Motief voor moord Munir blijft raden

De zaak om de vermoorde Indonesische activist Munir vordert met hele kleine stapjes. Er zijn twee nieuwe arrestaties, maar de hoofdverantwoordelijken blijven buiten schot.

Het heeft elementen van de perfecte moord, het is ook een hoogst politieke zaak met tentakels van Amsterdam via Singapore en Jakarta tot in Washington – en een samenzwering is het zeker. Maar het is bovenal een puzzel – de moord op de kritische Indonesische mensenrechtenactivist Munir op zeven september 2004 in de lucht ergens tussen Singapore en Schiphol.

Donderdag was het weer eens dringen in de rechtszaal van centraal Jakarta. Zijn weduwe was er, een kleine, ietwat schuchtere vrouw van 39 jaar. Camera’s verdrongen zich rond haar en ze keek ernaar zoals een willekeurige oversteker bij een zebrapad naar auto’s kijkt: behoedzaam maar onberoerd. Suciwati heet ze, maar iedereen noemt haar Suci. Ze droeg een zwart poloshirt met een portret van haar vermoorde man, een beetje in Che Guevara-stijl.

Gesteund door een actiecomité heeft ze de halve wereld afgereisd om onder anderen ambtenaren van de Europese Commissie en de Verenigde Naties en leden van het Amerikaanse Congres op te porren druk uit te oefenen op Indonesië, om de moord op haar man uit te zoeken en de schuldigen te straffen. Die schuldigen zitten, daarvan is ze stellig overtuigd, in de hoogste legerkringen en houden elkaar de hand boven het hoofd. „Maar”, zo vertelde zij, „ik ben er ook vast van overtuigd dat ik de strijd tegen de doofpot aan het winnen ben.”

Toen vlucht 974 van Garuda op 7 september 2004 ’s ochtends vroeg op Schiphol landde was Munir al dood. Het Nederlands Forensisch Instituut stelde vast dat hij was overleden aan een arsenicumvergiftiging. Het politieonderzoek in Jakarta ging tergend langzaam – de hoogste politie-autoriteiten en de president lagen er kennelijk niet wakker van.

Er kwam uiteindelijk een verdachte: Garuda-piloot Pollycarpus. Die had die dag eigenlijk naar Peking moeten vliegen, maar had op het laatste moment een nieuwe opdracht gekregen – een vreemde opdracht gelet op zijn kwalificaties: incognito meevliegen met de vlucht 974 op het eerste stukje van Jakarta naar Singapore om het personeel van de luchtvaartmaatschappij te controleren. ‘Polly’ bood tijdens de vlucht zijn business class-stoel aan Munir aan en zou hem zijn maaltijd hebben aangereikt.

Bovendien bleek Pollycarpus volgens een opgave van de telefoonmaatschappij vóór en na de gewraakte vlucht 41 keer te hebben gebeld met een generaal van de militaire inlichtingendienst. Pollycarpus werd schuldig bevonden en tot veertien jaar cel veroordeeld. Daarmee leek de zaak geregeld. Een motief was weliswaar niet gevonden, een dader wel.

Maar Pollycarpus ging in hoger beroep en bij het Hooggerechtshof kwam hij er met twee jaar vanaf voor valsheid in geschrifte – hij had zich onder valse voorwendselen aan boord van vlucht 974 gemanoeuvreerd. De rechters achtten zijn schuld aan de vergiftiging niet bewezen en wat die 41 telefoontjes betreft – sinds wanneer mocht een mens niet 41 telefoontjes met een hoge generaal plegen?

De feitelijke vrijspraak voor Pollycarpus (na aftrek van voorarrest was hij al bijna vrij) was bizar, maar voor de weduwe en haar vrienden een geluk bij een ongeluk. Want nu kon geen democratische politicus in de wereld meer Jakarta bezoeken zonder te vragen hoe het stond met de zaak-Munir. De kwestie ontpopte zich geleidelijk aan tot cause célèbre voor de mensenrechten in het democratiserende Indonesië onder president en oud-generaal Yudhoyono.

De laatste weken komt de zaak in een stroomversnelling. De hoogste politiechef, generaal Sutanto, heeft de vroegere president-directeur van Garuda en diens toenmalige bestuurssecretaris laten arresteren. Zij zouden Polly van valse papieren hebben voorzien. En waarom? De ex-directeur: „Als ik van hogerhand opdrachten kreeg dan voerde ik die uit.” Die hogerhand komt met hun arrestaties geleidelijk in zicht.

Het onderzoeksteam van de politie is ondertussen ook naar Washington gereisd met het arsenicummonster en de telefoonchip van Pollycarpus. Ze zouden nu de inhoud van de telefoongesprekken kunnen achterhalen en weten nu beter om wat voor arsenicum het ging. Dat onderzoek wees uit dat Munir niet in het vliegtuig, maar tijdens de tussenlanding op het vliegveld van Singapore het gif toegediend heeft gekregen, waarschijnlijk in hete thee.

Sterker nog: Munir is daar in die fatale twintig minuten niet alleen gesignaleerd met piloot Pollycarpus, maar ook met een schilderachtige zanger met lange manen uit Ambon, Ongen Latuiamalo. Deze zanger heft niet alleen graag christelijke liederen aan, maar zou ook betrokken zijn bij de handel in ecstasy en hij heeft vrienden in het leger. Datzelfde leger bestrijdt weliswaar de ecstasy maar mag er – zo wil het gerucht – ook af en toe graag aan verdienen. Ongen is op het ogenblik niet te bereiken maar volgens zijn familie is hij vaak in Jakarta, soms op Ambon en vrij regelmatig bij vrienden in Breda.

In de wandelgangen van de rechtbank delven ventilatoren het onderspit tegen de rook van goedkope sigaretten en tegen de geruchten. Weduwe Suci houdt zich een beetje op de achtergrond, maar ze wil wel kwijt dat alles „veel sneller zou kunnen en duidelijker zou zijn, wanneer president Yudhoyono de politie tot meer spoed zou manen”.

De zitting zelf duurt maar een paar minuten, want er blijkt een personele verandering op komst in het presidium en dat gaat weer voor vertraging zorgen. De zaak die hier dient is ook niet zo belangrijk: een civiele procedure van de actiegroep tegen Garuda om de firma tot meer openheid te dwingen. Eerder een speldenprik dan een platform voor een doorbraak.

Maar volgens de weduwe gaat het nu dan toch de goede kant op. De Garuda-mensen zullen praten en de politie kent nu ook de telefoongesprekken. Uiteindelijk draait alles om de vraag of generaals, zoals een actievoerder het formuleert, afscheid kunnen nemen van het old boys network. Achter de doofpot zit een beerput, op de gang weet iedereen dat zeker.