IJzer heeft sterke invloed op groei algen in oceaan

De beschikbaarheid van ijzer blijkt voor de opname van CO2 door algen tien keer zo belangrijk als eerder was vastgesteld in kleinschalige experimenten. Dat concludeert een internationaal team van bijna vijftig onderzoekers. Vanaf een Frans poolschip bestudeerden ze de jaarlijkse algenbloei die in januari optreedt in de buurt van de vulkanische Kerguelen, een archipel die ongeveer halverwege ligt tussen Australië en Zuid-Afrika (Nature, 26 april). In dat gebied komt ijzer op natuurlijke wijze uit de bodem vrij.

Het belang van ijzer voor de algengroei was tot nu toe alleen bestudeerd in kunstmatige situaties waarbij onderzoekers met een schip rondvoeren en grote hoeveelheden opgelost ijzersulfaat (FeSO4) met een slang in het water lieten lopen. Volgens Marcel Veldhuis, een van de vijf mede auteurs die verbonden zijn aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, waren deze experimenten minder nauwkeurig, omdat ze maar kort duurden en omdat het ijzer misschien te snel naar de bodem zonk of werd meegevoerd door zeestromingen.

Het water rond de Zuidpool is ’s werelds grootste oceaangebied dat wetenschappers typeren als HNLC (high-nutrient, low chlorphyll): er zijn veel voor algen belangrijke mineralen beschikbaar, maar toch is er is weinig algengroei. Het gebied in de buurt van de Kerguelen-eilanden is in de Zuidpoolzeeën een uitzondering: hier treedt elk jaar in januari een algengroei op die zich uitstrekt over een oppervlak van 45.000 vierkante kilometer.

IJzer komt hier los uit het Kerguelenplateau op een diepte van 600 meter. Dat plateau bestaat uit ijzerrijk vulkanisch gesteente. Het ijzer is een belangrijk element voor de algen, onmisbaar voor de fotosynthese. Omdat ijzer maar een miniem aandeel heeft in de totale planktonmassa kan een beetje ijzer in principe helpen bij het vastleggen van grote hoeveelheden CO2 in organische koolstof.

De internationale onderzoeksgroep nam in de buurt van Kerguelen een groot aantal monsters waarbij de ijzerconcentratie in het oppervlaktewater werd bepaald alsmede de hoeveelheid chlorofyl (een maat voor de algenmassa) en de hoeveelheid opgeloste CO2 . Uit deze en andere meetgegevens concluderen de onderzoekers dat de hoeveelheid CO2 die wordt vastgelegd in verhouding tot de hoeveelheid ijzer die beschikbaar is tenminste tien keer zo hoog is als uit eerdere studies naar voren is gekomen. Misschien werkt het ijzer hier zo goed, omdat het langzaam en regelmatig beschikbaar komt.

De fotosynthetische omzetting van CO2 in organische koolstof door algen heeft invloed op de CO2 concentratie in de atmosfeer en daarmee op het broeikaseffect. Toch mag volgens Veldhuis uit de studie niet worden geconcludeerd dat de grootschalige bemesting van de oceanen met ijzer een oplossing is voor het klimaatprobleem. De hoeveelheid ijzer die je daarvoor in de oceaan zou moeten oplossen is enorm. Michiel van Nieuwstadt