Klooster verkalking

Veel Middeleeuwse kloosterlingen zaten stil en aten veel. Dat is af te lezen uit opgegraven vergroeide ruggengraten. Dezelfde vergroeiingen zien orthopeden nu weer terug bij zwaarlijvige diabeten. Jannetje Koelewijn

Stilzittende Middeleeuwse monniken met een waarschijnlijk overvloedig vleesrijk menu kregen last van verbening van de banden langs hun ruggengraat. Vooraanzicht (boven) en zijaanzicht (onder) van de borstkaswervels van een overleden vijftiger laten zien dat de borstkaswervels aan elkaar vast waren gegroeid. De CT-scans vanaf dezelfde zijde gezien zijn links respectievelijk rechts (foto) afgebeeld. foto umc utrecht umc utrecht

Monniken in de Middeleeuwen mochten geen vlees eten, alleen vlees van wild waarop gejaagd was. Dus wat deden ze? Ze joegen hun varkens voor de slacht de stal uit. Een rondje om het klooster met de hond er achteraan en de hele winter stond er spek en ham en worst op tafel. Zeker, er waren monniken die sober leefden en mager bleven, gereformeerd avant la lettre. Maar de meesten aten te veel en werden moddervet. Lees The Canterbury Tales van Chaucer (1343-1400) waarin een monnik, rond en welgedaan, vertelt wat hij het liefste eet. Geroosterde zwaan. Of lees wat er bij de abt van de Westminster in één diner op tafel kwam, volgens een kasboek uit 1372. Rund, schaap, vier biggen, vijf eenden, een zwaan, zes ganzen, zes kapoenen, negen kippen, twee houtsnippen, daarna roomkaas, en bij dat alles wijn en bier.

Monniken aten zoals een groot deel van de wereldbevolking nu eet. Veel vlees, weinig groente. En bewogen ze? Nee. Ze lazen en baden, ze schreven de bijbel over in sierletters. Hoe hun bloedvaten zich daaronder hielden, is te raden: vol plaque, hard en stijf. De monniken zullen ook een te hoge bloeddruk hebben gehad, en ouderdomsdiabetes op jonge leeftijd. Welvaartsziekten. Alleen is dat nu bijna niet meer te bewijzen.

Er is een ziekte die wel te bewijzen is, omdat die zichtbaar is in botten van overleden monniken. Ook een welvaartsziekte, alleen nog niet erg bekend. Maar dat kan snel veranderen, nu voor het eerst in de geschiedenis zo veel mensen hun leven lang dik zijn en vroeg diabetes krijgen. Want zo gaat het: er is obesitas en diabetes, en dan – niemand weet nog precies hoe – kan er DISH ontstaan. Diffuse Idiopathic Skeletal Hyperostosis.

breuken

De bindweefselbanden in de wervelkolom verbenen, wat wil zeggen dat ze veranderen in bot. Ook de banden in gewrichten verbenen. En de aanhechtingen van de pezen. Alles wordt hard en stijf, waardoor er gemakkelijk breuken kunnen ontstaan. En die kunnen leiden tot verlammingen. Er kan ook zoveel bot op de wervelkolom groeien dat het, langzaam, langzaam, de slokdarm en de luchtpijp dichtdrukt. Maar dan is de ziekte al ver gevorderd. DISH begint met vage pijn, met stijfheid en stramheid.

Tony Waldron, een Britse specialist in beroepsziekten, vroeg zich al in 1985 in de British Medical Journal af of DISH typisch iets voor monniken was. Hij had botten bestudeerd uit graven bij een middeleeuws klooster in Surrey en hij zag opmerkelijk veel verbeende wervelkolommen en gewrichten. In graven van gewone mensen zag hij die nooit. Hij beschreef hoe overvloedig er in kloosters gegeten werd. De pasteien, de puddingen, de sauzen vol room. En dan de hele dag niets anders doen dan zitten of knielen. Tony Waldron noemde DISH het gevolg van een monastic way of life. Een curiositeit, in 1985.

signaal

Nu is er weer een artikel over DISH bij monniken verschenen, in de European Spine Journal. Het is van de fysisch antropoloog George Maat van het Leids UMC, en twee orthopedisch chirurgen van het UMC Utrecht, Cumhur Öner en Jorrit-Jan Verlaan. Deze keer wordt de ziekte niet als een curiositeit beschreven, maar – zeggen de auteurs – als een signaal. Als die monastic way of life in de Middeleeuwen tot DISH leidde, dan zou het hamburger- en computerleven van nu ook wel eens tot DISH kunnen leiden.

“We hadden nog wel verder willen gaan”, zegt Jorrit-Jan Verlaan. “We hadden willen schrijven dat de kans op verbening van de bindweefselbanden en de peesaanhechtingen nu gewoon veel groter wordt. Maar de reviewers van het artikel vonden dat toch te speculatief.”

Jorrit-Jan Verlaan (35) had toen hij nog in Leiden geneeskunde studeerde bij George Vermaat een cursus fysische antropologie gedaan. Zes weken lang skeletten reconstrueren en bestuderen, opgegraven in Maastricht. Ze hadden onder de koer van de Onze Lieve Vrouwe Kerk gelegen. Eerder stond daar een Merovingische kerk, en nog eerder een Romeins fort. De oudste skeletten waren uit 450, de jongste uit 1795. Jorrit-Jan Verlaan vond ze zo interessant dat hij er niet vier documenteerde, wat de bedoeling was, maar alle 51 die gevonden waren. Hij zag verbeende wervelkolommen, verbeende schoudergewrichten en verbeende ribbenkasten, soms zo ernstig dat alles aan elkaar vastgegroeid was.

