Kunstenaar verdwijnt achter de bouwplannen

Kunstwethouders zien kunst als middel om de stad te promoten en als middel tot integratie van bevolkingsgroepen. Maar zien zij kunst ook nog als doel op zichzelf?

Het moet in 2011 het grootste muziekcentrum ter wereld worden, het verbouwde en tot een ‘Muziekpaleis’ van 5300 stoelen uitgebreide Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Die ambitie is kenmerkend, blijkt uit de serie profielen van kunstwethouders van grote steden die afgelopen dagen op deze pagina stond. Wethouders willen hun stad ‘cultureel op de kaart zetten’, en gaan stenen stapelen.

De investering komt terug, luidt de redenering. Cultuur is een belangrijke reden voor kapitaalkrachtigen en bedrijven om zich ergens te vestigen, bleek uit de onlangs verschenen Atlas van de gemeenten. Sinds de econoom Richard Florida in 2002 het belang van de ‘creatieve klasse’ voor steden benadrukte, worden kunstenaars steeds vaker gezien als indirecte bron van inkomsten, in plaats van als kostenpost.

Wel hebben de wethouders moeite hun deels van voorgangers overgenomen plannen te financieren; wethouder Gehrels van Amsterdam, bijvoorbeeld, heeft jaarlijks tenminste tien miljoen extra nodig voor de programmering van al haar nieuwe podia.

Bij al dat geldgebrek is het des te opvallender dat deze wethouders nog sterker een ander doel nastreven, dat haaks staat op het bovenstaande: ze willen kunst naar laag opgeleiden brengen, vooral jongeren en allochtonen. Het aloude verheffingsideaal is uit zijn as herrezen. Ook hiervoor zijn plannen genoeg, maar telkens is onduidelijk waar het geld vandaan moet komen.

Geld dus voor topkunst en community art, maar de vele soorten kunst en kunstenaars daartussen lijken naar de achtergrond te verdwijnen. „Dat deel staat als een huis”, zei wethouder Jetta Klijnsma van Den Haag over het kunstklimaat in haar stad. Maar vooral de kleinschalige ensemble-, toneelgroepjes- en werkplaatsencultuur, minstens zo bepalend voor het stedelijke artistieke klimaat als de topkunst waar ‘city marketeers’ zo van houden, verkeert in gevaar door een samenloop van maatregelen. Met ingang van 2008 biedt het nieuwe landelijke subsidiestelsel kleine gezelschappen minder zekerheid, de beoogde invoering van het profijtbeginsel kan kaartjes duurder maken.

Het is de vraag of wethouders zich voldoende realiseren dat het levend en levendig houden van de lokale creatieve gemeenschap ook een geldverslindend doel op zichzelf is. En veel manoeuvreerruimte lijken ze, ingesnoerd tussen de grote projecten van hun voorgangers en hun geldgebrek, voor dit doel sowieso niet meer te hebben.

Lees de afleveringen van de serie over wethouders kunst op www.nrc.nl/kunst