Loopbaan voor talent

Talentvolle onderzoekers hoeven niet meer op een hoogleraarschap te wachten tot er iemand weggaat. Derk Walters

Het nieuwe personeelsbeleid van de Nederlandse universiteiten is een zegen voor jonge onderzoekers, vindt bijna iedereen in de universitaire wereld. Voorzitter Sijbolt Noorda van de vereniging van universiteiten VSNU is zelfs uitermate positief. “Je hoeft niet meer te wachten tot een hoogleraar onder de tram komt om het zelf te kunnen worden”, zegt hij. “Kwaliteit van wetenschappers wordt beloond. Dit systeem biedt wetenschappers aan het begin van hun carrière een duidelijk parcours. Bovendien kunnen Nederlandse universiteiten wetenschappers uit de hele wereld aan zich binden. We moeten niet alleen focussen op onmogelijkheden. Goede onderzoekers moeten sowieso hoogleraar kunnen worden.”

Ben Fruytier, universitair hoofddocent op de Radboud Universiteit in Nijmegen, lector aan de Hogeschool Utrecht en onderzoeker van tenure track, zoals het nieuwe systeem heet, ziet echter nog een aantal tekortkomingen. “Vastgeroeste faculteiten met vergrijsd personeel kunnen weer in beweging raken. Maar ik zie wel dat het systeem vooral aanslaat op faculteiten die al een goede reputatie hadden. Die weten de beste jonge onderzoekers aan zich te binden. Voor minder gerenommeerde faculteiten is dat moeilijker, waardoor het niet automatisch een succes wordt. ”

onbestuurbaar

Iedereen kan dus hoogleraar worden, als hij maar goed genoeg is. Dat roept de vraag op: wie moet er dan onderwijs geven? Fruytier: “Tenure track is onbestuurbaar als een faculteit inderdaad alleen uitgaat van het loopbaanbeginsel, en dat gebeurt in de praktijk dus ook niet. Je kunt moeilijk tien hoogleraren hebben binnen één vakgroep, zonder dat daaronder nog docenten zitten.” Je moet het systeem daarom combineren met aanstellingen op basis van het beschikbare budget, zoals in het huidige systeem, vindt Fruyt. “Maar ook dat is niet ideaal voor elke faculteit. Ik zou letterenfaculteiten, die veel onderwijs geven, willen adviseren om er nog eens goed over na te denken.”

Een fantasieprobleem, vindt Noorda. “Onderzoekers moeten ook doceren, en tenure track rekent hen daarop af. Mocht het ooit voorkomen dat er tien hoogleraren in één vakgroep zijn, dan kan er toch maar één de leider zijn. Je moet het systeem natuurlijk niet te rigide invoeren. Er moet ruimte blijven voor ongewone carrières, vrouwen die kinderen willen krijgen en mensen die vanuit het bedrijfsleven terug willen naar de universiteit. Ik zie geen problemen voor letterenfaculteiten. Door de dynamiek van het nieuwe systeem wordt het personeelsbeleid juist eenvoudiger. Elke wetenschapper kan de juiste functie krijgen.”

Een van de doelen van tenure track is het binnenhalen van talentvolle buitenlandse onderzoekers. Ook daar ziet Fruytier een probleem. “Nederlandse universiteiten betalen minder dan in de VS of Oost-Azië.” Hij denkt wel dat de concurrentie toeneemt door tenure track en dat betekent dat de salarissen omhoog zullen gaan. “Maar de druk ook. Het traject gaat gepaard met behoorlijke stress. De belofte is groot, maar je moet nogal wat. Daardoor wordt de groepssolidariteit op universiteiten, die toch al niet groot is, nog geringer. Het is dan iedereen voor zich.”

Noorda denkt dat Nederlandse universiteiten best kunnen concurreren op salaris, ook met de VS. Onze hoogleraarssalarissen zijn goed, zegt hij. En wat betreft de solidariteit: “Het is een sprookje dat er nu geen concurrentie zou zijn. Daar verandert tenure track niets aan. Competitie is alleen maar goed. Bovendien scoort vrijwel niemand louter op individuele prestaties. De lijsten met auteursnamen onder artikelen worden niet voor niets steeds langer.”

afvallers

Fruytier wijst nog op de afvallers: degenen die op hun universiteit niet het gewenste niveau halen en weg moeten.

Noorda voorziet eigenlijk maar één probleem. ‘‘Ik betreur het zeer dat onze wetten sterk gericht zijn op vaste aanstellingen. Volgens de cao moet een universiteit iemand na uiterlijk zes jaar in vaste dienst nemen, wat de flexibliteit belemmert. Verder mag tenure track van mij morgen op elke universiteit ingevoerd zijn.”