Leerstof op locatie

In Den Haag hebben leerlingen van vier basisscholen een handcomputer om ‘lopend’ mee te leren.

Jacqueline Kuijpers

Leerlingen van basisschool De Octaaf in Den Haag gaan met een handcomputer de straat op om te leren. “Dit is het leergereedschap van de toekomst.” foto luciana caputo schoolvoorbeeld SBO Caputo, Luciana

Ufuk (13) is de tovenaar van de klas als het gaat om computers. Hij is dan ook in zijn nopjes met het nieuwste project op school: Lopend Leren. Op De Octaaf, school voor speciaal basisonderwijs in Den Haag, hebben de leerlingen in de hoogste groepen allemaal een handcomputer gekregen. Een hip en hightech hulpmiddel, waarmee volgens Ufuk nog véél te weinig gedaan wordt. “We zijn een keer met de TomTom-functie naar het winkelcentrum hier in de buurt gelopen”, vertelt hij, terwijl hij met zijn pennetje (stylus) in razend tempo de functies laat zien van de ‘Verkenner’, zoals de PDA (Personal Digital Assistant) op school gedoopt is. “En verder doen we wel dingen naar elkaar verzenden, net als foto’s of muziek.”

Maar daarmee doet Ufuk zichzelf en zijn klasgenoten tekort. Want al pratend blijkt bijvoorbeeld dat hij samen met Alex (13) spontaan een reportage heeft gemaakt van het klasse-uitje naar het Museon. Ufuk heeft foto’s gemaakt en Alex kreeg de ingeving om de gids van het Museon te interviewen. En omdat hij zijn ‘Verkenner’ in zijn rugzak had kon hij dat “effe opnemen”. Terug op school werden beeld en geluid samengevoegd op de computer: klaar.

Lopend Leren is het initiatief van AB-ZHW, een samenwerkingsverband van Stichting Confessioneel Onderwijs Lucas, de Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden en de Hogeschool INHOLLAND. Projectleider Koos Eichhorn raakte enthousiast toen hij in Engeland zag hoe kinderen er mee werkten, vertelt hij. “Alles zit er op: Internet, Blue Tooth, Word, rekenprogramma’s, mindmapping, een animatieprogramma. Leerlingen kunnen op locatie leerstof binnenhalen en draadloos uitwisselen. Een speeltje waar je ongelofelijk veel mee kan.”

Het project is vorige maand officieel van start gegaan op vier basisscholen met een looptijd van ruim twee jaar. Het doel is te onderzoeken of en hoe de handcomputer kinderen kan ondersteunen bij het leren. Elk van de vier basisscholen heeft daarom een eigen aandachtsgebied: van zelfstandig leren tot de mogelijkheden van de handcomputer bij het leren lezen. Het proces wordt gevolgd door een stuurgroep. Rob Martens, hoogleraar Onderwijsvernieuwing aan de Universiteit Leiden is daarbij betrokken.

Een interessante onderzoeksvraag is wat de invloed is op het leren van kinderen als dat niet langer plaats- en tijdgebonden is. Want met de PDA heb je als kind altijd je eigen vraagbaak bij je. Benedict Hal, directeur van De Octaaf, verwacht daar veel van, vertelt hij. “De grote bulk van hun tijd brengen kinderen buiten school door. Daar communiceren ze zich rot. Maar op school houdt het meteen op. De school is een museum: daar moet het mobieltje meteen uit en is de computer een uurtje per dag beschikbaar. Ik vind dat de school als een facilitair bedrijf kinderen in staat moet stellen om over de nieuwste apparatuur te beschikken. Dit apparaatje mag mee naar huis en slaat zo een brug tussen school en de vrije tijd. Ik hoop het de leerlingen uitdaagt tot kennis vergaren en kennis delen.”

De Octaaf heeft speciaal voor de handcomputer een ‘winkelproject’ bedacht. Leerlingen gaan naar het winkelcentrum om klanten en winkeliers te interviewen over voeding. Ze gaan ook vergelijkend warenonderzoek doen bij verschillende supermarkten. Weer op school kunnen ze die informatie eenvoudig uitwisselen. Zo worden vaardigheden (samenwerken, interviewen) gecombineerd met kennis vergaren en uitwisselen (hoe ziet een passievrucht eruit – foto!- en hoeveel duurder is een pond gehakt bij de slager dan bij de kiloknaller?).

Of de handcomputer werkelijk ingeburgerd zal raken in het onderwijs is volgens Koos Eichhorn geen kwestie van ‘als’ maar van ‘wanneer’. Er zijn echter nog wel wat hobbels voor het zover is. Als eerste het apparaat zelf. De Ipaq RX 5935 is niet echt ‘kids-proof’. Eichhorn: “Je kunt op het lcd-schermpje echt schrijven. Kinderen doen dat intensief en daar is het niet voor gemaakt.” En de prijs: 450 euro per apparaat. De proef wordt betaald door Kennisrotonde (ICT op School), terwijl Microsoft het ondersteunt vanuit het Partners in Learning-programma. Maar hoe gaat dat aan het eind van het project? “Het kan een inconvenient succes worden”, beaamt Benedict Hal. Vooralsnog richt hij zich op het heden. Want ook de didactiek moet veranderen, met de Verkenner in de klas. “Dit is het leergereedschap van de toekomst. Daar moet je mee om leren gaan. In Engeland liep het gebruik ervan spaak in klassen waar de leerkracht zei dat het apparaat moest worden opgeborgen na de les.” Dus de PDA blijft aan. Maar wat als de leerlingen niet opletten en muziekjes gaan downloaden en uitwisselen? “Ja, wat dan?” repliceert Benedict Hal. “Dan is de leerkracht niet boeiend genoeg!”

www.lopendleren.nl