Lynch toont duistere krachten van Bob de Bij

In Parijs exposeert de Amerikaanse cineast David Lynch zijn beeldende kunst. De weirde beelden sluiten naadloos aan bij zijn surrealistische filmoeuvre. Maar wie is toch die mysterieuze Bob?

Jack Nance, vriend van de Amerikaanse filmmaker David Lynch (1946) en hoofdrolspeler uit diens film Eraserhead, had ooit een baantje als nachtportier bij een hotel. Op een avond deed hij de deur open van een ongebruikt kamertje en trof daar op de grond 10.000 dode bijen aan. Hij vulde een lege Kleenex-doos met de uitgedroogde kadavertjes en gaf deze aan Lynch. Deze pinde de bijtjes vast op een kartonnen bord, in vier rijtjes van vijf, en gaf ze ieder een naam: Chuck. Sid. Bob. Steve.

In een recent interview met The New York Times verklapte Lynch dat hij dit had gedaan „omdat de bijen daardoor een andere persoonlijkheid krijgen”. Hilarisch. Bob de Bij. Maar ook ontroerend. Want alleen een kind geeft zoveel aandacht aan een dood insect. Of trekt het onmiddellijk de pootjes en vleugels uit. Iets wat je bij Lynch ook altijd kan verwachten.

Die opgeprikte bijtjes zijn niet te zien op The Air is on Fire, de overzichtstentoonstelling van David Lynch in Fondation Cartier in Parijs. Maar die naam, Bob, komt steeds terug. Op schilderijen, in filmpjes, of gedrukt op een servetje.

Want voor wie het nog niet wist: de surrealistische filmmaker, bekend van cultfilms als Eraserhead (1977), Blue Velvet (1986) en Mulholland Dr. (2001) is eigenlijk een allround kunstenaar. In de afgelopen 47 jaar produceerde Lynch, naast films, een grote hoeveelheid objecten, schilderijen, foto’s en cartoons. Op dit moment draait zijn nieuwste geesteskind Inland Empire in de bioscopen – een drie uur durende nachtmerrie met in de hoofdrol Laura Dern.

Het resultaat van al dat werk is zowel intrigerend als irritant. De expositie, die door Lynch zelf werd ingericht en wordt begeleid door de klanken van zijn eigen obscure composities, toont bij binnenkomst grote schilderijen die op een soort vaaloranje canvas zijn gehangen. De doeken, vaak besmeurd met een dikke laag gelige lak en bedekt met kledingstukken of watten, tonen vage taferelen. Vaak is de titel van het werk met kleine lettertjes op het doek geplakt. In de meeste gevallen speelt Bob de hoofdrol.

Het schilderij Bob meets mister Redman toont een mannetje dat wordt belaagd door een bloederig gedrocht gemaakt van iets wat nog het meest lijkt op gestold kots. Op een ander werk, getiteld Bob’s anti-gravity factory, zie je een fabriek die aan magneetjes is opgehangen. Weer een ander schilderij toont Bob in een bos vol poppekoppen.

Het is ronduit weird. Wie is dat mannetje? Insiders weten dat Lynch vaak te vinden was in Bob’s Big Boy, een restaurantketen in Californië. En filmkenners weten ook dat Bob een mysterieuze, boosaardige entiteit is die, gespeeld door setdresser Frank Silva, opduikt in Lynch’ televisieserie Twin Peaks en de ‘prequel’ Twin Peaks: Fire Walk With Me.

Maar wie hij werkelijk is? Bob lijkt vooral te staan voor de duistere kracht van het onderbewuste: het ‘id’ dat het ‘ego’ wil domineren. Niemand die het zeker weet. En Lynch zal je niet helpen. Maar het intrigeert.

Dat geldt ook voor sommige van de filmpjes die op de benedenverdieping van het museum in een minibioscoop worden gedraaid. Zo wordt zijn allereerste korte filmpje Six Men Getting Sick (1967) vertoond en zijn er ook acht afleveringen te zien van het hoogst originele Dumbland (2002), een hilarische Gummbah-achtige cartoon over een ruftende blanke bullebak die met zijn hysterische vrouw en irritante kind in een troosteloze buitenwijk van Amerika woont.

Minder boeiend zijn de duistere foto’s van roestige rioleringsbuizen en vervallen fabriekshallen die naast de bioscoop hangen. Ook de serie foto’s van sneeuwpoppen voor naargeestige huizen, en de kleurenfoto’s van rondborstige vrouwen met rode lippen zijn weinig verrassend. De beslissing om tekeningetjes, schetsen en aantekeningen van Lynch op te hangen, is verkeerd. Waarom moeten wij weten dat de grote regisseur via een briefje aan een zekere Peg vraagt of ze hem om 09.30 wil wakker maken? Ieder kattenbelletje van Lynch aan een muur ophangen neigt naar persoonsverheerlijking.

Maar er is voldoende werk dat aantoont dat Lynch een kunstenaar is met een zeer creatieve geest. En dat deze expositie niet prijsgeeft wat zich in het brein van Lynch afspeelt, was te verwachten. Hij zal altijd een rookgordijn om zich heen optrekken.

Zijn kunstwerken en films mogen dan duister, beangstigend en soms zelfs grof zijn, toch legt hij daarmee essentiële onderwerpen bloot. In ieders leven ligt de horror altijd wel op de loer. Iedereen strijdt met krachten als liefde, verval, groei, seks en dood. Lynch wijst daarop. En soms is dat niet naar. Soms is dat juist ontroerend. Dat ene bijtje is dan wel dood, maar hij heeft toch een naam gekregen.

T/m 27 mei Fondation Cartier, 261, Boulevard Raspail, Parijs. Info: fondation.cartier.com