling in de grondslag op te nemen, dus vraag of uw werkgever die mogelijkheid ook benut.

En hoe zit het dan met de levensloopregeling? Binnen de regeling kan brutoloon worden gespaard voor verlof of eerder stoppen met werken. Per jaar kan maximaal 12 procent van het brutoloon opzij worden gezet om verlof te financieren. Over de inleg hoeft – afgezien van de werknemersverzekeringen – geen belasting te worden betaald; heffing volgt bij het opnemen van de tegoeden. De regeling biedt de kans om drie jaar eerder te stoppen met werken, uitgaande van 70 procent van het laatstverdiende loon. Oosenbrug is niet enthousiast over de regeling gezien het aantal regels en voorbehouden die deze met zich meebrengt. „Als werknemer moet je er bovendien maar vanuit gaan dat de regeling er over twintig jaar nog is. En dat is gezien het eerdere lot van prepensioen en vutregeling maar de vraag.”

Ten slotte kan natuurlijk ook vermogen worden gebruikt voor de aanvulling. Een pensioenspaarpot biedt de meeste flexibiliteit. Denk ook aan de inzet van andere vermogensbestanddelen, zoals de eigen woning. Een (bijna) hypotheekvrij huis kan opnieuw worden beleend; of de overwaarde kan na verkoop voor pensioen worden benut.

Oosenbrug geeft aan dat deze flexibiliteit direct ook de grootste valkuil is voor mensen. „Er moet discipline zijn om het geld tussentijds niet te gebruiken voor de aankoop van een auto.” Het bijsparen in de collectieve regeling van de werkgever kan een goede stok achter de deur zijn. Oosenbrug: „Kijk eens naar de mogelijkheden om binnen de pensioenregeling van de werkgever het pensioen aan te vullen, bijvoorbeeld door extra stortingen. Een dergelijke regeling lijkt het meest solide voor de toekomst.”