Dat was in 1997. Hij had nooit meer wat met de gegevens gedaan, tot hij ze vorig jaar terugvond in een bureaula. Hij wilde ze weggooien, maar liet ze eerst aan Cumhur Öner (50) zien, bij wie hij in 2004 cum laude op de behandeling van wervelfracturen gepromoveerd was. Die was blij verrast. Cumhur Öner: “Toeval of niet, maar hier in het ziekenhuis zien we de laatste jaren mensen met precies zulke verbeende wervelkolommen, en met omvangrijke fracturen na een relatief klein trauma. En van Europese en Amerikaanse collega’s hoor ik dat zij ze ook zien.” Ze besloten om de gegevens te verwerken tot een artikel.

boeren en buitenlui

Van de 51 skeletten waren er 42 van volwassenen, en daarvan hadden er 17 – met een gemiddelde leeftijd bij sterven van vijftig jaar – DISH. Ruim 40 procent. Is dat veel? De 27 monniken die een paar jaar later werden opgegraven bij de Sint Servaas Basiliek, ook in Maastricht, hadden allemáál DISH. Maar van de 99 boeren en buitenlui van een algemene begraafplaats in Londen was er niet één die het had.

De 51 skeletten van de Onze Lieve Vrouwe Kerk waren niet allemaal van mannen, dus ook niet allemaal van monniken. Er zaten skeletten van vrouwen bij, en van negen kinderen. Een van die vrouwen had wat radiologen flowing wax noemen, typisch voor DISH. Er is zo veel bot gevormd dat het als kaarsvet langs de wervelkolom naar beneden lijkt te druipen. Jorrit-Jan Verlaan en Cumhur Öner denken dat deze vrouw rijk en deftig was, en dat ze daarom op deze begraafplaats lag. Ze zal weinig lichaamsbeweging hebben gehad. En meer dan genoeg te eten.

Ze willen nu nog een groep skeletten bestuderen, uit twee graven in Delft, een met burgers en een edelen. Ze hopen dat ze dan weer kunnen laten zien dat onder rijken veel meer DISH voorkomt dan onder gewone mensen. Want hard bewijs voor een oorzakelijk verband tussen levensstijl en de ziekte is er niet. Tot nu toe zijn er alleen maar aanwijzingen dat er een relatie is.

Cumhur Öner: „Hoe meer geld je had, hoe meer calorieën je tot je beschikking had. Zo is het tot de Tweede Wereldoorlog altijd geweest. We weten uit allerlei bronnen dat de rijken veel aten. En ook dat het veel dierlijke vetten waren.”

Jorrit-Jan Verlaan: „Sinds McDonald’s is het: hoe mínder geld, hoe meer calorieën. Calorieën zijn goedkoop geworden. Ook calorieën uit vlees.”

Cumhur Öner: “En er is geen enkele noodzaak tot bewegen meer.”

Er wordt nu ook onderzocht – in het UMC Utrecht, maar ook in andere ziekenhuizen – hoe het komt dat obesitas en diabetes kunnen leiden tot „een cascade van botvorming”, zoals Cumhur Öner het zegt. Het moet iets in de stofwisseling zijn, en orthopedisch chirurgen zouden graag weten wat het is. Misschien kunnen ze het lichaam dan ook bot laten aanmaken op plaatsen waar het nodig is, na een breuk of een operatie. „Zo vreemd”, zegt Cumhur Öner, “dat er op de wervelkolom zo veel bot kan groeien dat het door de zwaartekracht naar beneden lijkt te worden getrokken.”

schoudergewricht

Hij laat een foto zien van een schoudergewricht waarin de banden verbeend zijn. Het is van een van de skeletten uit het graf bij de Onze Lieve Vrouwe Kerk. “Die man kon zijn armen bijna niet meer bewegen.” Hij leunt voorovergebogen over de tafel. “Die zat de hele dag zo.”

Jorrit-Jan Verlaan pakt een foto van een ribbenkast met verbeende bindweefselbanden. “En deze man dan. Die kon niet eens normaal ademen. Zijn borstkas kon niet meer op en neer.”

Hoeveel mensen hebben er nu DISH?

Jorrit-Jan Verlaan: “We hebben vijfhonderd thoraxfoto’s bekeken en bij 17 procent van de mensen boven de vijftig zien we verbeningen. Twee keer zo vaak bij mannen als bij vrouwen. Misschien doordat mannen vaker te dik zijn. Geen enkele radioloog had de verbeningen in hun verslag genoemd. Ze letten er blijkbaar niet op.”

Is het dan misschien niet erg?

Cumhur Öner: “Wij denken dat het net zo zal gaan als met osteoporose, botontkalking. Die begon in de jaren zeventig flink toe te nemen, eerst vooral bij vrouwen, want die hadden toen al veel minder lichamelijke belasting dan mannen. Het werd niet ernstig gevonden, want niemand had er last van. Dat kwam pas later, toen steeds meer mensen fracturen kregen. Nu is osteoporose een epidemie.”