Overheid moet terreur tegen dierproeven bestrijden

Als lid van de Partij voor de Dieren en oud-voorzitter van een dierenbeschermingsorganisatie wil ik mijn bijval betuigen voor het artikel van Maarten Huygen (Opinie & Debat, 21 april). Niet alle leden van de PvdD denken hetzelfde. Maar in ieder geval hebben wij gemeen dat we een eind aan dierenleed willen maken. Proefdieren lijden voor ons. Proefdiergebruik is zo oud als de wereld, maar ik vind dat veel grotere inspanningen moeten worden geleverd om proeven op dieren terug te dringen, niet door terreur, uitgeoefend op mensen en goederen, maar door overleg tussen alle betrokkenen.

Daarbij heeft de overheid een belangrijke taak. In de eerste plaats dient zij het activisme rigoureus aan te pakken. Ik ben het niet met mijn partij eens: het is wel degelijk terrorisme, niet zelden aangestuurd vanuit Engeland. De PvdD en de dierenbeschermingsorganisaties moeten er zich van distantiëren. Ook zou de voorlichting - waaraan een groot gebrek is, wegens beduchtheid voor het ingooien van ruiten - vanuit de overheid geïnitieerd en gefaciliteerd moeten worden. Zij zou de Stichting Informatie Dierproeven moeten financieren en niet de industrie, de onderzoeksinstellingen en de patiëntenverenigingen, zoals nu het geval is. En de objectiviteit dient voor 100 procent gewaarborgd te zijn.