Justitie komt tekort in strijd tegen f raude

De top van het Openbaar Ministerie heeft te weinig affiniteit met financiële fraudebestrijding, die daardoor onvoldoende van de grond komt.

Er zijn nog steeds niet genoeg specialisten, er is te weinig ondersteuning en de betrokkenheid op het hoogste niveau is onvoldoende. Dat zegt Hendrik Jan Biemond, scheidend fraudeofficier van justitie, vandaag in een interview met NRC Handelsblad.

Het Openbaar Ministerie heeft financiële fraudebestrijding als topprioriteit bestempeld. Maar op de huidige manier kunnen die ambities moeilijk worden waargemaakt, aldus Biemond, die onder meer aanklager was in de Ahold-zaak.

Hij wijst erop dat alleen het oprichten van het ‘functioneel parket’, bedoeld om specialistische kennis op fraudegebied te bundelen, niet genoeg is: „Prima plan. Goede structuur. Maar aan de vervolgstap, een praktische uitvoering en invulling, is niet genoeg aandacht besteed. Het is een specialistisch parket met te weinig specialisten. (..) Dit is echt het probleem: de organisatie staat, alleen: het is een leeg huis.”

Biemond, die partner is geworden bij advocatenkantoor Allen & Overy, wijt de trage voortgang in de fraudebestrijding vooral aan de cultuur binnen het Openbaar Ministerie: „Het college van procureurs-generaal staat er ver vanaf, omdat fraudebestrijding niet de core business van justitie is. De urgentie staat wel op papier, maar wordt te weinig gevóéld.”

Snelheid is volgens hem geboden: „Internationaal komt er steeds meer wetgeving op ons af, die ook strafrechtelijk gesanctioneerd wordt. Het Openbaar Ministerie heeft een belangrijke maatschappelijke functie als het gaat om fraudebestrijding, dus moet je als justitie met de tijd meegaan, weten waar je over praat en proactief kunnen opereren. Anders speel je straks een marginale rol en dat kan je je als Openbaar Ministerie niet veroorloven.”

Biemond: pagina 24