Lessen leren van de stokoude rijken

Wij leven in de tweede Gouden Eeuw. Die begon rond 1950 en is nog niet ten einde. De eerste Gouden Eeuw tussen ongeveer 1600 en 1700 kende een vergelijkbare welvaart, maar ook bittere armoede en lage levensverwachtingen. Die kennen we nu niet meer. Enkele families uit de zeventiende eeuw slaagden erin om in korte tijd een enorm vermogen op te bouwen en gaven dit door aan (verre) nazaten, die daar nu nog op teren.

Soms was dat geluk, maar vaak was het zakelijke en financiële beleid van de stamvaders en -moeders oerdegelijk, hoewel niet zonder risico’s. Wie zijn huidige voorspoed wil beschermen en inblikken voor later, moet daarom kennis nemen van het roerige leven van de stokoude rijken. Bijvoorbeeld via het onderzoek van Kees Zandvliet, hoofdconservator van het Rijksmuseum in Amsterdam.

1 Zandvliet schreef de lijvige, rijk geïllustreerde paperback De 250 rijksten van de Gouden Eeuw. Te koop via de webwinkel www.rijksmuseum.nl of in de boekhandel. Het maandblad Quote heeft daar in oktober 2006 een verkorte versie van uitgebracht. Zie deze studie als een leerboek, een beleggingshandleiding.

2 Het valt op dat de oude rijken soms meerdere vermogens erven van (schoon)ouders en andere (verre) verwanten. Zo wordt het vermogen van Maria Queekel (1585-1644) geschat op 570.000 gulden, ongeveer 5,7 miljoen euro nu. Zij is daarmee nummer 48 op de toenmalige, geschatte ranglijst van vermogenden. De Oranje’s staan op 1 met 25 miljoen gulden. Maria wordt omschreven als een verzamelaarster en beheerster van erfenissen. In die tijd stierven mensen soms plotseling en op jonge leeftijd. Daarom was het belangrijk om de bezittingen goed te beheren. Maria was getrouwd met de zeer vermogende zoon van een brouwer uit Den Bosch. Toen was brouwen al een goede business. Ook in onze tijd kunnen erfenissen het vermogen van een miljonair in spe flink spekken. Probeer daarom greep te krijgen op het geld van je toekomstige erflaters. Ook wegens de veel te hoge successierechten.

3 In de 17de eeuw woonden er in de dun bevolkte republiek Holland een miljoen mensen. Rijken konden voor een luttel bedrag flinke stukken land kopen buiten hun woon- en werksteden en daar een landhuis op laten bouwen. Mede als investering, zoals de dichter Jacob Cats (1577-1660) deed. Die kon van zijn rijmpjes niet leven, maar werd rijk door enkele grondtransacties en goedbetaalde baantjes. Daarom is en blijft gewoon en hard werken een solide basis voor je groeiende vermogen. Maar toen, net als nu, gingen mensen de boot in omdat ze grond kochten op de verkeerde plaats of het verkeerde moment, aangestoken door de hype. Op dit punt is er niets veranderd: de waan van de dag is een geduchte vijand.

4 De ruimte om te investeren in omvangrijke en betaalbare landerijen en huizen lijkt niet meer te bestaan. Dat is niet waar. Je moet heel Europa als je werkterrein zien. Voor ons is bijvoorbeeld Slowakije even ver weg en onbekend als de Achterhoek voor Rotterdammers in 1750. In 1992 kon je op het Ierse platteland voor enkele tienduizenden guldens een royaal huis met veel grond kopen. Daar betaal je nu tonnen voor. Je moet durven, net als je verre voorouders.

Adriaan Hiele