Schimmelbestraling toont gevoeligheid voor straling aan

Iedereen is even gevoelig voor lichamelijke schade door radioactieve straling, was tot nu toe het idee. Maar bij onderzoek aan Israëlische immigrantenfamilies is duidelijk geworden dat die gevoeligheid per familie verschilt en dus waarschijnlijk erfelijk is.

Bestraling van de hoofdhuid, in de jaren vijftig een gebruikelijke aanpak tegen hoofdschimmels, heeft bij een aantal Israëlische immigrantenfamilies een ongekend hoog aantal hersenvlieskankers (meningeomen) veroorzaakt. Meningeomen zijn zeldzame kankers. (The Lancet Oncology, mei).

Israëlische onderzoekers ontdekten in de loop der jaren 160 meningeomen bij ongeveer 10.000 immigranten die als kind bestraald zijn. In een even grote groep nooit bestraalde immigranten vonden ze 85 meningeomen. Het viel de onderzoekers op dat meningeomen in bepaalde families vaker leken voor te komen. Daarom zijn ze gaan zoeken naar andere ziektegevallen in de aangedane families. In de niet-bestraalde groep troffen ze maar één familie met nog een tweede geval van meningeoom, terwijl ze in de bestraalde groep wel 17 families opspoorden. Er kwam in die families ook vaker kanker voor aan hoofd, nek en borst, plekken die bij de schimmelbestrijding ook min of meer aan de bestraling waren blootgesteld.

De bestraling werd tussen 1950 en 1960 toegepast tegen tinea capitis, ringworm van de hoofdhuid. Anders dan de naam lijkt te zeggen, gaat het hier niet om een worm maar om een schimmel die de huid infecteert en jeukende, rode en schilferende ringen veroorzaakt. Dat kwam veel voor onder joodse kinderen die uit Noord-Afrika naar Israël emigreerden.

Duidelijk is dat de getroffen families overgevoelig zijn voor bestraling maar het is nog niet bekend welke genetische variatie hiertoe leidt. Het kan gaan om een defect in een gen voor DNA-reparatie of in genen die de celdeling controleren, zoals bij de ziekte ataxia teleangiectasia. Lijders aan die laatste ziekte krijgen ook vaak op jonge leeftijd kanker.

Evenmin is het duidelijk hoe vaak de verhoogde gevoeligheid voor bestraling onder de doorsnee bevolking voorkomt. De Israëlische studie is uniek omdat het ging om een groot aantal gezinnen met elk vaak veel kinderen, die vanwege de besmettelijke ringworm vaak allemaal bestraald waren. Daardoor konden de voor bestraling overgevoelige families geïdentificeerd worden. Het beste is het om nu uit te zoeken welke genetische variant tot de overgevoeligheid leidt en hoe vaak die bij de algehele bevolking voorkomt.

Bart Meijer van Putten