Talentenjacht-tv met vijftienhonderd Evita’s

De tv kijker mag binnenkort kiezen wie de ster in de musical Evita wordt. Henk van Gelder over talentenjacht-tv van vroeger en nu

Vijftienhonderd kandidaten die allemaal Evita willen worden – en er mogen er maar tien aan de tv-shows meedoen, terwijl er maar één de uiteindelijke winnares kan worden. Zo groot is dus de hang naar de glamour van een hoofdrol in een musical. Avond aan avond moet er komend seizoen worden gewerkt, in theaters in het hele land, ruim tweehonderd voorstellingen lang. Maar niemand blijkt dat een afschuwwekkend vooruitzicht te vinden. Integendeel; het liep storm in het Mercure Hotel in Amsterdam waar vorige week de eerste audities werden gehouden.

De serie Op zoek naar Evita, die dit najaar wordt uitgezonden door de AVRO, is gemodelleerd naar het BBC-voorbeeld How do you solve a problem like Maria? van vorige zomer. Daar werd, onder leiding van musicalmagnaat Andrew Lloyd Webber gezocht naar een hoofdrolspeelster (Maria) voor een nieuwe versie van het aloude succes The Sound of Music. Zeven miljoen kijkers volgden de spannende reeks, met als gevolg dat de voorstelling in het Palladium-theater in Londen – met de 24-jarige winnares Connie Fisher – tot op de dag van vandaag een kassucces is. Een win-winsituatie heet dat tegenwoordig: de BBC had een hitshow en Lloyd Webber, dankzij tien weken lang een uur populaire televisie op zaterdagavond, eveneens.

Zodra daarover de eerste berichten in Nederland doordrongen, kwam bij het theaterbedrijf van Joop van den Ende het ene telefoontje na het andere binnen. „Alle omroepen hebben gebeld”, beaamt directeur Erwin van Lambaart. „En allemaal wilden ze óók zoiets doen.” Aanvankelijk hield hij de boot echter af. Het vooruitzicht dat de keuze voor een nieuwe musicalster in handen van het (hoogst ondeskundige) publiek zou komen te liggen, benauwde hem enigszins. Wel besloot hij eind november de laatste vijf kandidaten voor de hoofdrol in Tarzan te laten aantreden in een tv-show bij SBS6. De kijkers mochten meestemmen, maar de uiterste consequentie werd nog niet getrokken. Het laatste woord was in die uitzending aan een jury van Van den Ende-functionarissen.

Volgens een soortgelijk systeem kozen producent Albert Verlinde en zijn juryleden in maart een paar bijrolspelers voor een nieuwe productie van de musical Fame. Niet de hoofdrolspeler, want die was al bij voorbaat, buiten het bereik van de tv-camera's, gecontracteerd: ex-Idols-finalist Jim Bakkum, die dit seizoen al in Grease laat zien dat hij als trekpleister een jong publiek massaal naar het theater kan krijgen.

Voor de komende productie van Evita heeft Van Lambaart echter besloten de keus wel in handen van de kijkers te leggen, geheel volgens het BBC-voorbeeld. Tegenover het risico van een minder geslaagde winnares staat immers de tv-promotie: tien weken lang achter elkaar een uur zendtijd om reclame voor de theatertournee te maken.

Zo weten we dus nu al dat de televisie komend najaar minstens twee talentenjachten in petto heeft: Op zoek naar Evita en een nieuwe editie van de fenomenale succesreeks Idols die een jaar heeft overgeslagen om metaalmoeheid bij het publiek te voorkomen. Maar voor menigeen kon het alternatief, The X Factor, het gebrek aan Idols dit seizoen toch niet geheel goedmaken.

„Ze zijn er ook nooit helemaal in geslaagd om duidelijk te maken wat het verschil was met Idols”, aldus recensent Jacques d'Ancona, nog altijd bekend als jurylid in de vroegere Soundmixshow. „Volgens mij was The X Factor een nogal kunstmatige poging tot verandering.”

