Met jezelf is het beter

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen. Slot.

Toen ik een week of tien geleden met deze serie begon, dacht ik dat veel zou veranderen. Ik dacht dat als ik in de trein mijn abonnement liet zien, de conducteur zou zeggen: „Oh ben jij het?” En dat hij dan zou fluisteren: „Ik heb zo genoten van je stukje van afgelopen zaterdag. Zou ik eens pannenkoeken voor je mogen bakken?”

Ik dacht dat collega’s zouden zeggen: „Kyung-Soon, je hebt jezelf weer overtroffen met je verhandeling over het wezen van de man.”

En dat mijn familie zou zeggen: „Werken op een gemeentearchief is niet echt een wetenschappelijke carrière, maar wat je op de achterpagina van de krant produceert, is beter dan een wetenschappelijke loopbaan. Promoveren kunnen we allemaal wel.”

In werkelijkheid ging het anders.

Na mijn eerste stukje belde mama en zei: „Je liegt. Het kan niet dat je me hebt horen klaarkomen. Ik kom altijd geruisloos klaar.”

Na mijn derde stukje kreeg ik een brief van mijn zussen en mijn broer waarin ze schreven: „Dat jij jouw vuile was buiten hangt moet je zelf weten, maar wij houden onze vuile was graag binnen.”

Na mijn vierde stukje moest ik bij mijn baas komen. Hij zei: „Ik heb begrepen dat je stukjes in de krant schrijft. Dat is jouw zaak, als je daar lol aan beleeft. Heeft er in ieder geval één iemand lol aan. Maar wat hier op het gemeentearchief gebeurt, blijft tussen deze vier muren. Ik wil hier geen Voskuilachtige toestanden.”

Toen ik met deze serie begon had ik een aardig vriendje. Het was pril, maar het was fijn. Hij had op de School voor Journalistiek gezeten en hij werkte voor een regionale krant. Ik zal maar niet zeggen welke.

Eerst zei hij niets over mijn stukjes, maar na een week of twee merkte hij op: „Weet je, over jongens schrijven is leuk en aardig. Maar ik moet regionaal nieuws verslaan. Die twee dingen kun je niet met elkaar vergelijken.”

„Maar ik vergelijk ze ook helemaal niet elkaar”, zei ik.

„Jij moet doen waar je goed in bent”, antwoordde hij. „En dat is je werk op het gemeentearchief. Je bent van huis uit een echte archivaris.”

En toen mijn vijfde stukje in de krant stond, zei hij na het vrijen: „Jouw probleem is dat je denkt dat je kunt schrijven omdat je geadopteerd bent. Omdat je geadopteerd bent, denk je dat je een thema hebt. Nou je bent misschien wel geadopteerd, maar je hebt geen thema.”

„Je bent gewoon jaloers”, riep ik. „Sukkel dat je bent.”

Toen is hij het huis uitgelopen en daarna heb ik het telefonisch uitgemaakt. Dat was zo ongeveer het netto effect van deze stukjes.

Ik heb besloten de vuile was maar een tijdje binnen te hangen, want op deze manier houd ik geen familie of vrienden over. En wat mannen betreft: als je al zo nodig moet, kun je het beste met een vrouw gaan samenwonen. Of beter nog: met jezelf.

Niemand weet hoe heerlijk het is om in bed te liggen zonder dat iemand aan je vraagt: „Ben je al? Ben je al gekomen, Kyung-Soon?”

Kyung-Soon van Gelder