Nazilijken vol zaagsel in Odessa Filmstudio

De roemruchte Odessa Filmstudio is sinds kort voor de helft in particuliere handen. Op het programma staan art films voor Europa, maar ook in serie gemaakte horrorfilms over de Tweede Wereldoorlog.

Aan de blauw-witte gevel prijkt het logo, een zeilschip. Vanaf de Franse Boulevard, ooit een deftige allee met datsja’s voor de rijken en met sanatoria voor de zwakken, met uitzicht op de Zwarte Zee, blinken de zeilen in de zon.

Mag de nieuwe voorgevel van de Odessa Filmstudio dan klaar zijn, achter de kunststof façade moet nog veel gebeuren. Op het terrein dat oogt als een park, staan onder meer twee opnamestudio’s voor elk filmformaat, decor- en lichtloodsen en een parkeerplaats met antieke vrachtwagens. Vooral de op een tank lijkende rijdende generator maakt grote indruk. Het gevaarte herinnert aan de historische continuïteit van het complex.

De Odessa Filmstudio kent een lange geschiedenis - al in de tsaristische tijd werd hier gefilmd. In 1918, tijdens filmopnamen, werd de grote pre-revolutionaire ster Vera Cholodnaja geveld door de Spaanse griep; ze bezweek op 26-jarige leeftijd. De taferelen bij haar begrafenis waren een aankondiging van die na de dood van Rudolph Valentino. Later werkten onder meer de grote Sovjetregisseurs Aleksandr Dovzjenko en Sergei Eisenstein (Pantserkruiser Potemkin) in de Odessa Filmstudio. Volkszanger Valdimir Vyssotsky nam er veel van zijn muziek op. Toen de Sovjet Unie in 1990 uiteen begon te vallen, en Oekraïne zich onafhankelijk verklaarde, raakte de studio in verval.

Twee jaar geleden kwam de helft van de aandelen van de studio in particuliere handen. Alexander Tkatsjenko is een van de recente particuliere investeerders. Ook is hij de nieuwe algemeen directeur. Een van de eerste eigen producties van de studio, At the River (Oe reka) van Eva Neymann, een in Berlijn opgeleide voormalige assistent van Moeratova, draaide eerder dit jaar met succes op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In Tkatsjenko’s kantoor hangt het bewijsstuk van deelname aan het festival: een Rotterdamse accreditatiekaart en een reclamesticker.

Tkatsjenko is niet alleen econoom, hij is in Oekraïne ook bekend van televisie, waar hij onder meer het journaal presenteerde. Eerder richtte hij in Kiev een succesrijk onafhankelijk televisiekanaal op. Nu leidt hij de Odessa Filmstudio, streeft hij naar coproducties met Rusland, de Verenigde Staten en Europa, en kan hij aan westerse studio’s alle denkbare faciliteiten bieden – zelfs die van een filmlaboratorium.

De locatie, de gunstige weersomstandighedenen, en de hoge kwaliteit van de arbeidskracht in Odessa, geven zijn filmstudio voorsprong op andere studio’s, aldus Tkatsjenko. „We hebben ongeveer tweehonderd mensen op de loonlijst staan, technische en administratieve staf, creatieve medewerkers, regisseurs”, somt hij op. „Kira Moeratova, die hier al in de jaren zestig films met zanger en acteur Vladimir Vyssotsky opnam, is ook bij ons in dienst. Maar het staat haar vrij voor andere productiemaatschappijen te werken, die desgewenst hier faciliteiten kunnen huren. De mensen die hier werken zijn al in dienst sinds de Sovjetperiode, of ze zijn juist heel jong. We missen vooral de tussengeneratie.”

Oekraïne was een van de weinige Sovjetrepublieken met een studio waar meer gebeurde dan alleen films maken. Tkatsjenko wil op deze weg verder gaan. De studio wil van alles maken: fictie voor televisie en bioscoop, reclamefilms, videoclips. Er is volgens de nieuwe directeur behoefte aan Oekraïense televisieseries, met een ironisch gevoel voor zelfspot.

Ook de bioscoopmarkt voor eigen producties is in de voormalige Sovjet-Unie nog vrij groot. Tijdens ons bezoek wordt een oorlogsfilm opgenomen, Mijnwerkers geheten. Vooral voor oorlogsfilms die op de rand van de horror zitten, is het jonge Russische en Oekraïense publiek ontvankelijk. Vladimir Jevtstov, hoofd van de afdeling art direction, laat een paar decors zien die met kleine aanpassingen steeds opnieuw worden gebruikt. Er is een zogenaamd ‘nazi-hoofdkwartier’, met een foto van Hitler en flessen die met een kleine spelfout ‘shcnaps’ zeggen te bevatten. Het hoofdkwartier werd al in vier films benut.

Even verderop draait een zaagselmachine op volle toeren. Vervolgens propt een medewerkster een aantal geüniformeerde ‘lijken’ vol met het zaagsel uit het apparaat. Het produceren van films is hier een industrie, zoals in Hollywood, en niet in eerste instantie een kunstvorm. Al hoopt Tkatsjenko dat ook met artistieke producties geld valt binnen te halen.

Elders in Odesse verdient men immers ook geld; de economie bloeit, en de prijzen van onroerend goed exploderen. De ambachtelijke erfenis van een voormalige supermacht, ook als het om film gaat, lijkt hier te kunnen worden gecontinueerd, mede in samenwerking met Europa, dat volgens bijna iedereen in Odessa, elders ligt.