De eerste echte talentenjacht op de Nederlandse televisie – voor zo ver althans valt na te gaan – was de AVRO-serie Nieuwe oogst. En de eerste beroemd gebleven winnaar was André van Duin. In de uitzending van 24 juni 1964 maakte hij, als 17-jarige magazijnmedewerker uit Rotterdam, mallotige bewegingen bij een rare montage van geluidsfragmenten die hij zelf had samengesteld. Blijkens het aan ‘de heer A. Duin’ geadresseerde contractje, afgedrukt in het pas verschenen boek André van Duin, de glans van de eenvoud werd zijn tv-debuut gehonoreerd met 50 gulden plus een reiskostenvergoeding van f 9,60 voor een treinretourtje Rotterdam-Bussum. ’s Avonds laat kwam de prille komiek thuis met een zilveren beker en een bos anjers, die hem in Studio Concordia te Bussum waren uitgereikt. Een maand later won de onbekende Heemsteedse zanger Boudewijn de Groot.

Nieuwe Oogst begon al in 1958, maar bevatte in die oertijd nog geen competitie-element. „We lieten gewoon een aantal jonge talenten optreden, dat was alles”, vertelt de toenmalige presentatrice Letty Kosterman. Niemand weet meer wanneer er voor het eerst een jury zijn intrede deed.

„Ik weet wel dat wij dat programma meestal in de zomermaanden hebben uitgezonden”, zegt Fred Oster, die als producer bij Nieuwe Oogst betrokken was. „De zomer was een slappe tijd waarin de programma's niks mochten kosten. En in die tijd kostte zo'n talentenjacht niks. Nu wordt er veel meer werk van gemaakt, maar toen was het nog heel goedkoop om een uitzending met debuterende mensen te maken.”

De latere quizmaster herinnert zich ook nog dat de audities doorgaans in een Hilversums wijkcentrum of in de AVRO-studio werden gehouden: „Dan kwam er bijvoorbeeld een kerel binnen met een compleet opgemaakt bed met een baby erin, en dat zette hij dan op z’n kin. Dat soort nummers. En dan zeiden we na afloop steeds: u hoort nog van ons.”

In 1984 is Nieuwe Oogst nog teruggeweest, met Oster zelf als presentator. Maar zonder veel succes: „Het was in de RAI in Amsterdam, en we hadden één keer een fantastische Engelse goochelaar als gast, maar dat is alles wat me nog te binnen wil schieten.” Ook heel wat andere talentenjachten hebben weinig indruk gemaakt. Wie kent nog programmatitels als Springplank (KRO, 1963), Onbekend talent (VARA, 1963) of Attent op talent (TROS, 1971)? Alleen het door Eddy Becker gepresenteerde Rodeo (NCRV, 1967) is nog niet geheel vergeten, omdat de kandidaten daarin midden in hun optreden door de juryleden konden worden weggedraaid, bij het geluid van honend paardengehinnik.

De grote glorietijd van het genre begon pas weer, toen Henny Huisman in 1987 bij de KRO zijn Soundmixshow ging presenteren, als opvolger van zijn Playbackshow. „Henny had het superieure idee van de transformatie”, verklaart jurylid d’Ancona. „De caissière van Albert Heijn en de man die bij de KLM vliegtuigmotoren in elkaar schroeft, veranderden voor één keer in een wereldster als Whitney Houston of Tina Turner. Daarom hebben we altijd gezegd dat het een imitatiewedstrijd was en geen talentenjacht.” Maar met winnaars als Gerard Joling en Marco Borsato heeft de Soundmixshow wel een blijvend spoor in de Nederlandse glitterwereld nagelaten. Het programma ging pas bergafwaarts, aldus d’Ancona, toen er moest worden bezuinigd: „Opeens zaten we in de bar van het studiogebouw in Aalsmeer, in een hevig beknotte vorm. Daardoor is de Soundmixshow de nek omgedraaid.”

Geen wonder dat Henny Huisman een aangeslagen indruk maakte, toen RTL4 hem in 2002 passeerde door met Idols te beginnen. Het nieuwe van Idols was, dat daarin óók de eerste audities werden vertoond die bij alle andere talentenjachten altijd buiten beeld bleven. Zodat de reeks met leedvermaak begon en allengs, langzaam maar zeker, de kijker betrokken maakte bij het lot van de overblijvers. „In die kwaadaardige vertoning van non-talent zat het geheim van het succes”, concludeert d’Ancona.

Fred Oster heeft Idols zelden of nooit gezien. „Ik kan niet de moed opbrengen om daar naar te kijken”, zegt hij. „Ik kijk nauwelijks meer naar amusement. Maar om financiële redenen is het natuurlijk wel jammer dat ik dat programma niet heb bedacht.”