Groeiende consensus in de VS: oorlog in Irak is verloren

Het politieke klimaat in de VS is in korte tijd drastisch veranderd. Zo drastisch dat het debat over financiering van de oorlog in Irak al een achterhoedegevecht is nog voordat het is afgerond.

De bovenzaal van het American Enterprice Institute (AEI) was voor de helft gevuld. Frederick Kagan, grondlegger van de Irak-strategie van president Bush, presenteerde afgelopen woensdag de ‘tweede fase’ van zijn ‘plan voor succes in Irak’. Een sobere samenkomst. Geen camera’s, geen debatleider. Een glas water, een tafel en Kagan – dat was alles.

Vier maanden geleden was het anders. Dezelfde zaal was tot de nok gevuld, televisieploegen vochten om een plekje. Kagan presenteerde toen aan de zijde van generaal b.d. Jack Kean de ‘eerste fase’ van zijn plan voor ‘Irak’ – een uitbreiding van het Amerikaanse troepenarsenaal, die de president enkele dagen later bijna letterlijk overnam.

De Democratische havik Joe Lieberman en John McCain, destijds nog de Republikeinse koploper voor het presidentschap in 2008, spraken Kagan bewonderend toe. De weken erna zouden kranten reconstrueren hoe Kagan erin was geslaagd het Witte Huis van zijn ideeën te overtuigen, waardoor het rapport van de Studiegroep Irak – die terugtrekking van de troepen had voorgesteld – terzijde was geschoven.

Woensdag bleek hoe snel de situatie in Amerika is gekanteld. Op de dag dat Kagan zijn gehoor vertelde dat „de overwinning [in Irak] dichterbij is dan eind vorig jaar’’, verschenen in het Congres de oorlogsveteranen Kevin Tillman en Jessica Lynch. Uit hun persoonlijke relaas bleek dat de autoriteiten welbewust een verkeerd beeld van de oorlog hadden verspreid (zie: ‘Patriotten vertellen verhaal in Congres’). Hun grieven haalden alle avondjournaals – de plannen van Kagan werden door diezelfde journaals genegeerd. En wie diezelfde avond de publieke omroep inschakelde – dat doen overigens niet veel Amerikanen –, kon daar een documentaire bekijken over de manier waarop de Amerikaanse media zich door de regering lieten manipuleren in de aanloop naar de oorlog in Irak.

Dat is in Amerika het verhaal van de oorlog in Irak geworden: de voorstanders spelen nog slechts een marginale rol in het openbare debat, aan heldenverhalen is geen behoefte meer, en onder aanvoering van de Democratische meerderheid in het Congres groeit de aandacht voor de donkere kanten van de strijd: de public relations-campagnes waarmee het publiek warm werd gemaakt (en gehouden) voor de gevechten, de valse voorwendselen, de atmosfeer van angst die destijds een helder zicht op de feiten ontnam.

In dit klimaat wordt de komende dagen het eindspel afgewikkeld in het al maanden slepende gevecht over de financiering van de oorlog. Bush wil de oorlog voortzetten en eist daarvoor het geld op. Maar het in meerderheid Democratische Congres stelt die middelen alleen beschikbaar als Bush bereid is uiterlijk maart 2008 te beginnen met troepenterugtrekking, zo legde het Congres deze week in wetgeving vast.

Begin volgende week stuurt het Congres deze naar de president, die al heeft aangekondigd dat hij zijn veto zal uitspreken. De Democraten proberen het zo te mikken dat Bush dat volgende week dinsdag zal doen – exact vier jaar nadat Bush het einde van de belangrijkste veldslagen in Irak aankondigde tegen de achtergrond van een spandoek: mission accomplished.

