Column

Samen 100

Maurice de Hond belt Rijkman Groenink met de prangende vraag of hij honderdtwintigduizend euro voor hem heeft zodat hij de door de rechter opgelegde boete kan betalen. Rijkman vraagt wat de inmiddels werkloze opiniepeiler daartegenover stelt. Waarop Maurice nederig vraagt of hij Rijkman z’n klusjesman mag worden.
Dit was de openingsregel van mijn afgelopen donderdag ter ere van de verjaardagen van onze prinsen Johan Cruijff en Willem-Alexander gehouden conference op een geheime plek in het Friese Lauswold. Samen 100 was het thema van het feestje waarop beide jarigen lijfelijk aanwezig waren. Johan was gekomen op voorwaarde dat er na het wekenlange geslijm nu ook een paar kritische woorden zouden worden gesproken.
„Ik kan namelijk niet meer schijten door al die veren in mijn reet!”, sprak hij in monter Amsterdams. Ook Willem-Alexander wilde alleen aanwezig zijn als ik hem als een normaal mens zou aanpakken. Niks Koninklijke Hoogheid of ander muf gelik, gewoon Alex en vort met de geit. Ik heb beide feestvarkens stevig mogen uitbenen en ik zag dat beide heren het prettig vonden. En hun familie zeker.
De conclusie was dat Johan een Hollander pur sang is. Grote bek, erg op de penning, zogenaamd verstand van alles en compleet onder de plak van zijn vrouw. Hollandser kan het niet. Over Alex had ik ook nog wat smeuïge details uit zijn studententijd. Hij heeft donderdagnacht meer aan Máxima moeten uitleggen dan Johan aan Danny na het potje striptikkertje in het Duitse hotelzwembad in ’74.
Verder was het een prettig protocolloos onderonsje. Alles kon en mocht gezegd. Dat de lafbek Wilders niet over de twee paspoorten van Máxima durfde te beginnen, dat Holleeder er op dit moment beter bij lag dan Freddy Heineken bij hem aan die verwarmingsbuis en dat de afscheidsfooi van bankrover Rijkman G. erg karig is. Duizend euro per ontslagen bankemployé, rekende Cruijff ons voor.
„Dat vangen wij ook zo’n beetje per werkloze”, knipoogde Trix naar Alexander, die zich weer openlijk zorgen maakte over de vertrekkende Anders Moberg van Ahold. We vroegen ons allemaal af of de man wel een platina premie meekreeg. De Zweed heeft ook een vrouw en kinderen en het zou verschrikkelijk zijn als zijn gezin ergens in de Scandinavische binnenlanden zou verpieteren. Alex zou hem bellen om hem uit te leggen dat het tegenwoordig een goede Nederlandse gewoonte is om bij het afscheid bij een bedrijf schaamteloos in de kas te graaien.
„En u verdient daar ook weer aan meneer Van ’t Hek. Als wij rijken onze bodemloze zakken niet zo ordinair liepen te vullen had u geen werk! Zo houden we elkaar van de straat! U heeft aan mijn vader, Mabel en aan de vader van Máx minimaal een mooie auto overgehouden”, sprak Trix fel en geïrriteerd. De ironie spatte uit haar ogen. Waarop ze vervolgde dat ze het vervelend vond dat de Nederlandse cabaretiers en columnisten de laatste tijd zo mild voor haar en haar familie waren. Ik legde haar uit dat dat niet aan ons, maar aan hen lag. We missen een smaakmaker als Bernhard. Hij was een vrolijke schuinsmarcheerder, maar nu is iedereen zo braaf. Het is op dit moment in België stukken leuker. Daar hebben ze die prins Laurent!
„Het hoeft niet aan de grote klok, maar dat is mijn halfboer”, sprak Trix lachend. Na een uit de hand gelopen jachtpartij in Luxemburg had Bernhard hem verwekt op het moment dat Albert bij een andere dame zijn vertier zocht. Volgens Trix doet Laurent het inderdaad geweldig. Lelijk en corrupt. Belgischer kan het bijna niet.
Toen iedereen op huis aan ging, bleven Trix en ik nog een beetje hangen. We namen nog wat rechtslinkse politici door. Wouter die Rijkman snapt en Kok die zelf ook lekker mee graait in de ballenbak.
„Niks menselijks is ze vreemd. Ik mag ze wel”, knipoogde Trix, die op de valreep vertelde dat ze een broertje dood had aan saaie en ijdele sukkels.
„Wat doet u daar mee?”, vroeg ik beleefd.
„Straffen!”, sprak ze streng.
„Wat is de hoogste straf?”
„Ambassadeur in Zwitserland!”