‘ Met castagnettes aan de voeten’

Harpiste Gwyneth Wentink krijgt zondag de Nederlandse Muziekprijs uitgereikt. „Ik was vier, ik zag een harp, en ik wist dat ik daarop de rest van mijn leven zou spelen.”

Aan het clichébeeld van de brave harpiste voldoet ze allesbehalve. Gwyneth Wentink (Utrecht, 1981) beschikt over een vlekkeloze techniek – natuurlijk – maar is op het concertpodium ook theatraal sterk aanwezig. Morgen reikt Minister Plasterk (OC&W) haar de Nederlandse Muziekprijs uit in het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam. De prijs wordt onregelmatig uitgeloofd aan excellente Nederlandse klassieke musici. Voorafgaand aan de toekenning kunnen de musici twee jaar zonder geldzorgen werken aan hun ontwikkeling. Een commissie houdt een oogje op de vooruitgang. Tussentijds kunnen muzikanten besluiten dat het bij het voortraject blijft; de prijs wordt dan niet uitgereikt.

Bij Wentink was die afloop bij voorbaat onwaarschijnlijk. Toen ze zestien was, won ze als jongste ooit het internationale harpconcours in Tel Aviv, de belangrijkste harpwedstrijd ter wereld. In 2000 studeerde ze cum laude af aan het conservatorium in Utrecht. „Ik was 19, mijn vrienden begonnen net met studeren”, vertelt ze. Ze verdiepte zich in even muziektherapie, „om opnieuw op de meest basale manier bezig te zijn met de vraag wat muziek met je doet.” En ze reisde naar India.

„Toen ik tot het voortraject voor de Muziekprijs werd toegelaten, heb ik lang nagedacht over de manier waarop ik mezelf verder wilde ontwikkelen. Meer lessen bij beroemde harpisten? Ik had er gewoon niet meer zo’n behoefte aan.” Wentink vertrok opnieuw naar India, nu voor lessen in sitarspel en de Noord-Indiase kunstmuziek. ,,Die fascineerde me enorm. Dat musici drie uur lang op één raga (melodietype) kunnen improviseren – ik vind het ongelooflijk spannend. Maar er was een bezwaar; India kent geen harp.”

Op de uitreiking van de Muziekprijs speelt Wentink zondag desondanks Indiase improvisatiemuziek op de harp, samen met bamboefluitspeler Pandit Hariprasad Chaurasia (,,een godheid in India”), saxofonist George Brooks en tablaspeler Vijay Gathe. ,,Bij Chaurasia heb ik mijn sitarlessen ook terug in Nederland doorgezet”, zegt Wentink. „Als klassiek harpiste vereist improviseren een totaal andere benadering. Je kent de raga, de opbouw en de tonen, maar de rest gebeurt in wisselwerking met de anderen. Toen ik eens vroeg wat we zouden spelen, keken de anderen me verdwaasd aan. Gewoon, muziek!”

Wentink is niet de eerste harpiste die met de Muziekprijs wordt onderscheiden; in 1995 ging Godelieve Schrama haar voor. Schrama geeft nu les, speelt in het Schönberg Ensemble en combineert die bezigheden met solospel. Wentink richt zich voorlopig op haar solocarrière. ,,Een orkest ambieer ik niet. En lesgeven? Later, misschien.”

Met succesvolle soloharpisten als Schrama en ook Lavinia Meijer (1983) is Nederland een ongekend bloeiend harpland, vindt Wentink. „Maar het kost tijd om echt uit te kristalliseren.” Toch is een andere bestemming nooit een optie geweest, lacht ze. „Ik was vier, zag de harp en ik wist dat ik daarop de rest van mijn leven zou spelen.”

Omdat het harp-repertoire klein is, eist die keus veel eigen initiatief op het gebied van genre- en repertoireverbreding. Voor de Muziekprijs-uitreiking heeft Wentink componist Roel van Oosten (1958) opdracht gegeven voor een nieuwe solowerk. Het moest vooral theatraal worden, vertelt ze. ,,De Canadees R. Murray Schäfer heeft een stuk voor harp geschreven waarin je ook slagwerkinstrumenten om de harp heen moet bespelen: tom tom, enkelbelletjes, noem maar op. Zelfs de manier waarop je de trommelstokken oppakt, is vastgelegd; dat stuk is echt supercool om te spelen. Ik heb Van Oosten gevraagd om nóg zo’n werk, en hij kwam met het idee van de Japanse theeceremonie. In het slagwerklokaal van het Utrechtse conservatorium hebben we toen van alles uitgeprobeerd.”

Triptych is heel afwisselend geworden, vindt ze. Etherisch én swingend. ,,Het derde deel speel ik met castagnettes onder mijn voeten. Bij de try-out schoten ze prompt weg.” Wentink acht het concert een voorbeeld van de veelzijdigheid van de harp. „Dat tuttige imago is er, maar er bestaat ook veel muziek die dat volkomen ontkracht.”

Concert: 29/4 Muziekgebouw aan het IJ, 20.15 uur. Res.(020) 788 20 00, zie ook: www.gwynethwentink.nl.