Na dat veto ontstaat er een voor alle partijen riskante situatie. De Democraten hebben vier mogelijkheden. Ze kunnen de middelen alsnog onvoorwaardelijk beschikbaar stellen – het onwaarschijnlijkste scenario. Ze kunnen dat voor alleen een paar maanden doen, zoals de invloedrijke defensiespecialist Jack Murtha wil. Ze kunnen weigeren nog een dollarcent aan de oorlog te spenderen (wat weinig Democraten aandurven). Of ze kunnen de middelen beschikbaar stellen mits de president voortaan elke drie maanden zichtbare vooruitgang in Irak laat zien – een compromis dat de steun van de meeste Democraten heeft.

Voor Bush is het speelveld kleiner. Hij kan alle onderhandelingen met Democraten afwijzen en het geld toch opeisen – met als risico dat het geld er niet komt, en het leger de oorlog niet kan volbrengen. Of hij kan alsnog voorwaarden van Democraten accepteren en daarmee het geld binnenhalen.

Veel waarnemers vermoeden dat het laatste zal gebeuren: Bush krijgt de middelen maar moet bij voorbeeld elke drie maanden vooruitgang in Irak laten zien. En omdat die vooruitgang nauwelijks kan worden verwacht, zou Bush in dat scenario zichzelf in de voet schieten: hij geeft de Democraten het middel in handen om de nadruk te blijven leggen op uitblijvende vooruitgang in de oorlog die de president zo graag wil voortzetten.

Tekenend is dat het Irak-debat, hoe belangrijk ook, steeds meer een opvoering in een achterzaaltje wordt. Want terwijl de media door Bush’ aanhoudende impopulariteit nauwelijks nog aandacht hebben voor de president, stijgt de aandacht voor de verkiezingen van 2008 nu al naar ongebruikelijke hoogten. Donderdag, ruim anderhalf jaar voor de verkiezingen, vond het eerste debat plaats tussen Democratische kandidaten. Negentig minuten, niet onderbroken door reclame, live op televisie. En alle kandidaten spraken zich uit vóór beëindiging van de oorlog.

Het tekent niet alleen de groeiende overeenstemming in de maatschappij maar ook onder hoge militairen. Zo sprak generaal b.d. Barry McCaffrey, een van de topgeneraals van de eerste Golfoorlog, en in Nederland in de jaren ‘90 bekend als de ‘drugstsaar’ van president Clinton, begin vorige week een zaaltje atlantici en topmilitairen in Washington toe. Hij was niet gekomen om de regering alleen maar te kapittelen. Zo was hij onlangs op Guantánamo Bay geweest om en had vastgesteld dat de terreurgevangenis was uitgegroeid tot een „voortreffelijke” faciliteit.

Maar toen hem werd voorgehouden dat het Pentagon tegenwoordig het begrip long war hanteert om de vooruitzichten in Irak te schetsen, sloeg hij een andere toon aan. „Een long war?”, smaalde hij. „Wij gaan niet nog eens tientallen jaren in Irak blijven. We verliezen elke maand een bataljon militairen aan doden en gewonden. Dat houden we echt niet lang meer vol.’’

„Deze oorlog is verloren’’, zei de meerderheidsleider van de Democraten in de Senaat, Harry Reid, deze week. Republikeinen, aangevoerd door vicepresident Cheney, vielen hem vurig aan. Reid was onverantwoord en laf. Ook de politieke commentator van The Washington Post, David Broder, nam hem op de korrel. Toch laat peiling na peiling zien dat een meerderheid van de bevolking het met Reid eens is. En donderdag kwam een voor de Republikeinen nog vernietigender onderzoek naar buiten: volgens het Pew Research Center gelooft nu ook de helft van de Republikeinse kiezers niet meer in Bush’ aanpak van de oorlog.

De opiniepeiling over Irak via: http://people-press.org/

Rectificatie / Gerectificeerd

Pat Tillman

In het artikel ‘Patriotten vertellen verhaal in Congres’ (28 april, pagina 5) staat dat voormalig American footballspeler Pat Tillman in Afghanistan is „vermoord” door bevriende troepen. Dat had moeten zijn: „gedood”. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat Tillman met opzet om het leven is gebracht.