PvdA-raadslid keert zich tegen Marokkaanse namenlijst

Marokko wil dat kinderen van Marokkanen in Nederland Arabische namen krijgen. Gemeenten hebben namenlijsten. „Maar het is mijn zoontje.”

Op een maandagochtend, eind januari, deed Moussa Aynan aangifte van de geboorte van zijn zoon. Het jongetje, zei Aynan tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand in Haarlem, heette Zacaria. De ambtenaar pakte een lijst met Marokkaanse namen erbij. „Dat schrijf je met een k.”

Nee, zei Aynan. „Mijn zoon heet Zacaria met een c.” De ambtenaar zei dat Aynan dan problemen zou krijgen met zijn ‘autoriteiten’. Aynan zegt dat hij toen zijn Nederlandse paspoort op de balie had gelegd en had gevraagd: „Welke autoriteiten bedoelt u?”

Moussa Aynan (34), eigenaar van een taxibedrijf en in Haarlem gemeenteraadslid voor de PvdA, wist dat Zacaria nooit een Marokkaans paspoort zou kunnen krijgen, omdat hij geen Zakaria heet. De Marokkaanse overheid accepteert alleen namen die zijn gespeld zoals de Marokkaanse overheid vindt dat ze gespeld moeten worden. Op de lijst staan Arabische namen. Andere namen, Berberse bijvoorbeeld of Nederlandse, mogen van Marokko niet.

Moussa Aynan (geboren in Marokko, van Berberse afkomst) heeft zelf geen Marokkaans paspoort en hij was niet van plan om er een aan te vragen voor zijn kind. Twee keer per jaar reist hij naar Marokko met zijn Nederlandse paspoort. Hij is gewend geraakt aan de pesterijen bij de grens. De douane, zegt hij, laat hem soms urenlang wachten in de zon. „Ze noemen me een verrader.” Hij denkt dat de pesterijen erger zullen worden als hij met zijn kind naar Marokko gaat. Maar Aynan wilde per se niet aan de Marokkaanse eisen voor namen voldoen. De c was opzet. „Het is mijn zoontje en het is mijn c.”

Aynan zegt dat hij al jarenlang probeert om zich „ te ontworstelen” aan het „verrotte regime in Rabat”. „Ik schrijf artikelen, ik doe mee aan manifestaties. En dan opeens word ik lastiggevallen met zo’n lijst. In mijn eigen stad, de stad waar ik me veilig voel.”

Volgens Cees Meesters, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, hebben de meeste gemeenten in Nederland zo’n lijst – van het Marokkaanse consulaat. „We gebruiken die in de adviserende sfeer. Als Marokkaanse ouders hun kind een naam geven die er niet op staat, wordt dat kind niet door de Marokkaanse overheid erkend. Daar kun je problemen mee krijgen. Het is service. Die meneer uit Haarlem kan zijn zoon natuurlijk ook Kees noemen.”

De gemeente Haarlem gebruikt de lijst al meer dan twintig jaar, zegt een woordvoerder. „Er is nooit eerder een opmerking over gemaakt.” „Haarlem”, zegt de woordvoerder ook, „denkt met je mee”. „Het is een kostbare zaak om later nog een voornaam te laten veranderen.”

Moussa Aynan vindt service een verkeerd woord voor ongevraagd advies. Zijn fractie in de Haarlemse raad heeft er vragen over gesteld aan B & W. Aynan heeft Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) in een e-mail gevraagd of ze de lijst wil bespreken in de Marokkaanse migratiewerkgroep waar ze lid van is – en waardoor ze vorige maand in de problemen kwam omdat Geert Wilders (PVV) vond dat ze met haar advieswerk de Marokkaanse koning diende. Aynan wil Marokkanen in Nederland oproepen de namenlijst niet te accepteren. Hij zal, zegt hij, handtekeningen gaan verzamelen bij Marokkaanse consulaten in Nederland en via organisaties van Berbers in Europa. „Het is altijd de bedoeling dat de PvdA een actiepartij is. Dat moet er nu maar eens van komen.”

Moussa Aynan werd op 7 mei 2002, een dag na de moord op Pim Fortuyn, lid van de PvdA. In een café had hij iemand horen roepen: „Dood aan alle moslims”. De PvdA, dacht hij, was de partij van de integratie. „En ik dacht: we moeten nu wel bij elkaar blijven, potverdorie.” Maar hij vindt dat zijn partij onzeker is geworden sinds Fortuyn. „We zijn een beetje dwalende.”

Aynan voelde zich vorig jaar „persoonlijk beledigd” toen PvdA-leider Wouter Bos in het Parool zei dat er „vast” ongelukken zouden gebeuren met nieuwe allochtone raadsleden van zijn partij – dat waren er na de gemeenteraadsverkiezingen opeens heel veel. Aynan vindt ook dat zijn partij in de Tweede Kamer met te weinig zelfvertrouwen reageerde op de oproep van Wilders aan minister Ahmed Aboutaleb en staatssecretaris Nebahat Albayrak om hun dubbele nationaliteit op te geven. Aboutaleb zelf had, om te laten zien hoe loyaal hij was, gezegd dat hij in Nederland begraven wilde worden. Aynan: „Dat is precies wat Wilders wil: Blut und Boden.”

Maar Wilders had wel „een punt”, vindt Aynan. „Het zou van kracht getuigen als de Marokkanen in Nederland zeggen: ‘Ik kies voor Nederland’. In plaats van altijd maar dat dubbele: hier een huis en dáár een huis.”

Aynan zelf probeerde drie jaar geleden van zijn Marokkaanse nationaliteit af te komen. Hij schreef er een brief over aan de Marokkaanse ambassadeur in Den Haag. Het antwoord heeft hij nog: „Tot mijn genoegen kan ik u meedelen dat u de Marokkaanse nationaliteit ook niet kunt kwijtraken als u genaturaliseerd bent.”

Een medewerkster van het Marokkaanse consulaat in Amsterdam zegt dat er altijd overleg mogelijk is over de spelling van een naam. „Het hangt ervan af welke naam het is. Over Mohammed met één m of twee, doen we niet moeilijk.” En Zacaria met een c? „Die meneer zou erover kunnen bellen.” Het consulaat in Rotterdam laat weten dat de lijsten juist bedoeld zijn voor correcte spelling. „Ze zijn er om te voorkomen dat Marokkaanse onderdanen zich vergissen bij de fonetische transcriptie van een voornaam.”

De medewerkster van het consulaat in Amsterdam bevestigt dat er alleen Arabische namen op de lijst staan. Waarom dat zo is? „Omdat er alleen Arabische namen op staan. Dat is de wet.”

Kamerlid Khadija Arib noemt het „bizar” dat mensen niet zelf een naam kunnen kiezen voor hun kind. Maandag is er in Rabat een bijeenkomst van de migrantenwerkgroep die de Raad voor de Mensenrechten in Marokko adviseert. „Ik ga het aan de orde stellen. Ik wil ook eens weten wat de ervaring is van Marokkanen in andere landen van Europa.”